Page 46 of 117

It’s monday, I’m in love

Bij het uitladen van de vaatwasser stop ik het laatste restje weekend in de schuif.  Met de propere barbecue-tang in mijn hand besef ik dat het weekend me leeggezogen heeft.  Toch zou ik het niet anders willen.  Op maandag besef ik hoeveel ik van zondag hou.  De ijslepel in besteklade verraadt dat de zon ons deugd deed.   Op de tafel zie ik Ilja’s verjaardagscadeautje van zijn peter.  Ik viel ook in de prijzen.  Als het nieuwe boek dat ik kreeg zo goed is als het vorige dat hij me gaf, dan ben ik weer vertrokken voor een periode van ultiem leesplezier.

img_3804

De kwetterende kinderen breng ik naar de schoolpoort.  Ik maak er een gewoonte van om iets verder te parkeren en het laatste restje te voet te doen.  Niet alleen vertellen ze me veel meer, ze zijn nog even in de buitenlucht en ik kan zelf de temperatuur van de dag inschatten.  De volumeknop bij Linus staat veel te hoog, ik probeer hem te temperen maar het lukt me niet.  De kranen die het marktplein herinrichten rijden aan en af, het is een hemels schouwspel voor hem en hij probeert hun geluid te overstemmen.  Kun je enthousiasme eigenlijk ooit kwalijk nemen?

Op Vaderdag slaagde ik er min of meer in om de rakkers stil te krijgen terwijl ze van de trap slopen met hun cadeautjes.  Bij het klaarzetten van het verrassingsontbijt kon ik het niet laten om de hele tijd te gniffelen.  Een driejarige die de hele tijd enthousiast fluistert blijkt super-grappig, zeker als je weet dat hij het bijna nooit doet.  Hun afwachtende gezichtjes zijn het mooiste cadeau voor mij.  De knuffels en de versjes zijn dat voor hem.

img_3789

Ik scrol door mijn foto’s en besef dat het weekend open en dicht ging.

img_3771

Het Vaderdagbezoek bij mijn schoonvader en de nieuwe puppy.

img_3733

Pyjamaselfies waar ik niet aan te pas kom door een bende Vitaminis-knuffels.

img_3778

Een Podcast-and-walk-avondeditie in het zonnetje.  Blote benen met wandelschoenen….het blijft een gek zicht maar achteraf was ik toch blij dat ik de 5 km niet op mijn slippers had afgelegd.

Ik whatsapp een filmpje door naar mijn collega’s bij Gezinsbond.  We zijn wild op zoek naar een alternatief voor de milieuvervuilende ballonwedstrijd.  “Een rupsenrace is alleszins biologisch afbreekbaar” grappen ze terug.  Een waardig alternatief voor de wedstrijd waarbij kinderen op een later tijdstip hun prijs moeten komen ophalen is altijd welkom!

Ik doe enkele boodschappen (Amerikanen noemen dit zo mooi: “to run errands”) alvorens ik naar huis ga om de wasmachine op te zetten.  De barbecuegeur in het washok overheerst nog even het feit dat de week terug begonnen is.  Have a good one!

Neen. Nog steeds niet…

Ik was al drie uur te laat op het werk toegekomen.  De stress laaide hoog op, brandend in mijn luchtpijp.  Het enige wat door me ging was: “Is het al zo laat?  Is het al zo laat?  Hoe is het mogelijk dat het in godsnaam al zo laat is?”  Als een kieken zonder kop begon ik op het werk rond te lopen.  Er waren drie uren verloren en ik wist niet waar ze waren, hoe ik het moest oplossen.  En daar stond ze me te observeren.  Haar frou-frou nog altijd even recht.  De bril mooi opgeblonken.  Ze lachte naar me.  Of ze lachte met me.  Geen idee maar haar glimlach was nog steeds dezelfde.  In de droom wist ik “dit is een visioen, ze is er niet meer” maar ik bleef kijken.  En zij bleef lachen.

Bij het schillen van de aardappelen deze voormiddag kwam de droom terug.  “Lieselotte!  Zo’n dikke schillen van je aardappelen!” gierde ze ooit.  Ik antwoordde lacherig: “het zijn maar aardappelen, als de schil te dik is, dan schil ik er gewoon één extra om het verlies te compenseren!”

Het verlies valt echter niet te compenseren.  Bij elke veel te dikke aardappelschil slaat dat besef mij recht in mijn gezicht.

