Page 46 of 63

It’s surprising, how inspiring it is to see you shining

In Knack las ik vorige week een artikel over kieskeurige singles, hoe ze zoveel eisen stellen aan een potentiële partner en de zoektocht daarmee onmogelijk maken.  Ergens kan ik die kieskeurigheid wel goed begrijpen.  Als ik bedenk hoe ik het zou aanpakken als ik alleen zou zijn, ik zou niet direct weten waar ik een man moet gaan vinden.  Ik schrik altijd als gescheiden mensen na enkele maanden alweer iemand anders hebben.  Blijkbaar is een nieuwe partner dan toch vlot te vinden?  Ok, het internet is nu wel een heel toegankelijke plek en misschien kun je daar wel iemand vinden die gelijkgestemd is als je het een kans geeft.  Niet dat ik van plan ben om van man te wisselen.  Neeneen, deze kanjer blijft van mij.  Ik zou al goed gek moeten zijn om zo’n prachtkerel te laten schieten.  Niet alleen ziet hij er goed uit, excuseer: supergoed ;-), hij heeft nog eens heerlijk karakter.  En je gaat zeggen: ze is daar weer met haar gestoef over haar verrukkelijke man.  Maar verdikke zeg, ik ben content dat ik zo’n man heb.  Eén die er is voor mij als het nodig is.  Eén die mij gerust laat als ik daar nood aan heb.  Ik veronderstel dat het niet simpel is om met zo’n karakter als het mijne samen te leven, maar hij slaagt erin om dat te doen werken.  Omgekeerd aanvaard ik ook veel van hem en zo blijft het tandwiel draaien.  Dit, waar je voelt dat de basis van je relatie zo’n sterke fundering is voor alles wat rond je draait, is zo kostbaar.  Vandaag is hij jarig.  Van zijn 35 jaar mag ik al 11 jaar meevieren.  En daar ben ik best heel trots op.  Gelukkige verjaardag keptje!

I’ll stare here, in the distance

Het moet al zeker vijf of zes jaar zijn nu.  Dat ik van mezelf niets moet.  De persoon die ik ben zorgt ervoor dat ik doorbol, dat mijn leven zijn leven gaat.  Ik hoef daar geen extra inspanningen voor te doen wat de druk aanzienlijk verlaagt.  De introvert in mij maalt de dingen zelfstandig weg.  De pragmaticus lost problemen op als ze zich voordoen en de planner bekijkt hoe het in de dichte toekomst eraan toe zou kunnen gaan.

Vandaag is geen goede dag.  Het wegmalen lukt me niet, problemen zijn er altijd en voor plannen heb ik weinig zin.  Het is het hoogtepunt van een langere periode waarin dit zichzelf al een tijdje opstapelt.  Waarbij sommige dingen maar niet afgewerkt geraken, waarin de oneindigheid van andere zaken niet te  relativeren is en waarbij elk prikje in die luchtballon teveel is.  Ik voel hoe de spanning niet meer mag toenemen en moet dringend de overbodige stoom aflaten.

Ik wil knutselen met mijn zoon, neen, knutselen dat doe ik eigenlijk niet graag.  Omdat ik het nooit doe, en zo nooit zijn gezicht zie als hij bezig is.  “teveel rommel”

Ik wil uit gaan eten met mijn man, maar ik ontzie mij de rompslomp met thuiswachters of rondrijden om de kinderen weg te brengen “we blijven gewoon thuis”

Ik wil boekjes lezen met mijn peuter, maar tegelijk staat het eindeloze huishouden in de weg  “ik plooi eerst wat was”

Ik wil een date met mijn 4 schoolvriendinnen.  “geen courage om een doodle te starten”

Ik wil declutteren “verdikke die kapaza-mensen kunnen zagen, een Bumba-bus van 3 euro, moet je daar serieus de afmeting van weten?”

Ik wil onze garage opgeruimd zien “maar waar moet ik hier eigenlijk beginnen?  En waarom hebben wij eigenlijk drie boormachine-achtige dozen?”

