Vrijdagavond stond voor datenight vorige week. Het was een maand geleden dat we nog eens iets met ons twee deden en aangezien de echtgenoot tickets had gekocht voor het optreden van King Hiss die avond besloot ik om gewoon mee te gaan. Ik zou geen questioner zijn als ik me niet eerst in de muziek ging verdiepen alvorens naar de show te gaan en ja: ik was curieus! We dineerden onverwacht heel lekker aangezien we “op de ruttel” een Grieks restaurantje binnenstapten met de vraag of er een tafeltje vrij was. Na een drukke herfstvakantie met de kinderen deed het deugd om mijn gal eens te spuwen en de twijfels die de kop opstaken onderling te bespreken. In ons drukke (ik haat dat woord!) leven is het niet evident om de vinger aan de pols te houden over hoe het met ons is.
En King Hiss? Daar ben ik nog van aan het nagenieten. Mijn lief is eerder voor het ruigere muziekgenre en zoals ik aan één van zijn vrienden uitlegde toen hij vroeg of ik dat ook graag hoorde: “ik kan dat wel eens verdragen”. Ik had echter niet verwacht dat ik achteraf nog zo zou nadenken over de show. In feite was ik een tikkeltje jaloers. Een gevoel dat ik bitter weinig ervaar maar toch stak het de kop op. Zoals die mannen op dat podium staan, alle energie die ze uitstralen, dat is best noemenswaardig. Ik was jaloers op de power, de gedrevenheid die van het podium barstte. Het zag eruit alsof elk bandlid zich keihard amuseerde en dat het zingen/musiceren een ware uitlaatklep is. Het moet zalig zijn om je zo uit te leven. Anderhalf uur alles geven en daarna je zweet oplikken. Ik denk dat je op die manier veel frustraties eruit kunt spuwen op een positieve manier. En het moet gezegd: ik ben fan geworden van King Hiss deze week. Hun attitude, de présence en vooral de liveshow waren hier de aanstoker van. More please!
Bij het instappen in de wagen is het voor de 9e keer vandaag “gank”. Bitchen, zagen en fretten op elkaar voor het minste kleinste wat er kan zijn. Wie de deur te hard had dichtgegooid, wie de muziek mag kiezen of wat de ene over de andere gezegd heeft. Mijn maag ligt al de hele dag in een figuurlijke knoop, de ruzies en akkefietjes tussen de jongens werken enorm op mijn gemoed. Als ik de deuren dicht doe roep ik hen beide toe “dat het nu eens mag gedaan zijn met dat gekak op elkaar heel de dag!” De kleinste probeert er nog iets tegenin te brengen maar hij wordt prompt de mond gesnoerd. Het is overduidelijk: mijn pot is overgekookt.
Onderweg raast het in mijn hoofd. De hele weg naar Harelbeke dansen ze in mijn hoofd op een irritant ritmisch deuntje op en neer: irreële gedachten. Die gedachten lachen mij uit. Ze poken me, geven me kleine neepjes met hun venijnige nageltjes. “Zie je wel, je bent niet gemaakt voor het ouderschap” “Je hebt nu twee kinderen, had je dat beter niet gelaten?” “Waarom is dit zo moeilijk voor jou?” “Die gastjes kunnen er toch niet aan doen?” en de carrousel draait opnieuw verder: “Je bent hiervoor niet in de wieg gelegd”. “Pffffftttttt”
Ik begin ze te herkennen maar op moeilijkere dagen is het minder evident om ze halt toe te roepen. Om die gedachten de mond te snoeren, net zoals ik met mijn jongste zoon juist had gedaan. In De Gavers zijn beiden meegaand, ze kennen de afspraak: eerst een wandeling en daarna op het speelplein. In het bos kwettert Linus honderduit. Ilja schuift zijn warme hand in de mijne en blijft aan mijn zijde. Ik wijs hen op waterhoentjes die de grote plas inspringen. Als we dichter bij de oever van het meer gaan zien we dat ze er een ware glijbaan van gemaakt hebben. “De Eendjesglijbaan”. De kinderen zijn verrukt. We zoeken eksters op in Google en volgen de blauwe pijltjes van het 5km lange traject. Samen met de bladeren van de bomen dwarrelen de negatieve gedachten uit mijn hoofd. Het okergele tapijt knispert onder mijn wandelschoenen, de irreële gedachten verpulver ik stap per stap. Wat slecht van start ging verandert in een prachternoene. Ik toon hen hoe ze een spoor kunnen vormen met de stokken die ze verzamelden (geen wandeling zonder stok toch?) en Linus bombardeert zichzelf tot Sint-Maarten, ik heb geluk, ik mag een “meisjespiet” zijn. De emotionele rollercoaster die soms door mij racet als ik over mijn ouderschap tob vraagt zoveel energie. Maar de momenten waarop ik voel dat het best goed gaat, dat ik twee welgezinde rakkers terug in de auto zet keert alles terug om.