 

it must be: home alone for the weekend

…en met alleen bedoel ik niet: me, myself and I maar: me, my children and I.  Dus echt alleen was ik niet.  De echtgenoot ging het voorbije weekend oorlogssites bezoeken in Normandië met zijn vader en broers.  En wat doe ik zoal tijdens zo’n weekend?

Op vrijdag:

Rondmailen voor een opleiding die ik wil volgen in het najaar.  Wordt vervolgd…

Het volledige derde seizoen van “You Me Her” bingewatchen op Netflix

Ongeloofwaardige verhaallijn, slechte hoofdrolspeler (Jack) maar toch een volledig seizoen uitkijken op één avond.  It must be a brainless wijvenserietje.

Op zaterdagvoormiddag:

Twee boxen speelgoed van de zolder halen en de wisseltruc uitvoeren.  Kinderen die toch zeker twee uren spelen alsof ze net van de speelgoedwinkel komen.  It must be my lucky voornoene.  

lucky voornoene

Op zaterdagnamiddag:

“Up de ruttel” (“op de bots”) een vriendin uitnodigen om ons te vergezellen naar De Palingbeek voor een wandeling, wat speelpleinplezier en een drankje op het terras.  Enkele broertjes-ruzies rond takken die dienen als bazooka’s en een bloedneus op het springkasteel.  It must be a regular saturday.

Op zaterdagavond:

De klasvriendinnen ontvangen voor een simpele spaghetti.  Praten, tateren, gieren alsof we niet ineens 7 jaar ouder maar 7 jaar jonger zijn sinds ons afstuderen. Serieus. Vriendinnen die “hoe zie ik eruit?” roepen en daarbij twee blauwe bessen in hun ogen duwen.  I must be so lucky!

78c31b49-8264-4dbe-bf20-f525c48dc15b

Op zondagochtend:

Veel te vroeg moeten opstaan nadat je er veel te laat in zat.  Gelukkig een ontbijtje geleverd krijgen via de ouderraad van een schooltje in de buurt.

img_3675.jpg

Een beetje smikkelen met de kinderen: een sandwich, een chocoladekoek.

Naar geweldige muziek luisteren via Spotify: it must be meekweeltijd.

Queen

Op zondagvoormiddag:

Zondag plandag.  Beslissen om deze week de recepten van Finding Mini Me te testen en het weekmenu hieraan aanpassen (aankomende verjaardagsfeestjes niet ingerekend).  It must be an offday on the scale.

img_3683

De kinderen schaamteloos laten youtuben terwijl je bezig bent met eten maken, planningen opstellen en boodschappenlijstjes maken.  It must be lazymommyday.

img_3693

 

 

en de winnaar is….

Remember bloghoppen?  Ahja, juste!

We zijn vandaag 1 juni dus dat betekent dat de wedstrijd afloopt.

Er werden vijf gokjes gewaagd om de boeken te winnen:

Caro gokt 16,7

Sofie (fieke): 15,7

Kathelyne: 14,9

Lore: 14,6

Marlies: 17,1

Gisterenochtend zette ik Linus op de weegschaal.  Althans, ik liet hem er vier keer op en af komen omdat hij altijd te vroeg afstapte.   Het resultaat was:

 

 

Dat betekent dat Sofie van Fiekefatjerietjes de boeken wint!  Sofie, mail me eens je contactgegevens door dan stuur ik de boeken op, ik laat het boek van mijn broer signeren voor je!  De anderen ben ik dankbaar voor het deelnemen en het bloghoppen!  En merci Nina voor de organisatie!

Een groeifeest in dertig beelden.

Bij de geboorte van onze kinderen kozen we ervoor om hen niet te dopen aangezien wij niet katholiek zijn.  Nu Ilja in het eerste leerjaar zit besloten we om zijn leven en de gretigheid waarmee hij groeit te vieren samen met onze familie en dichte vrienden.  Terwijl de andere kinderen van zijn klas hun communie deden hielden we een klein ritueel waarbij Ilja werd omringd door een hele berg mensen die iets betekenen voor hem.  We stonden stil bij zijn geboorte en zijn leven tot nu toe en namen tijd om mensen rond ons te bedanken voor hun aandeel in dit groeien.  Ook omgekeerd werd Ilja door andere mensen in de kijker gezet.  Het werd een mooi feest waarin hij centraal stond en wij  konden samenzijn onder een stralende zon.  Zondag 6 mei was een zalig dag.  Voor ons allemaal.