En één telefoontje later is alles anders.  Er moet eigenlijk helemaal niet gememd worden over hoe de dingen soms allemaal teveel zijn.  Voor sommige mensen is hun leven uitzichtloos, lijden ze pijn, zoveel dat de uitzichtloosheid ervan ondraaglijk is.  De mensen die achterblijven moeten nu omgaan met een verlies, met de idee dat hun dierbare wou afscheid nemen van zijn leven en tegelijk kaderen dat dit zijn wens was.  Dat zijn pijn dit leven oversteeg.

Ik her-evalueer.  Alles baadt ineens in een ander licht.  Wat wij hebben is geweldig.  Hoe kunnen drie volle wasmanden nu ineens een last zijn?   Hoe kan ik me ergeren aan iets waar ik gewoon zelf een oplossing voor kan zoeken.  Wat is dat nu eigenlijk, een beetje kruimels vegen en een opvangplanning voor de paasvakantie maken?  Alles is zo relatief.  Mijn gedachten gaan uit naar hen in die rare periode.  Ik glimlach naar mijn zoon en bekijk zijn lijfje, dansend, gezond.  We zijn de gelukkigste mensen op de wereld wij.

…en hoe is het nu?

Het hele klets-boem-patat-verhaal is ondertussen bijna één week oud.  Het bracht wel wat teweeg zoals zoveel dingen die je meemaakt:

  • Lippen genezen vlug.  Waar ze vorige week nog mijn neus raakten zien ze er nu alweer gewoon uit, ze zijn nog steeds kapot aan de binnenkant maar elke dag iets minder erg.  Het is ook al een hele vooruitgang dat voedsel nu in mijn mond blijft zitten in plaats van terug op mijn bord te belanden.
  • Tanden herstellen zichzelf vanuit de binnenkant.  De tand is in een constant proces van herstel, althans levende tanden.  Dode tanden weliswaar niet.  Gezien ik in mijn voorste tanden geen gevoel meer had op donderdag en vrijdag ben ik maar eens gaan informeren bij de tandarts wat ik daarmee moest aanvangen.  Toen de tandarts zei dat er wel degelijk barsten in waren begon ik net niet te wenen.  Met je mond open is het echter moeilijk tranen wegslikken.  Barsten in mijn voortanden?  Dan toch?  Ze nuanceerde meteen en zei dat het enkel de glazuurlaag was en dat er wel een kans bestaat dat er een stuk glazuur in het glazuur van mijn cupcake belandt.  De droom waarbij ik al mijn tanden verlies en die liggen te rammelen in mijn mond (toch zo’n typische droom die ik meerdere keren per jaar mag ervaren) zou wel eens op die manier een klein beetje werkelijkheid kunnen worden.  Ik ga er van uit dat alles op zijn plaats zal blijven zitten.  Volgens de tandarts “heb ik heel veel geluk gehad” omdat er geen wortels of tanden gebroken zijn en de voortanden nog leven.  Ik moet nog zeker 6 weken geduld uitoefenen eer de pijn van “de stuik” wegebt en ik ze weer ga kunnen gebruiken.  Gemalen vlees for the win!
  • Er bestaat zoiets als “een spier die bloot ligt”.  Onder je vel hé.  En je kunt daarop duwen, dat deed de kinesiste vandaag.  Ze heeft me ook verzekerd “dat ik nu geen rugpatiënt ben” wat voor mij alvast een grote opluchting was, want: I don’t do pain.  Pijn en ik, dat gaat echt niet samen.  Niet alleen ben ik enorm teerhartig, ik ben absoluut niet graag ziek.  Het duurt ook altijd even voor ik wil erkennen dat er ergens in mijn lichaam iets mis is.
  • Je lichaam kan je geest serieus in de war sturen.  Zo was ik er altijd van overtuigd dat ik een gezond persoon was.  Ik was weinig ziek, had nooit ergens pijn en ik voelde me in perfecte staat, weliswaar regelmatig moe, maar met twee kinderen onder de 6 jaar lijkt me dat wel aannemelijk.  En dan ineens gaat het lichaam tegen dek zonder waarschuwing, zonder voorbode van “hey, doet het eens rustig aan hier”.
  • Pijnmedicatie is serieus.  Vorige week nam ik enkele dagen brufen.  An sich weet ik daar niets van en kan ik niet inschatten of dat zwaar is of niet, maar ik sliep waar ik stond.  Voor mij was dat pure slaapmedicatie.  Ik neem nooit pillen, doe niet aan vitaminen of allerhande kuurtjes om winters door te komen.  Het feit alleen dat ik sliep als een blok deed me stilstaan bij hoe verslavend zo’n dingen kunnen werken.  Ik sliep meer dan ooit en voelde me ’s morgens nog eens kiplekker en pijnvrij.  Ondertussen vroeg ik de huisarts om de medicatie af te bouwen, vandaag zelfs zonder.
  • Er is een beetje schrik.  Dat het nog eens zal gebeuren.  En er komen wel eens “wat als…”-verhalen in mijn hersenpan.  Wat als ik helemaal verkeerd was neergekomen?  Wat als ik alleen was geweest met de kinderen?  Wat als mijn tanden effectief gebroken waren?  Wat als ik boven aan de trap had gestaan?  Wat als, wat als, wat als….?  Ik heb van mezelf altijd aangenomen dat ik goed kan relativeren en dat problemen opgelost worden als ze zich stellen, ik veronderstel dat het zal moeten slijten en dat ik terug vertrouwen moet krijgen in mijn lichaam.
  • Ik ga aan Ilja leren hoe hij iemand moet opbellen indien er zich een noodsituatie voordoet.  Akkoord ik ben ge-“wat als”-t momenteel, maar hij wordt 6 jaar en het lijkt me geen overbodige luxe dat hij dat kan.  Ik wil hem geen schrik aanjagen maar zijn gezond verstand laten spreken in zo’n situatie.  Tips om dit aan te leren zijn meer dan welkom.