Tijdens de terugrit kiest Ilja een oud CD’tje uit het mapje in mijn auto. Even later speelt de debuutplaat van Coldplay door de boxen en wordt het stil in de wagen.
In a haze A stormy haze I’ll be round I’ll be loving you always Always
Here I am and I’ll take my time Here I am and I’ll wait in line always Always
De vorige keer is het compleet fout gelopen. Deze keer ging ze me niet graaien hebben! Met de kattenmand in de aanslag was ik goed voorzien op het bezoek aan de dierenarts. Nu ze ongeveer zes maand oud is besloot ik haar te laten steriliseren. Ik mag er niet aan denken dat ze zwanger thuiskomt en wij hier na de bevalling voor 4 of 5 kattenjongen een thuis moeten gaan zoeken. I’m a sucker for koddige kattenkopjes. Laat staan het verdriet bij de kinderen elke keer als er ééntje moet vertrekken. Neen, met Frankie hebben we genoeg. Het transport naar de dierenarts verliep deze keer veel vlotter dan met Schanulleke indertijd, Frankie zat zo mak als een lammetje in haar bakje naast me.
Na schooltijd ging ik met de kinderen terug om haar uit de ziekenboeg te halen. Bij aankomst in de dierenartsenpraktijk kondigden we vrolijk aan “dat we om Frankie kwamen!” waarop de vrouw van de dierenarts in lachen uitschoot.
“Ja dan hebben jullie alleszins een goeie naam gekozen voor jullie kat, want Frankie is een jongen!”
De kinderen beginnen te joelen:”Frankie is een jongen mama! Frankie is een jongen!” Er gaat even vanalles door me heen. Frankie een jongen?
Just what we needed: another man in the house!
Dus ik ging naar de dierenarts met een hitsige kattin en ik kwam thuis met een gedrogeerde gecastreerde kater.
Het voordeel is: nu moet ik niet meer gaan expliceren waarom we een kattin in godsnaam Frankie hebben genoemd.
De wedstrijdvraag is uiteraard met dit logje opgelost. Er waren heel wat mensen die het juist hadden, maar hier en daar antwoordde iemand ook Chewbacca (rip). Ook Schanulleke (rip) werd genoemd. Onze allereerste kat die we toch een 7-tal jaar hadden heette Marbel.
Proficiat Annick! Je wint twee boeken! Je krijgt binnenkort een mailtje van me! Hou je inbox in de gaten!
Gereserveerd: in de Ieperse bibliotheek reserveerde ik het boek “Sorry dat ik te laat ben, maar ik wilde niet komen” geschreven door Jessica Pan. Volgens de achterflap zou het een relaas zijn van de ervaringen van een introvert die zich een jaar gedraagt als extravert. Ik heb er alvast volgende gedachten/vooroordelen over:
Zo hard je best doen om je anders voor te doen dan je bent, dat moet vreselijk vermoeiend zijn. Ik veronderstel dat ze met een constant sluimerende koppijn zal rondgelopen hebben.
Waarom eigenlijk? Alsof introvert zijn iets slecht is?