20180506_lentefeest_ilja_00420180506_lentefeest_ilja_00520180506_lentefeest_ilja_01520180506_lentefeest_ilja_02220180506_lentefeest_ilja_01620180506_lentefeest_ilja_02720180506_lentefeest_ilja_02820180506_lentefeest_ilja_06220180506_lentefeest_ilja_07020180506_lentefeest_ilja_09920180506_lentefeest_ilja_097

Er werden tekstjes gelezen, woordjes gezegd, pinata’s geklopt.  Peter maakte muziek, meter vertelde over hoe we haar als meter hebben gevraagd.  Allemaal fijne herinneringen en veel nieuwe dingen voor Ilja.

20180506_lentefeest_ilja_10320180506_lentefeest_ilja_11720180506_lentefeest_ilja_11220180506_lentefeest_ilja_13020180506_lentefeest_ilja_14720180506_lentefeest_ilja_161

“Ik wens je tijd om te dromen, tijd om te doen,

tijd om lief te hebben, tijd om te leven

en de kracht om altijd jezelf te blijven”

20180506_lentefeest_ilja_162

“Lichtpuntjes…

Soms zijn ze groot, soms zijn ze klein

Je hoeft ze niet te zoeken, je kunt ze ook zijn!”

20180506_lentefeest_ilja_159

” Wees een boom die met zijn takken de hemel streelt.

Wees vrij als de vogel in je kruin.

Wees sterk in de storm.

Wees wij die op een zonnige dag in jouw schaduw verpozen.”

20180506_lentefeest_ilja_16420180506_lentefeest_ilja_21320180506_lentefeest_ilja_040

“Wees moedig, wees sterk, wees dapper, en werk hard voor al je dromen, zodat ze uit zullen komen!”

20180506_lentefeest_ilja_26920180506_lentefeest_ilja_125 (2)20180506_lentefeest_ilja_174

Een oldtimer, zonnecrème en cupcakes die bij zijn hemdje pasten.  Dino’s, fietsjes, go-karts en bellen blazen.  Echt gewoon simpelweg een fijne dag.

20180506_lentefeest_ilja_14820180506_lentefeest_ilja_23120180506_lentefeest_ilja_26320180506_lentefeest_ilja_24920180506_lentefeest_ilja_243

img_3223-1

 

de teksten tussen aanhalingstekens zijn enkele van de vele gemaakt door de aanwezigen.

alle foto’s (m.u.v. de laatste) zijn van de hand van Kelly Steenlandt.  Ze vergezelde ons gedurende een gedeelte van de dag dus ik heb er nog tonnen meer.  Meer info over zo’n reportage kun je vinden op haar website. 

The 7 myths of happiness #4

Ohja soms start ik eens een reeksje en dan werk ik dat niet af.  Tjah. Gebeurt wel eens.  Of ik pik het terug op na een half jaar.  In november schreef ik de laatste keer over de “7 Myths of happiness” .  Je hoort erover in deze podcast van Gretchen Rubin:

 

Voor wie geen zin heeft om te luisteren: in aflevering 130 worden 7 mythes rond geluk besproken.  Mythe 1 behandelde: “People find happy people annoying and stupid”, mythe 2: “Nothing changes a persons’ happiness level much en mythe 3: “A treat will cheer you up”.  Nadat ik de voorbije week nog eens diezelfde aflevering beluisterde begon ik er weer over na te denken.

Myth #4: “Money can’t buy happiness”

Tricky!  Gezien geluk een gevoel is kan je het uiteraard niet kopen.  Maar zoals ze het in de podcast en de shownotes ook beschrijft en bespreekt: geld kan er wel toe bijdragen.  Het is pas als je geld tekort komt dat je beseft hoeveel gemakkelijker het is als je er wel hebt.  De evidentie waarmee die som geld op het einde (of in mijn geval drie dagen na het begin) van de maand op je rekening verschijnt is eigenlijk goud waard.  Bij mij is dat ook het moment waarop ik gretig potjes begin te vullen in mijn YNAB-programma (best day of the month).  Als ik naar mezelf kijk zie ik eerder een gierige pin, maar ik sta er veel te weinig bij stil dat het voor mensen soms het moment is om weer eens deftig eten te kopen, om misschien eindelijk die kapotte schoen te vervangen van hun kind.  Of dat die evidentie er gewoonweg niet is, geen inkomen.