 

I surrender

Eens ik daar binnenga is het 100 % overgave.  Ik vertrouw hem volledig want elke keer als hij me aanraakt zit hij er boenk op.  “Doet het hier pijn?” waarbij het recht op die plek drukt waar alles wel lijkt tegen te trekken, de protestplek.  Ik weet dat de behandeling op zich geen pijn doet, maar toch sta ik elke keer in klam zweet als ik naar daar vertrek.  Het kraken blijft een merkwaardig gevoel.  Hij kondigt niet altijd aan wat hij zal doen en dat is in mijn geval het beste.  Hoewel ik na een 5-tal sessies doorheen de jaren wel ongeveer weet wat er zal gebeuren blijf ik toch telkens denken “wanneer zal het komen?”.  We liggen in vreemdsoortige posities, hij over mij, ik naar het plafond starend.  Ik word gevraagd om uit te ademen en hij smijt zich ten volle op mij om mijn rug te kraken.  Truntzak die ik ben laat ik dan altijd een Sharapova-kreetje achter, gewoon om de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt te verlichten.  Vandaag ging hij achter mij zitten, mijn handen op mijn schoot, zijn arm rond mij, complete surrender.  Hij duwde mijn hoofd schuin, “laat je maar hangen”  waarna er een gigantisch gekraak volgde onder zijn druk.  Ik was er niet goed van.  Het voelde alsof ik zonet heel belangrijk nieuws had gekregen en dit moest verwerkt worden.  Op slag doodmoe!  Alsof de geest eventjes meegekraakt werd.  De hele middag was ik pompaf door dat gekraak, alles zit weer los wat vast zat, ik kan er weer tegen.