Gedownload: Echt, lach mij maar keihard uit maar ik heb voor het eerst een ebook gekocht. Ik lees veel online maar een ècht boek? Nog nooit gedaan. Ik neus gewoon graag in boeken en pagina’s draaien hoort daarbij. Maar ik probeer ook te budgetteren en om mijn boekenkast zo klein mogelijk te houden dus kocht ik “Digitaal Minimalisme” van Cal Newport. Het voelt wat contradictorisch om een boek over digitaal minimaliseren te lezen op de iPad of op mijn smartphone, maar kijk, het is nu zo. Ik zou het een pageturner durven noemen maar ik moet dat ombuigen naar een….pageswiper ofzo?
Gesmoefeld: Zure beertjes. Zure beertjes staan gelijk aan comfort food. Comfort food staat gelijk aan: te weinig weerstand tegen verleiding wat dan op zijn of haar beurt weer wordt veroorzaakt door vermoeidheid of stress. Dus ik koop soms zure beertjes als ik wat wil emo-eten. Niet dat ik hierdoor minder stress op mijn werk heb. Emo-eten is in feite geen oplossing voor iets, het verzacht het alleen eventjes. Dat mijn tong er een uur verdoofd door is neem ik er graag bij.
Ok, het zijn zure tuutjes, ik weet het.
Geblogd: of ik zou moeten schrijven: geconcept. Want er staan allerlei half afgewerkte drafts klaar in WordPress. Iets waarin ik het zurebeertjes-verhaal wat beter uiteen doe onder andere. Maar de blogregel die ik voor mezelf in het achterhoofd hou is: “Zou mijn baas dit mogen lezen?” en het antwoord op die vraag is momenteel nog altijd: “neen”. Ik schrijf ook meestal de intensere stukken eens de stormen gaan liggen zijn. Zegt genoeg of juist te weinig misschien.
Geleerd: ik pik dagelijks nieuwe woorden op. Zelfs bij het studeren van mijn cursus neuropsychologie. Ik las het woord “lommerrijk” en kon er niet meteen betekenis aan verlenen ook al ken ik het woord op zich wel. Lommerrijk betekent: “schaduwrijk”. Nu weet ik niet meer in welke context ik “lommerrijk” uit de cursus haalde, ik heb het vluchtig op een papieren zakdoekje gekrabbeld. Lommerrijk klinkt eerder negatief vind ik. Alsof je te maken hebt met iemand die alles wat laat hangen zo. “Die is zo lommerrijk, hij heeft eens goeie schop in zijn kont nodig”. Of zoiets.
Geschuild: Tussen winkeletalages namelijk. Halloween wordt in Ieper deze periode gevierd. Tijdens weekenddagen lopen er allerhande monsters door de stad. Om de één of andere reden is Ilja meer bang dan Linus voor die figuren. Hij houdt ook niet van programma’s als Nachtwacht. Ook voor Halloween in Bellewaerde of andere pretparken krijg ik hem niet enthousiast. Gelukkig kunnen een ijsje en een wafel altijd troost bieden. En dan vraag ik me af vanwaar de term emo-eten komt.
Geschrokken: Ik ben enorm geschrokken door het plotse overlijden van de mama van een vriendin van me deze week. Het is heartbreaking om te horen hoe ze momenteel afziet door die situatie. Ik wou dat ik het voor haar kon wegnemen.
Doorheen het jaar poppen er om de zoveel dagen dingen op genre “Dag van de…”. Ik hou niet echt bij welke dag het juist is, dag van de leerkracht, black friday, complimentendag of gelijk wat. Dag van de arbeid, dat ken ik dan weer wel. Maar blijkbaar was het laatst #worldmentalhealthday. Op sociale media en op sommige blogs las ik getuigenissen over de issues waarmee mensen strugglen. Ik kan het alleen maar aanmoedigen om de moeilijkere thema’s bespreekbaar te maken. Om hulp te zoeken als je vindt dat je er niet meer zelf uit geraakt of teveel op je partner leunt. “Teveel op je partner leunt? Kun je ooit teveel op je partner leunen?” Spreek me gerust tegen, maar ik denk van wel. Ook al kies je ervoor om samen alle stormen te trotseren, je partner is ook een persoon in dit verhaal, met een eigen draagkracht. Als één van de twee niet goed in zijn vel zit heeft dat een effect op de andere, op het hele systeem dat het gezin is. Stormen zijn er om overwonnen te worden, maar degene die op dat moment aan het roer staat gebruikt extra kracht als de andere het even niet meer kan.