Er is veel meer armoede dan je denkt en het zit soms vlak onder je neus.  Dus ik vermoed dat geld bij veel mensen wel kan bijdragen tot hun algemeen (lees: praktisch) geluk.  Ik ben uiteraard zelf ook content als ik merk dat ik kan sparen of iets kan kopen waar ik al een tijdje op “begoest” ben.  De laatste jaren begin ik strikter en strikter toe te zien op ons budget.  Ik leerde meer “zaaien naar den zak”.  Waar ik vroeger wel al eens iets kocht omdat ik dacht het nodig te hebben blijk ik nu veel minder die redenering te maken.  Veelal heb ik eigenlijk niets nodig.  Ik betaal wel graag voor een belevenis: een feest, een activiteit met de kinderen of een reis.  Of voor een extra bakje verse aardbeien bij de fruitboer misschien.  Ik betaal graag de dienstencheques voor hulp in huis.  Online shoppen vermijd ik en als ik dan toch eens een winkelkarretje vul klik ik de site dicht en ga ik iets anders doen.  Negen van de tien keer vergeet ik dat ik het had openstaan.  Tegelijk ga ik wel online kijken om promoties te spotten voor als ik eens ècht iets nodig heb (zoals pampers die gelukkig enkel ’s nog nachts in gebruik zijn).

Ik probeer mijn kinderen bij te brengen dat niets vanzelf gaat maar dat is zo’n moeilijke opdracht.  Ik wed dat veel mensen die in armoede leven keihard zouden draaien met hun ogen als ze lezen dat mijn kinderen vijf euro mogen spenderen op een rommelmarkt.  Voor tien euro kun je namelijk veel eten kopen.  Toch durf ik wel eens sakkeren dat ik het leven wel duur vind en ik besef dat de duurste jaren ons nog staan te wachten.  Maar ik ben gelukkig dat ik niets tekort kom.  Het gaat niet over materiaal of over mooie kleren, maar over het feit dat ik op het einde van de maand geen stress ervaar.  Omdat ik niet ergens moet scharten om nog een laatste euro te vinden voor een klein brood of moet piekeren over hoe ik de schoolrekening ga betalen.

Ben jij een big spender of draai jij elke euro om?  Gebruik jij budgetprogramma’s?

 

PS: De Bloghop-wedstrijd loopt deze week af!  Wie twee boeken wil winnen via deze blog kan nog zijn gokje wagen!  (kost geen geld 😉 )

Ook Maison Slash schetst regelmatig een realistisch beeld over hoe de portemonnee van andere mensen eruit ziet.  Interessant!

 

Een goed doel en een wrang gevoel.

Ken je dat: van die situaties waarin je niks zegt en achteraf bedenkt “wat je had moeten zeggen” in de plaats van gewoon alles over je te laten komen?  Deze ochtend was ik een beetje kwaad tijdens mijn bezoek aan een rommelmarkt.  En je krijgt me niet zo vlug kwaad.

Wat zij zei:

“Kindjes!  Hier aan het kraam kun je voor één euro vissen.  Je weet niet wat je krijgt maar het is een cadeautje en de opbrengst gaat naar het goeie doel, kom maar vissen, het is niet moeilijk en het kost maar één euro.  Dat is toch niet veel geld hé?!  Alléé kindjes, kom maar vissen!”

Wat ik zei:

“Willen jullie vissen?  Jullie hebben elk centjes gekregen van mama en mogen kiezen wat je ermee koopt.  Als je wil vissen dan mag dat, maar het moet niet.”

Wat Linus (3 jaar) zei terwijl hij tegen mijn been aan kroop:

“Neeeeenn!!”

Wat Ilja (bijna 7 jaar) zei:

“Jaaaaa!!!”

Wat ik zei:

“Ilja, je hebt waarschijnlijk geen centjes meer genoeg hé?”

Wat zij zei:

“Maar mama of oma gaan dat wel betalen hoor kindje, kom maar vissen.  En je broertje ook.  Het is maar één euro!  Voor het goeie doel! Dat moet je wel doen hé!?”

Wat ik deed:

Zijn restje centjes aanvullen met kleingeld zodat hij alsnog kon vissen.

Wat zij zei:

“Oei oei oei oei, al dat kleingeld!”

Wat ik had moeten zeggen:

“Geld is geld toch??”

Wat ik zei:

“Geld is geld hé!”

Wat zij zei:

“en broertje!  Kom eens dichter!  Mama, als jij hem op een meter afstand houdt dan gaat hij zeker niet willen vissen hé, komaan!  Voor één euro!”