Een plek onder de zon

Drie jaar en half wonen we hier nu.  We waren al meer dan een jaar op zoek naar een nieuwe woning nadat onze starterswoning ietwat krap begon te worden.  Ik heb altijd graag in dat kleine huisje gewoond, knal in “het centrum” (in hoeverre je onze gemeente een centrum kan geven), alles aan en bij.  Maar we kozen voor iets rustiger, iets meer afgelegen met toch voldoende buren en sociale controle.  Toen we de eerste keer opreden dacht ik “oei oei, dit wordt het niet”.  Onderweg naar de voordeur danste de dam onder onze schoenen.  Diezelfde voordeur sleepte over de gele tegeltjesvloer, bloemetjesbehang all the way.  Maar ik had -na vele vruchteloze huizenjachten- geleerd om door de dingen te kijken.  Om te zien wat er nog niet is.  We zweerden al maanden dat we niet gingen verbouwen want dat was niets voor ons, wij hebben twee rechterhanden (ahja we zijn dan ook beiden linkshandig #billenkletser!).  Maar een nieuwe vloer, dat zou nog te doen zijn.  Het badkamertje was minuscuul en roze, de keuken was van Obumex, de kastjes gingen scheef en er zaten gigantische spinnen in de spoelbak.  Het zou wel leuk zijn om zelf een keuken te kiezen, dat leek haalbaar.  Toen ik me terugdraaide uit de keuken en de gang doorkeek zag ik het ineens voor mij: Ilja ging hier groot worden.  Hoewel hij er niet bij was zag ik hem perfect door de gang crossen van de living door de keuken door de gang terug naar de living “toertje blok”.

Fout
Deze video bestaat niet

Na drie jaar hangt er nog steeds geen behangpapier in de hal.  So be it, komt wel goed.

Gisteren besefte ik weer waarom we voor dit huis kozen: de kinderen zullen hier opgroeien.  Ze gaan de trap nog miljoenen keer op en af lopen.  Hun moeder zal niet blijven zeggen “dat ze moeten voorzichtig zijn als ze naar beneden komen”, misschien zal ze wel blijven hameren op het feit dat het licht op de kamer uit moet.

Na een grote verbouwing (“we gaan NIET verbouwen, neen, NIET hé“) van vloer tot plafond, van badkamer tot chauffagewerk en elektriciteit blijft het ploeteren om ergens te geraken.  Nieuwe ramen, alle binnendeuren geschilderd en gelakt, de zolder geïsoleerd en twee kamers van gemaakt, eigenlijk hebben we in die drie jaar nog niet stilgezeten.  Dit jaar werkten we de oprit af, de dansende dam was al een tijdje weg maar er lag nooit iets deftig in de plaats.  Er komt nog een toilet boven, en de dakgoten zijn dringend aan vernieuwing toe, maar hey, we wonen hier wel, alles met tijd en boterhammen.  En toertje blok lopen.

 

Vier blogs die de moeite zijn om eens te checken

Ik bewandel vaak de platgetrapte paadjes.  In mijn boekenkeuze zal er al vlug een gehypet boek zitten (om het dan soms ontgoocheld terug te brengen naar de bib, ik kijk NIET naar jou Kris Van Steenberge), de series die ik volg werden al door veel mensen gezien.  De jaarlijkse CD die ik koop of leen in de bib staat waarschijnlijk hoog in De Afrekening of is er al vijf weken helemaal uit.  Kortom: voor nieuwe hippe dinges moet je bij een ander zijn.  Mensen kijken soms raar op als ik zeg dat er 80 blogs in mijn feedly staan: 80??  Een blog is toch vlug gelezen, en het is niet omdat er 80 in staan dat ik die daarvoor allemaal grondig doorneem en op ga reageren.  Ik reageer bij veel mensen, maar ik reageer evenveel niet.  Wil dat daarom zeggen dat ik niet lees of dat het mij niet interesseert?  Neen, meestal heb ik gewoon geen mening of wil ik die niet geven.  Ik blijf weg van discussies, mommywars en over onderwerpen waar ik niet voldoende informatie heb ga ik enkel meelezen.  Er zijn een aantal blogs die ik consequent lees, dat aantal is in het laatste jaar sterk gestegen, mede door het ontmoeten van enkele blogsters tijdens het Danone-event, maar ook omdat ik bepaalde schrijfsters zonder schroom “mijn blogvriendinnen” wil noemen.  (You know who you are!)  Vandaag wil ik echter even tijd maken voor de blogs die ik consequent lees maar die misschien wel iets minder voor de hand liggen.  Blogs die me keer op keer luidop doen lachen of die bij mij een gevoelige snaar raken door zo gewoon gewoon te zijn en toch in hun genre eruit te springen.  Als ik ze aan het lezen ben dan verslapt mijn aandacht niet, integendeel: ik word meer en meer in de tekst gezogen en ik vind het àltijd jammer dat het gedaan is:

Deze vos blogt naar mijn mening veel te weinig.  Ik zou beginnen scanderen: “Meer vos, meer vos!”  Maar aan de andere kant is het telkens uitkijken naar een postje van deze grappige madame, wat het uiteraard worth the wait maakt.  Een catlover die soms haar eigen katten te geselen heeft maar die vooral weet hoe ze een tekst kan opbouwen: I love it!

Emoshit is de creatie van de twee zussen Zita en Sara.  Ik lees ze nog niet lang maar ben wel hooked.  Ik ben er nog niet uit wie juist wie is, maar er wordt door beide dames regelmatig een leuk postje geschreven. Titels zoals: “Marrakech, de stad van vriendelijke mensen en veel zon die kei hard schijnt en waar het altijd een beetje naar pipi ruikt.” die hebben volle bak mijn aandacht.  Vooral de teksten over hun gezamenlijke jeugd vind ik meestal hilarisch.  Komt het omdat ik geen zus heb?  Maar ik vind het zussengevoel wel iets speciaal om mee te volgen.

Dat ik een Eva Mouton-fan ben, dat moet ik niemand meer wijsmaken.  Ik hou van haar humor en haar eenvoud.  Het ziet er misschien gemakkelijk uit dat figuurtje maar ik onderschat niet wat ze elke week doet: de cartoon in de krant.  Uiteraard doet Eva Mouton nog heel wat andere projecten, maar de blog is eerder persoonlijk.  Ze bekijkt de dingen op een specifieke manier die je doet nadenken over het leven.  Studio Soso is ook een dubbelblog waar ze samen met haar vriend Bert schrijft over de dingen die in hun leven gebeuren.  Het is niet allemaal glamour in het leven en ik ben heel erg voorstander om dat uit te lichten.

Menck.  Ja Menck.  De schrijvende tuinier.  Als hij mij niet weet te pakken met zijn geweldige schrijfstijl dan zijn het zijn foto’s, al dan niet van prachtige bloemen of planten.  Ook fictie wordt niet geschuwd op zijn blog.  Ik weet helemaal niets over planten en tuinieren, maar dat hoeft helemaal niet.  Hij weet me telkens weer te boeien, ook al gaat het over een buxusmot.

En wat zijn jouw favoriete blogs?  Spam ze maar in de comments, dan ga ik eens kijken!

 

Guilty little pleasures

Regelmatig volg ik een serietje waar ik niet veel lof over uitstrooi bij een drankje op café.  Ik raad het niet aan bij vriendinnen om zich te ontspannen.  Nee, deze series zijn mijn guilty pleasures en die hou ik voor mezelf.  Behalve nu uiteraard.  Ik kom uit de dwaze wijvenserie-kast: ik hou van Pretty Little Liars.  Kort samengevat: het betreft een Amerikaanse serie waarin 4 high school girls de hoofdrol spelen.  Een vriendin van hen werd de zomer ervoor vermoord teruggevonden en nu worden de vier dames bestookt met dreigsmsjes van de zogenaamde “A”, aflevering per aflevering worden de verschillende leugens en intriges die spelen tussen en rond de 4 dames blootgelegd en slaat “A” meer en en meer toe in hun leven.  Momenteel zit ik in seizoen 3 en er is nog steeds geen opheldering rond de dader.  Er is wel een patroon in de volledige reeks en tegelijkertijd al die andere dwazewijvenseries die ik zo graag volg (riep daar iemand Gossip Girl? Ooooh yes!)