Ik probeer al een tijdje uit te zoeken hoe je kan praten met iemand die met psychische problemen kampt. Het is best moeilijk om iemand bij te staan tijdens een burn-out, depressie of een ander psychisch probleem. Wat moet je zeggen? Wat kun je doen? Kun je überhaupt iets doen? Brené Brown kan bepaalde items heel simpel uitleggen, ik stoot regelmatig op filmpjes en wil het volgende graag delen:
bron: YouTube
Veelal kun je de problemen van anderen niet oplossen. Sommige problemen vallen ook helemaal niet op te lossen. Maar veroordelen werkt niet. Vergelijken werkt niet. Geen enkele situatie is dezelfde, geen enkel verhaal loopt gelijk. Je in de situatie inleven -ook al is het moeilijk- kan een ander inzicht bieden. Of gewoon zeggen “ik weet niet wat ik moet zeggen”. “Dit is zo rot voor jou/jullie”. Gelijk hoe is gepast reageren altijd een moeilijk iets, soms denk ik wel eens “had ik maar dit of dat gezegd” of “zou die persoon dat niet verkeerd opgenomen hebben?” “Kan ik meer doen?” Ik moet ook keihard mezelf inhouden om niet mijn eigen verhaal te brengen.
“Baby Volt” is ondertussen anderhalve week oud! Zoals ik reeds eerder schreef mag ik een boek weggeven onder de bloglezers! Omdat ook het debuut “Vloed” heruitgebracht werd mèt een nieuwe cover mag ik ook hiervan een boek weggeven! Jahei!
Hoe kun je deelnemen? Rechts bovenaan mijn blog in het menu zou je een pagina moeten vinden “Wedstrijd Volt”. Van daaruit kun je het antwoord op de volgende ultrasimpele wedstrijdvraag invullen:
“Hoe heet mijn kat?”
En met “mijn” bedoel ik uiteraard die van mij, niet die van jou!
De wedstrijd loopt tot het einde van de maand. De winnaar krijgt een mailtje!
Westouter has got it! Yeah baby it’s got it! Iets in dat dorpje zorgt voor een twinkeling. Voor een zeker je ne sais quoi. Maar Westouter staat voor alles wat bekoorlijk is aan De Westhoek. Het is dan ook bezaaid met wandelknooppunten. Eerder nog schreef ik over Het Tweebergenpad en vandaag deed ik een andere route die ook in het centrum van het luisterrijke dorpje start. Het Stiltepad kun je in drie afstanden stappen. Ik koos voor de kortste route van 6,8km. Om de ervaring compleet te maken besloot ik om geen podcasts of muziek te luisteren maar even alleen te zijn met het ruis in mijn hoofd.
Soms voelde het alsof ik in het verre niets terecht ging komen. Als de weg voor je naar een horizontale lijn leidt terwijl je in Heuvelland bent, kleine mindfuck dit.
Ook op deze wandeling vond ik enkele haiku’s. Puur en simpel.
Behalve de vogels, kabbelend water en in de verte misschien een tractor heb ik niets gehoord. De wandeling heeft zijn naam alleszins niet gestolen.
Deze wandeling is niet rolwagentoegankelijk. Door de hevige regenval van gisteren was het bij momenten ook een zompige boel, maar niets wat je met goeie wandelschoenen niet kan trotseren.