Wat Linus (aka broertje) zei:

“Neeeeeenn!”

Wat ik zei:

“Hij wil niet, neen.”

Wat Ilja kreeg nadat ze in haar wagen in enkele dozen ging scharten: een notitieschriftje.

Wat zij zei toen ze het hem overhandigde:

“Een heel mooi prachtig schriftje.  Er staat een skateboarder op!  Waw!  En ik had ook nog iets leuk voor je broertje ook, maar hij wil niet.”

Wat ik zei:

“Neen das jammer, maar hij is niet verplicht, kom Ilja, we gaan doorstappen”

Wat zij riep toen ik mijn rug draaide:

“amaai, en ze hebben daar een kwartier voor staan twijfelen, voor één euro mensen, en dan nog voor het goeie doel hé!!!”

Wat ik had moeten zeggen:

“Inderdaad mevrouw, ik probeer vandaag op deze rommelmarkt mijn kinderen bewust te maken van de waarde van geld.  Ze kregen elk vijf euro mee die ze mochten spenderen en op is op.  Ik vind het nobel dat u het goede doel wil helpen, maar ze zijn al de hele ochtend aan het wikken en het wegen.  Ze tasten aan hun geld, ze tellen de centjes en Ilja durfde zelfs afdingen.  Linus kocht een smurfentas en Ilja pokémonkaarten die hij heel zorgvuldig uitkoos.  Misschien is het kleintje nog niet echt helemaal mee in den draai maar ook hij heeft recht om “neen” te zeggen net als u en ik.  Ik wil mijn kinderen bijbrengen dat ze een vrije wil hebben en zich moeten wapenen tegen sommige mensen ook al hebben diezelfde mensen het misschien wel goed voor met de rest van de mensheid.  Ik vind u eerder opdringerig en ik hou er niet van dat u mijn gezag ondermijnt en mij belachelijk maakt ten aanzien van mijn kinderen en de andere mensen die hier in de buurt staan en al zeker niet achter mijn rug.  En kunt u me eens zeggen welk goed doel ik nu gesteund heb?”

Maar ik zei niets en liep een halve voormiddag inwendig te vloeken en te fezelen tegen mijn echtgenoot van “godverdomme” en “als hij nu niet wil” en “’t geld was dan nog niet goed genoeg ook!” gevolgd door: “Vissen?  Er hing niet eens een vislijn aan, het was gewoon een kapotte stok waarmee ze dingen moesten opscheppen, noem jij dat vissen?  Ik noem dat prikken en hopen dat je het mee hebt!

Maar ik heb gezwegen.  En het goede doel gesteund.  Misschien maar met een handvol kluttergeld maar ’t is beter dan niets.

 

 

Podcast and walk

Eén van de weinige voordelen aan de flexibele werktijden in de sociale sector: je bent al eens vrij tijdens de week als je het weekend moet werken.  Nu beide kindjes naar school gaan is het dan ook geweldig, gezien ik alles gewoon vlotjes op mijn ééntje kan doen.  Ik hoef geen kinderen mee te slepen in de Colruyt tijdens het rush-uur, ik kan afspreken met vriendinnen die freelancen en dus ook niet aan werkuren zijn gebonden of ik kan gewoon sporten overdag.  De drie extra kilootjes die ik meebracht uit New York blijken enorm hardnekkig te zijn  Normaal zou ik zonder veel problemen drie kilo kwijt kunnen spelen, maar de maanden april en mei brachten nogal wat feestjes met zich mee.  En…..my resistance was weak als het op chipjes, nootjes en ijsjes (want de zomer is toch al voorbij toch?) aankwam.  Dus bleven die drie fuckertjes lekker plakken.  De grove middelen dus maar: extra bewegen en minder snoepen.  Want dat is het enige dat goed werkt in mijn geval.  Gewoon meer van het ene en minder van het andere.  Op de dagen dat ik niet ga lopen doe ik meestal gewoon verder met mijn gewone routine maar deze week besloot ik telkens ook een grotere wandeling te maken.  Alleen maar om de beweging op te drijven.  Sinds ik de wereld van de podcasts aan het exploreren ben is het dan ook gewoonweg dikke leute om een wandeling te maken.  Ik kijk er zelfs naar uit, ook al moet ik er mijn lelijke wandelschoenen  voor aantrekken, die blijven een blessing.