  • Alle vier de hoofdrolspeelsters zien eruit alsof ze rechtstreeks van de catwalk komen.  Ze zien er onberispelijk uit.  Ik zie Aria nooit ’s morgens voor dag en dauw opstaan om zichzelf toe te plaasteren.  Hanna was het voormalige mollige meisje dat verrezen is als popular girl.  Maar Hanna heeft geen overschot aan vel.  Ze heeft ook geen verborgen striemetje hier of daar.  Neen, en weet je, haar perfecte manicure gaat ook nooit kapot als ze nog maar eens wegloopt van één van haar aanvallers.
  • Als ze sporten dan doen ze dat altijd in één of ander griezelig bos, liefst bij val-avond zodat er zeker één of andere freak achter hen aan kan zitten.  Want lopen, dat doe je toch altijd op verlaten plekken, en zeker als je al bedreigd wordt door de moordenaar van je beste vriendin, dan lijkt me dat echt een goed idee.  Toppertje Emily!
  • Ze pappen altijd aan met de verkeerde mannen: Spencer: een dokter die eerst het lief van haar zuster was,  Aria met de leerkracht Engels, Hanna met een crimineeltje.  Emily valt dan weer op vrouwen wat ook al gedurende de hele show een issue is.  Want oh, amaai amaai, alarm, alarm: ze is lesbisch.  Ik zei toch dat het Amerikaans was hé.
  • Ze zetten samen de zoektocht in naar de dader maar worden telkens in situaties gebracht waardoor ze zelf als de schuldige uit de bus komen.  Op de één of andere manier slagen ze er ook altijd in om in te breken in allerhande plekken: lockers op de high school, hutjes in de bossen ergens in neverneverland, laptops worden gekraakt, de schuur van de buurman is ook enorm interessant en houdt die man wel de sleutel gewoon op de chambrant boven de deur zeker?
  • Iedereen valt altijd maar bij de ander binnen.  De deuren zijn altijd open of “your mother let me in” al zien we niet veel ouders thuis.  Die jonge gasten zijn ook zo vaak midden in de dag thuis, toen wij die leeftijd hadden zaten wij gewoon op school tot 17u.
  • Op school doen ze niets anders dan door de grote hal wandelen, hun gesprekken worden altijd gecoupeerd door de schoolbel.
  • “We need to talk” is zo een zinnetje dat in elke aflevering wel voorvalt.  Grappige is: ze bellen naar iemand om te zeggen dat ze met hen willen spreken.  Daarna voeren ze een conversatie over waar en wanneer ze zullen afspreken om met elkaar te babbelen.  In al die tijd konden ze gewoon al besproken hebben wat zo belangrijk is.
  • Ze zijn in de serie 17 jaar (al zien ze er natuurlijk 23 uit en zijn dat waarschijnlijk ook wel).  ’s Avonds in de week gaan ze elke avond uit, geen ouder die eens vraagt waar ze naartoe gaan, niemand die zegt wanneer ze thuis moeten zijn.
  • De moeders zien er ook uit als fotomodellen.  Ze zijn uiteraard advocaten of leerkrachten en wonen in kasten van huizen met een front porch.
  • Ohja, en er doet een blind meisje mee.  Je kunt al raden waarschijnlijk wat er met dat blinde meisje gebeurt?  Juist ja, ze laat zich opereren.  Maar of ze daadwerkelijk weer zal kunnen zien….dat zul je zelf moeten uitzoeken;

Pretty Little Liars kun je op Netflix bekijken.  Er zijn 6 seizoenen blijkbaar.  Ik heb nog wat werk.

tv-pretty-little-liars42
Afbeelding: bing.com

#firstworldproblems

Enkele maanden geleden zag ik een klein fragment van “Live at The Apollo” op Acht.  Een comedian was er luidruchtig zijn ding aan het doen (die mannen hebben toch altijd veel gesten vind ik).  Hij liet de celebrities in de zaal hun firstworldproblems noteren om ze dan te gebruiken in de show.  Iemand schreef “als mijn poetsvrouw vroeg komt en ik daardoor niet kan uitslapen”.  Ze werd uiteraard van dichtbij gefilmd en kon niet anders dan om zichzelf lachen.  Zelf haalde hij aan dat hij het vreselijk vindt als het bed niet is opgemaakt nadat de lakens gewassen werden en hij dat pas ’s avonds opmerkt als hij doodmoe erin wil kruipen.  Ik herken het, ik vind het ook altijd een heel gedoe om het bed op te maken, maar eens je je erin nestelt is het zalig! Toch?