Voor de route van 6,8km volgde ik volgende wandelknooppunten: 1 – 2 – 59 – 3 – 4 – 5 – 9 – 8 – 14 – 21 – 64 – 22 – 10 – 19 – 1
“Het is niet helemaal perfect, dus ik ben niet tevreden”. We waren op een initiatiecursus handletteren toen ik een jongedame deze uitspraak hoorde doen. Iets in mijn schreeuwde: “Wat!!??” maar ik hield me stil. Tegelijk denk ik nog altijd dat ik iets had moeten zeggen. Ik wou haar duidelijk maken dat die drang naar perfectie echt voor niets nodig is. In de weekendeditie van De Morgen las ik een artikel over hoe het we met z’n allen weer beter een beetje luier zouden mogen worden. Zoals er wordt geschreven: “is het tijd om middelmatigheid, luie dagen en de slobbertrui weer te omarmen”. Ik voelde me niet aangesproken in de het deeltje waar werd gezegd: “dat we de prestatiemaatschappij al te veel geïnternaliseerd hebben om er echt afstand van te nemen”. Dat we in een druk-druk-druk-maatschappij leven, dat hoor ik van alle kanten. In mijn nabije omgeving viert burn-out en depressie hoogtij. En niemand is er vrij van. Zelfs ik niet. Daarom hou ik nog maar eens een pleidooi voor chillaxen en content zijn met de simpele dingen in het leven
Morgen is ook een dag.
“Ik doe het morregen“. Belgian Asociality was reeds in de jaren ’90 een voorstander van het uitstellen van taakjes. Het is goed mogelijk dat ik op eigenaardige tijdstippen een vaatwas leegmaak of een mand was plooi, maar het is evengoed mogelijk dat ik tegen die mand schop en er “Morgen!” achteraan zucht.
Je bent genoeg
De woorden spreken voor zich. Maar toch hoor ik nog regelmatig mensen zichzelf neerhalen. “Ik ben niet slim genoeg” “Ik ben niet mooi genoeg”. Wie zegt dat?
Foto’s op sociale media zijn slechts een fractie van de levens van anderen.
Als je daardoor kijkt ga je dit medium helemaal anders benaderen. Op sociale media wordt in veel gevallen enkel het positieve getoond. Er zijn wel accounts die echtheid en realiteit durven te tonen maar veelal zijn het gewoon mooie plaatjes. Voor mij allemaal goed en wel, ik post ook graag aantrekkelijke dingen. Zolang je maar beseft dat dit alleen niet mijn enige realiteit is, dat ik tien minuten voor die leuke foto van de jongens nog moest tussenkomen in een ruzie. Als dit bij mij zo is, dan is dit bij anderen ook zo. Door dat besef ervaar ik geen jaloezie als ik door mijn Instagram scroll.
Mensen zijn door de band genomen vooral met zichzelf bezig.
Wat anderen “misschien wel gaan denken”. Dat is van geen belang. Als ik vind dat ik een beslissing moet nemen dan ga ik me niet gaan afvragen wat anderen daarvan gaan denken. Meestal denken anderen daar zelfs helemaal niets van, want iedereen is voornamelijk met zichzelf bezig. In het slechtste geval zijn ze misschien een half uur bezig met wat ze over jou denken en gaan ze daarna meteen terug over naar de orde van de dag. Moet je daarop je beslissingen gaan baseren?
Er kunnen parasieten in je leven aanwezig zijn.
Het is niet altijd simpel of mogelijk om mensen uit je leven te bannen. Maar het kan een groot verschil maken als je beseft dat het parasiteren gaande is. Als je de kleine naaldjes die ze in je rammen kan herkennen. Ik steek graag mijn tijd in de mensen die me energie geven en de parasieten tolereer ik tot op een bepaalde hoogte. Dat neemt niet weg dat het ook energie vraagt om daar mee om te gaan.
Zelfzorg is niet enkel een modewoord
Hoewel “zelfzorg” wat beladen klinkt komt het er gewoon op neer dat tijd nemen voor jezelf van cruciaal belang is om goed te functioneren. Als je constant ten dienste staat van je job, je gezin of je kinderen, wanneer kom je zelf dan aan de beurt? We zorgen ervoor dat we nooit zonder platte gsmbatterij vallen, maar onze eigen batterij opladen komt pas op de laatste plek.