Enkele maanden geleden downloadde ik de app van Wandelknooppunt.  Ik vergat wel al eens dat ik een actief abonnement heb maar vandaag deed ik een wandeling in Dikkebus.  Ik koos voor een middelmatige toer van 6 km en luisterde naar Happier.

 

Waarom wandelen?  Is dat niet voor gepensioneerden eigenlijk?  Naah, ik denk het toch niet.  Wandelen is volgens mij net iets minder belastend voor je lichaam dan lopen en het heeft er  toch een effect op.  De buitenlucht doet enorm veel deugd en doordat ik podcasts beluister kan ik twee dingen combineren.  Ik werk aan mijn fysieke gezondheid en ik leer iets bij.  Plus ik zie regelmatig heel mooie gebieden die zich blijkbaar in een straal van 20km rond mijn huis bevinden.

 

img_3472.jpg

Ik kan het iedereen aanraden.  Vandaag deed ik deze toer:

 

en onderwijl kwetterden Gretchen en Liz in mijn oor allerlei hacks om happier te worden.  Double win!

 

Heb jij nog concrete tips om mijn drie extra kilo’s te lijf te gaan?  

De 7 Ge’s #5

Gesnoept: beertjesbrij.  Blijkbaar kun je dat ook zo op zijn geheel oppeuzelen, gewoon een beetje extra trekken met je tanden.  Ik heb wel gezorgd dat niemand mij bezig zag.

img_3273

Gewaand: in een klein stadje in Frankrijk eventjes.  En dat allemaal terwijl ik gewoon door Ieper centrum aan het stappen was.  Wat de zon allemaal niet kan verwezenlijken hé.

img_3130

Geobserveerd: Hoe Kelly Ilja op de foto kreeg vorige zondag op zijn groeifeest.  Hoe ze rustig met hem omging,  bijna onzichtbaar was op het feest en tegelijkertijd de hele tijd aanwezig (al heb ik haar toch even kunnen strikken voor een selfie).  Ik kijk uit naar de resultaten!

img_3177

img_3211

Gekocht: een nieuwe droogkast.  Het was van moeten nadat ons vorig exemplaar van 11 jaar oud begon te roken en feuzen.  Milieubewust kun jij mij alleszins niet noemen, en neen daar ben ik niet trots op maar een droogkast is voor mij iets dat ik meteen vervang als het stuk gaat.  Als ik vertel tegen mensen over mijn kapotte droogkast krijg ik soms de reactie dat ik nogal veel was heb.  Bij nader inzien is het misschien wel zo, of zijn er nog mensen met een gezin van 4 die elke week 5 tot 7 wasmachines draaien?  De brandverzekering betaalde ons toch nog iets uit.  Met het geld kan ik met moeite een voorraadje was-producten betalen maar kom…

img_3300

 

Gefeest: niet alleen op het groeifeest van Ilja, maar ook lekker gesmuld op een communiefeest bij vrienden en vandaag nog een trouw op het stadhuis!  Drie keer in één week, it must be may!

img_3259

Geluk: Met zo’n lieve vriendinnen en hun even flinke zoontjes!  Hoe cute is dit?

img_3234

Gewerkt: het kan niet elke dag feest zijn natuurlijk.  Al vind ik het niet echt lastig om te strijken in zo’n omstandigheden!  En dat ik an sich bitter weinig strijk heeft er ook wel mee te maken denk ik.

img_3244

 

Gastblog: Talitha van met haar blog

Remember 40 dagen bloggen?  Er zijn menig bloggers die er zich aan waagden.  Er zijn zelfs een heel aantal mensen die het ook effectief hebben volgehouden!  Chapeau!  Onder hen Talitha.  Wie kent haar nog niet? Op haar voorstel om te gaan gastbloggen tijdens de 40-dagen challenge ging ik in eerste instantie niet in omdat ik helemaal de courage niet had om 40 dagen te gaan schrijven.  Maar bij nader inzien blijkt het internet helemaal geen regels op te leggen en al zeker wij onszelf niet, dus komen we toch even bij elkaar langs voor een postje op elkaars’ stek.

En waarom moet ik nu weer bij Talitha gaan lezen eigenlijk?  Zeg het mij nog een keer?