Zelf heb ik ook wel wat van die first world problems.  Van die dingen waar je je aan ergert terwijl het eigenlijk echt luxeproblemen zijn.  Ik ben dan ook een krak in het mijzelf gemakkelijk maken…

  • Als de vaatwasser vol zit en je daardoor nog een deel met de hand moet afwassen…
  • De vloer is smerig op maandag en de poetsvrouw komt pas op donderdag…
  • De roomba stopt met stofzuigen omdat de batterij plat is, maar hij is nog niet klaar met de ruimte….
  • Je krijgt de schuiven van de kleerkast van je zoon niet meer dicht omdat er teveel kleren inzitten…
  • Als je moet wachten in de carwash…
  • Het twijfelmoment waarop je niet kan kiezen uit vier (!) paar schoenen voor onder dat specifieke kleedje!
  • Wachten op nieuw materiaal in het algemeen.  Op de nieuwe auto die maar niet geleverd wordt…
  • Het brood is klaar en de broodmachine begint opjagend te piepen…
  • …

Het is ongelofelijk hoe vlug ik gewend geraak aan al dat luxe-gerief.  Zondagochtend hadden we geen water door een lek in de straat.  Dan besef je even hoe goed je het hebt en hoe gemakkelijk we het hebben: gewoon maar de kraan openen en er komt mooi stromend drinkbaar water uit.  Je bent meteen je handen af zonder water: geen douche, geen voorbereidingen voor het middageten en vooral: geen koffie!!!  Gelukkig vond ik nog een halve fles water in de auto van mijn man en kon ik mijn verslaving in stand houden al smaakte die niet zo lekker met dat flessenwater…#firstworldproblem, nog maar eens!

The traveling phone

Mijn gsm was spoorloos woensdagavond.  Ik wist dat ik hem nog bij me had toen ik koffie ging drinken in de namiddag bij een vriendin want we hadden het nog over het feit dat ik zo tevreden ben van de camera-functie van mijn Huawei.  Het spoor liep bijster daar ergens…’s Morgens nadat we van een klein feestje kwamen bij mijn nicht bleek de gsm nergens te vinden, niet bij mijn ouders waar we nog gestopt waren, niet in de logeertassen van de kinderen, in de auto gezocht, onder de zetels.  Telkens we belden sprong de voicemail meteen aan.  Het enige dat ik kon denken was dat ik hem op het dak van de auto had laten liggen toen ik bij mijn vriendin vertrokken was.  Gezien de voicemail aansprong kon het maar twee dingen betekenen: ofwel had iemand hem gevonden, zich eigen gemaakt en afgelegd, ofwel lag hij ergens verbrijzeld langs te weg.  Bummer.  Voor duust.  De gsm was met moeite een half jaar oud.

Donderdagvoormiddag besloot ik dan om naar Telenet te gaan om mijn kaart te blokkeren en een nieuwe SIM-kaart en gsm te halen.  Uiteindelijk koos ik een nieuwer model van Huawei.  Hoe graag ik ook een iPhone zou willen, ik heb er geen 700 euro voor over.  Hondervijftig euro en alle nummers van mijn contacten minder kwam ik thuis.  Een oproep op Facebook zorgde voor enkele gsmnummers, maar de meesten zijn nog steeds spoorloos.