Er is niets mis met simpelheid.
Ik krijg jeuk bij de “harder better faster stronger”-mentaliteit. Ik probeer de dingen die ik doe goed te doen. Het constante streven naar beter, verder en meer, daar kun je mij niet voor motiveren. Ik ben wel graag bezig met zelfontwikkeling maar bij mij werkt vooral intrinsieke motivatie het beste. Waarom wil ik verder studeren? Omdat het mij interesseert. Niet om hogerop te geraken in mijn job (iets wat trouwens niet mogelijk is met wat ik doe). Het is goed zoals het is en zo mag het blijven. De cheesy quote: “Life begins at the end of your comfortzone”, dat is allemaal goed en wel, maar ik zorg er wel liever eerst voor dat mijn comfortzone op orde staat, dat is dezer dagen al meer dan werk genoeg!
De wereld zal niet vergaan als je niet al je doelstellingen behaalt.
Leesdoelen, loopgoals en bucket lists kunnen een goeie motivator zijn om uit je luie zetel te komen. Ik heb ook wel enkele aandachtspunten in mijn achterhoofd om te vermijden dat ik ter plekke vegeteer. Maar er mag van mij geen druk bijkomen. Kan ik maar tien boeken lezen dit jaar, so be it. Er zal hierdoor niemand ter plekke in brand vliegen. Is het voornemen om elk weekend één dag blanco te laten deze maand niet volbracht, dan kijk ik wel graag terug op de drie andere weekends waarin het wel lukte. Niets moet, alles mag.
Ik krijg wel eens de vraag hoe ik mijn flexibele uurrooster combineer met een gezin, een studie en een sociaal leven. En vooral “of dat niet lastig is met die stronturen?”. Tjah. Wat is lastig? De perceptie hiervan is voor iedereen anders. Ben ik nooit eens aan het balen als ik op zondag moet vertrekken om te gaan werken? Tuurlijk wel, maar meestal gebeurt dat zonder veel meer, het heeft te maken met mindset ook. Als ik de hele week loop te pruilen omdat ik het aanstaande weekend moet werken dan ga ik er inderdaad minder graag naar toe vertrekken. Mijn tijdsschema is gewoon compleet anders ingedeeld dan de gemiddelde werkmens die dagelijks van 8u tot 17u werkt. Om maar eens te duiden hoe mijn week eruit ziet maak ik graag eens een overzichtje van een random week.
Maandag 23 september:
Ik heb het voorbije weekend gewerkt en vandaag volgt uitzonderlijk een dagdienst omdat ik een collectieve vormingsdag heb op het hoofddomein. We starten om 8u en achtereenvolgens krijg ik informatie over financiering in de sociale sector, het decreet rechtspositie bij minderjarigen, EHBO en hechtingsstoornissen. Ik moet een hele dag neerzitten waardoor ik compleet perte totale naar huis rijd. Een hele dag spenderen in een grote groep is voor mij ook ècht wel een uitdaging (#waarzittendieintrovertenhier?) Ik spreek telefonisch af met de echtgenoot wie de kinderen van de opvang haalt. Er moet nog onderhandeld worden over huiswerk en minstens één stinkerdje gaat nog in bad. Als ze in bed liggen blijkt het nog een mooie avond te zijn en ik besluit om nog een avondwandeling te maken. De regen flirt met me vanuit de lucht. De wolken fascineren mij mateloos en ik geniet met volle teugen terwijl ik duchtig naar verse lucht hap. Het is nog maar eens overduidelijk: een hele dag binnen zitten is niks voor mij!