Ik prees haar talenten hier al eerder in januari, ik zou het zo opnieuw doen want ik blijf fan van haar random brainfarts zoals ze ze zelf graag beschrijft.  Ze durft te schrijven wat ze denkt ook al is dat niet altijd wat je eigenlijk wil horen.  Zo las ik haar recensie van Het Smelt vorige week terwijl ik aan het scrollen was door de blogposts en vond ik het wel straf dat er weinig goedmakerij in stond.  To the point, rechtdoor en sorry voor jou als je het niet fijn vindt.  Ik ken veel mensen die jaloers zijn op die stijl en het zelf niet durven, inclusief mezelf.  Ze komt van achter de hoek bij mij thuis.  Als je uit de Westhoek komt is alles achter de hoek.  Ze schaamt zich niet over haar roots, ook al bevalt het haar niet altijd even goed om de lokale economie te steunen, we moeten allen eens door de zure appel van het fout gekozen restaurant bijten hé.  I’m zipping the lip now!  Voor u: Talitha!


Negen kleine dingetjes over Nederland

Een tijdje geleden verbaasde Liese zich nog over negen kleine dingetjes over Amerika. Ik besloot om hetzelfde te doen, maar dan over Nederland. Ik woon inmiddels al 9 jaar in Amsterdam (ik kom oorspronkelijk uit de diepe krochten van de West-Vlaanders en deel mijn bakermat met Liese) en hoewel ik van tevoren nooit had gedacht dat er grote culturele verschillen zouden zijn, heb ik toch wel aan een hoop dingen moeten wennen. En dat bedoel ik niet per se negatief, hoor. Niet zoals menig Vlaming die zich verbaast over iets in Nederland met een attitude van ‘zo stom, bij ons is dat toch veel beter en logischer zulle’. Maar gewoon, in de zin van: oké, hier doen ze het blijkbaar zo. Duly noted. Dan ga ik dat ook maar doen. Want integratie enal. En zo komt het dat ik inmiddels al best wel hard moest nadenken om dit lijstje te vullen.

Veel kleine dingetjes leer je namelijk zonder dat je erbij stilstaat. Door simpelweg ergens op te groeien. De manier waarop je iemand begroet, waarop je je in bepaalde situaties gedraagt, hoe je iemand aanspreekt,… Het zijn de dingen die je pas opmerkt als je eenmaal ergens anders woont in plaats van er enkel op vakantie bent. Daarom, bij deze, een lijstje met 9 dingen die in het dagelijkse leven van de doorsnee Nederlander doodnormaal zijn maar in België, ehm, iets minder.

1.  Iedereen feliciteert iedereen met andermans verjaardag

Een van de allergekste gewoontes in Nederland, waarvan niemand me tot op de dag van vandaag heeft kunnen vertellen waar het in godsnaam op slaat, is om elkaar te feliciteren met het feit dat iemand anders jarig is. That’s right: als je naar een Nederlands verjaardagsfeestje gaat, moet je letterlijk ie-de-reen in de ruimte feliciteren. Met de jarige. Als Liese dus jarig zou zijn en ze nodigt mij uit (stille hint – ik hou nu eenmaal van die heerlijke West-Vlaamsche slagroomtaarten straight from the nineties), dan zou ik na aankomst alle aanwezigen moeten begroeten met de gezegende woorden: “Gefeliciteerd met Liese.” En ja, dat is in de praktijk werkelijk even belachelijk als het klinkt, kan ik u verzekeren. Het is sowieso eigenlijk al raar om iemand te feliciteren met het feit dat ze x jaar geleden ter wereld zijn gekomen. I mean, da’s een prestatie waar je zelf amper wat voor hebt hoeven doen. Felicitaties zijn feitelijk enkel op zijn plaats bij de ouders van de jarige. Laat staan dat je dus nog eens de rest van zijn/haar omgeving zou feliciteren. Enfin, waarom ze het allemaal al decennialang doen, weet niemand in Nederland, maar het schijnt dat elke keer als je het niét doet er ergens op de Veluwe een puppy wordt vermoord. Dus blijven ze het maar doen.

Bonus: Nederlandse collega’s trakteren altijd met taart op hun verjaardag. Altijd. En da’s fijn.

2.  Nederlandse huizen hebben bijna standaard extra vloerplintjes

En die zijn het werk van de duivel, zeg ik u. Ze zijn lelijk en godsgruwelijk irritant, want negen van de tien keer zijn ze slecht geplaatst en dus scheef, nog lelijker, raken constant los én vangen enorm veel stof. Het is vreselijk ambetant stofzuigen, ook. Neen. Gewoon neen.