Om 16u krijg ik telefoon van Pieter.  Iemand had hem opgebeld om te melden dat ze mijn gsm hadden gevonden en contact opnamen met de persoon die geregistreerd staat als “Liefje Gsm Werk”.  De baas van de beller had mijn gsm gevonden in de buurt van mijn ouders hun huis, het was een beetje onduidelijk hoe of wat.  Die baas kon niet werken met een smartphone en die kerel die voor hem werkte nam hem mee naar de Proximus-winkel waar zijn vriendin werkt.  Ze konden op de één of andere manier binnengeraken in mijn contactenlijst (vraag me niet hoe dat allemaal in zijn werk ging, ik snap er niks van, de simkaart was geblokkeerd).  Hij was zelfs zo vriendelijk om hem tot aan mijn deur te brengen omdat hij toch in de buurt moest zijn.  Ik ben een chansard, dat besef ik!

img_20160708_144521.jpg

Ik gaf de vriendelijke vinder als bedanking een fles wijn, er bestaan nog eerlijke mensen op de wereld!

Tegelijkertijd vraag ik me af: zou die kerel al mijn mislukte selfies bekeken hebben? 🙂 Of de smsjes met Liefje Gsm Werk gelezen hebben?  Ik weet dat ik het alleszins wel zou doen moest ik een gsm vinden.  Zo’n lurker ben ik wel….

En jij?  Zou jij de smsjes lezen of de foto’s afmuizen?

To tutje or not to tutje

Linus is een kindje van extremen.  Extreem content, extreem boos, extreem stil (als hij slaapt), extreem luid.  Hij kan ook extreme uurtjes hebben.  Zo’n uurtje waarbij het kot op stelten staat en hij weent voor alles wat in de categorie “bleitbaar materiaal” is.  Niet bij mama op de arm kunnen, niet geraken aan het speelgoed dat hij nodig heeft, niet met moeders’ gsm mogen spelen, moeten in het park zitten omwille van de veiligheid, honger hebben, moe zijn.  Vooral dat laatste is een moeilijk bleitmomentje.  Hij is moeilijk te troosten als hij moe is, het is ook soms gewoon echt nog te vroeg om hem in bed te stoppen, hij gaat nu al om 18u gaan slapen.  Op de arm, van de arm wrikkelen, op de schoot, eraf willen, nergens goed zijn.  Het gebeurt dat ik zijn blauwe beertje neem om hem te troosten want een tutje heeft hij niet.  Ik kocht verschillende soorten en bood hem al een aantal keer één aan, maar nooit houdt hij een tutje in zijn mond.  Hij sabbelt eventjes en keilt ze dan keihard weg.  Of hij komt het mij gewoon teruggeven met zo’n blik van “ik kan hier niets mee doen”.  Ook bij het slapengaan heeft hij geen tutje, het blauwe beertje is zijn bedpartner.  Hij duwt het tegen zijn mondje en “flokt” daaraan.  Het is niet zo dat ik tegen tutjes ben, Ilja had er ééntje.  Eerst overdag en ’s nachts, later enkel ’s nachts.  Hij stond het af aan de sint toen hij 3 jaar was.  De schade aan zijn tandjes was wel zichtbaar en herstelde zich gelukkig achteraf.  Dus in feite ben ik aan een kant wel blij dat Linus geen tutje heeft, zo hoef ik ook de strijd niet aan te gaan om dat dingetje ooit af te schaffen.  Aan de andere kant is een tutje wel handig als troost tijdens moeilijkere momenten.  Bij Ilja kon ik met het tutje ergens aangeven dat het tijd was om te kalmeren, het hielp hem ook om in slaap te vallen, ook bij langere autoritten was dit een heilig middel.

img_20160629_084827.jpg
Eén van de zeldzame momenten waarop hij het net lang genoeg in zijn mond houdt om er een foto van te nemen

 

Het lijkt me nu ook wel laat om nog een andere serie tutjes aan te schaffen, in feite lukt het wel zonder al moet ik altijd zorgen dat één van de drie blauwe duiven proper is.

Hebben jullie kind(eren) een tutje?  Ging het ook mee met zwarte piet op de boot terug naar Spanje?