Dinsdag 24 september:
Vandaag is een recupdag. Als ik de kinderen heb afgezet op school ga ik terug naar huis en regel wat praktische zaken. Ik bestel om 10u tickets voor Elbow en rij daarna met een grote smile op mijn gezicht naar Roeselare waar ik enkele boodschappen wil doen voor mijn vrijwilligerswerk bij Gezinsbond. De regen vliegt met bakken uit de lucht, mijn regenjasje doet goed zijn werk. Over de middag lunch ik met Josefien bij POP in het centrum en daarna stap ik nog eens vlug de winkelstraat in bij mijn favoriete winkel JUTTU. Om 16u pik ik mijn zonen op aan de schoolpoort en gaan we over tot de routine van “onderhandelen over huiswerk maken”, het andere stinkgatje in bad steken en maaltijden voorbereiden voor die avond en de dag erna. Ondertussen doet de wasmachine enkele rondjes want diezelfde avond nog ledigen we ons volledige washok en proberen we alle toestellen in onze garage te tetrissen. Ik poets de vloer en de ramen in het washok terwijl het leeg is. De echtgenoot pakt de keuken aan en stopt de kinderen in bed. Rond 20u30 ploffen we in de zetel en streamen we Studio Tarara vanop de VTM-app. Mijn handen ruiken naar javel.
Woensdag 25 september
Ik probeer om één woensdag per maand vrijaf te nemen (we moeten sowieso maandelijks dagen verlof inplannen dus dat lukt wel). Er komt ook vandaag “tegen de middag” een firma om een nieuwe vinylvloer te placeren in het washok en in het toilet dus ik ben gebonden aan mijn huis tot de werkman komt. Met mijn ouders sprak ik eerder af dat zij de kinderen oppikken zodat ik hier kan blijven wachten over de middag. In de voormiddag studeer ik een beetje en trek ik naar de lokale AVEVE om een pakket van Bol.com op te pikken. Ik vergeet mijn portefeuille waardoor ik het pakket bijna niet meekrijg. Uiteindelijk kan ik via mijn smartphone ergens wel bewijzen dat ik de ontvanger van het pakje ben. Vreselijk frustrerend en tijdrovend allemaal. Nadat de werkman aan zijn vloer begon pik ik de kinderen op. Ik ga naar Momhell (zoals Babs het op instagram verwoordt): de binnenspeeltuin. Het regent nog maar eens en door de werken in ons huis ben ik wat gedwongen tot een oplossing. Ik neem mijn cursus mee maar kan me niet zo goed concentreren door het getier van sommige kinderen. Mijn zonen hebben me zoals ze me het liefst willen: vrijgevig en tolerant. Want een ijsje of een wafel smikkelen, dat kan er ook wel nog bij. Oh ja, voor een keer.
Donderdag 26 september
De wekker staat om 5u15 want ik start mijn werkdag om 6u15. Om 9u30 moet ik alweer naar het hoofddomein voor nog een vorming. Het is veel vlugger dan verwacht 12u. De vorming was best boeiend. Ik stop bij Lidl voor wat boodschappen en bij Bruwanski om eindelijk eens een brommerslot te gaan kopen. Nadat ik thuis de boodschappen heb uitgeladen blader ik door wat tijdschriften in de zetel. Het vroege opstaan doet me even de das om en ik sukkel in een klein hazetukje. Het tingelende alarm van mijn gsm wekt me en een dampende koffie brengt me bij mijn positieven. Een kwartier later vertrek ik zenuwachtig naar de osteopaat voor een behandeling aan mijn nek. De gedachte aan wat er komen zal bezorgt me lichte stress. Ik ben dan ook een heel verkrampte patiënte op de behandeltafel en moet mezelf inwendig echt toespreken: “Laat het los, laat het los, het zal geen pijn doen”. Het doet effectief geen pijn en de volgende dag voel ik al veel minder spanning tussen mijn schouderbladen. Na schooltijd speel ik taxi voor de oudste zoon die in de karateles trots zijn eerste streep verdient. De echtgenoot gaat ondertussen fitnessen.
Vrijdag 27 september
Wegens een schoolvrije dag voor de jongeren op het werk heb ik weer een volle dagdienst. Werkdagen vliegen in een roes voorbij en het werk is absoluut niet afgewerkt als ik om 16u30 vertrek. De vrijdagavond spendeer ik met enkele manden was en een extreem vermoeide kleuter die de vrijdagavondtantrum een nieuwe dimensie geeft. Such fun. ’s Avonds kijken we verder naar Studio Tarara, zoals elke avond deze week.
Zaterdag 28 september
Behalve de boekvoorstelling ’s avonds staat er niets op het programma. How I love my blanco weekenddagen! Toch wordt de dag al vlug volgestouwd met weekmenu’s maken, boodschappen doen, hopen dat de regen ooit voorbij gaat en de kinderen naar hun logeerplekjes voeren. Ik neem mijn tijd om me rustig klaar te maken voor het feestje ’s avonds, we hebben beide moeite om te beslissen wat we gaan aantrekken.
’s Avonds stroomt mijn hart over van trots als ik zie hoe de boekvoorstelling verloopt. We belanden in verschillende interessante gesprekken met mensen die we al een tijdje niet meer gezien hebben. Het verstand wint het echter van het gevoel en we beslissen om tijdig naar huis te gaan. Als we om 1u in bed belanden voel ik me loom en uitgeteld.
Zondag 29 september
Als ik opsta heb ik splinterende koppijn. De twee glazen witte wijn de avond voordien zijn de boosdoeners. De koppijn in combinatie met het slaaptekort zijn een bumper op mijn weekendvreugde maar ze forceren me wel om het weer rustig aan te doen. De kinderen geraken uiteindelijk terug thuis en tegen de middag eten we samen kroketjes uit de oven. Ik kijk er tot op de dag van vandaag nog altijd gelukzalig op terug, want mmmm kroketjes. ’s Middags doen we even van schermtijd terwijl ik me bij de kinderen in de zetel nestel. Een half uurtje later schiet ik weer wakker, mijn hoofd staat nu compleet op ontploffen en een dafalgan is het enige reddingsmiddel. Ik voer Ilja naar de CHIRO en rij dan door naar Het Tabaksmuseum in Wervik. Daar neem ik deel aan een geleide rondleiding door het werk van Carll Cneut. Ik volg hem al een tijdje op sociale media en had gezien dat er een tijdelijke expo was in Wervik waar hij ereburger is. Er worden vooral werken uit het laatste boek tentoongesteld en de uitleg is boeiend. De details in de schilderijen zijn fenomenaal en ik kan niet stoppen met ernaar te staren. De mensen van het museum hebben ook koffie voorzien voor de groep. Thank God for that! Om 17u pik ik een volgeschilderde Chiro-boy op en doen we van zondagavondchillaxen nadat we alles hebben voorbereid voor de volgende dag.
Hij kan niet meespreken als ik hem vertel over een vrijdagavondtantrum bij de kleuter, dus doe ik het weinig tot niet. Ik kan niet meepraten over de verschillende auteurs waar hij reeds de boeken van recenseerde. Mijn boekenkennis is slechts een fractie van de zijne, zijn kennis over de sociale sector is dan weer minder courant. Onze levens lopen niet echt gelijk. Hij leest en schrijft als broodwinning, ik doe het als hobby en enkel als ik tijd vind. Hij kan met woorden toveren, terwijl ik maar wat in het wilde weg tokkel. Ik werk voor en met mensen, hij werkt veel in zijn ééntje. Wat we wel delen is ons nest. Onze jeugd en het gezin waarin we zijn opgegroeid. Ons introvert karakter en onze eendenpluimen. Ik ben blij dat ik twee kinderen heb, alleen al omdat ik weet hoe het voelt om een bloedband te hebben. Om te weten dat ik keihard mijn gedacht mag zeggen tegen hem en hij me daarvoor niet zal verstoten. We bemoeien ons bitter weinig met elkaar maar bij de belangrijke mijlpalen trachten we er altijd te zijn. Zoals de “geboorte” van zijn nieuwe boek.
Het voelt alsof ik vanavond naar een babyborrel ga. Het kindje genaamd Volt. Hoe het boek ook zal uitdraaien: deze tante is apetrots!