Bonus: (oudere) Nederlandse huizen hebben ook vaak vlakspoeler-wc’s. I shit you not (hehe), die bestaan. Een Nederlandse uitvinding om je de gelegenheid te geven om al je boodschappen, groot en klein, aan nadere inspectie te onderwerpen. Is goed voor de gezondheid, zeggen ze.

3.  Bij een eerste ontmoeting geef je altijd een hand

Dit heb ik echt moeten leren in het begin, omdat iemand een hand geven voor mij extreem formeel overkwam. Iets wat ik alleen maar bij een bezoek van de eerste minister zou doen, of zo. Maar in Nederland geef je standaard een hand als je iemand ontmoet, van je schoonvader tot je kapper en van je nieuwe collega’s tot de beste vriendin van je buurvrouw. Maak niet uit of ze zestien of zestig zijn en in welke context je elkaar ziet. Ik heb het mijn ouders ook echt moeten aanleren wanneer ze op bezoek kwamen. Toen we eens in de lift van mijn flatgebouw stonden en een buurman instapte, die zich vervolgens netjes wilde voorstellen, stonden zij er namelijk bijzonder opgelaten een beetje te kijken en ‘hallo’ te mompelen. Da’s de basic West-Vlaamse manier van communiceren met vreemden, maar voor het sociale Nederlandse volk is dat ronduit onbeschoft. Ik vind het zelf inmiddels ongelofelijk chill om te weten dat je alles en iedereen op één geaccepteerde manier kan begroeten (handje schudden en je naam zeggen), en verschrikkelijk irritant en awkward dat ik in België in een split second moet beslissen of ze verwachten dat ik een hand geef/een kus geef/twee kussen geef/drie kussen geef/eens ongemakkelijk sta zwaaien/helemaal niks doe. IK WEET HET ALLEMAAL NIET HELP MIJ IK HEB PROBLEMEN.

Bonus: oudere mensen (als in: oud genoeg dat je voor ze zou opstaan in de bus) spreek je in Nederland standaard aan in de u-vorm. Een heel mooie manier van respect tonen voor ouderen, vind ik dat. Iedereen doet het, zelfs tegen hun eigen oma en opa (wat ik dan wel weer raar en afstandelijk vind).

4.  Je houdt je hand voor je mond als je daar iets onsmakelijks mee doet in het openbaar

En dan bedoel ik niet alleen hoesten, maar bijvoorbeeld ook tussen je tanden pulken met een tandenstoker, of praten terwijl er eten in je mond zit. Dat mag allemaal, maar Nederlanders houden hun hand voor de mond terwijl ze dat doen. Net iets frisser voor everyone involved, dus bij deze de subtiele suggestie om dit zo snel mogelijk in België en omstreken te introduceren.

5.  Betalen doe je 99% van de tijd met je pinpas of je telefoon

En je pinpas, da’s dus je bankkaart. Dit punt is sowieso wel meer van toepassing op de grote steden, maar zelfs in dorpjes wordt er merkbaar meer gebruikgemaakt van elektronisch geld dan cash, zeker in vergelijking met België. Ik word echt gestoord van het feit dat er nog steeds maar zo weinig elektronisch betaald kan worden down under. Want in Amsterdam is mijn leven serieus zo goed als cashloos. Ik heb het gewoon niet. Nooit. Ik kan alles pinnen. De kleinste bedragen in de kleinste winkels. Tickets rechtstreeks in de tram. Blikjes uit een automaat. Noem maar op en ik kan het sowieso pinnen. Onderling betaalt niemand elkaar ook terug met cash: wij sturen Tikkies. In België is er sinds een tijdje Payconiq en da’s ongeveer hetzelfde, maar voor zover ik heb ondervonden nog niet zo ingeburgerd als Tikkie. Ik heb het zelf wel, dus wie mij in de toekomst een koffie voorschiet in de bakermat: stuur me maar een Payconiqske! (Bekt toch minder lekker dan een Tikkie, ma gow…)

6.  Op vrijdag doen we van vrijmibo

Oftewel: de vrijdagmiddagborrel. Een gewoonte in zowat elk Nederlands bedrijf: op vrijdag na werk gezellig met je collega’s borrelen. Borrelen betekent zoveel als ‘aan de toog hangen’, maar dan zonder toog, want je doet het meestal op kantoor zelf. Het verschilt per bedrijf, want sommigen hebben ook een vast café waar ze elke vrijdag met z’n allen heen gaan, maar bij mij vinden de vrijmibo’s steevast plaats op kantoor. De vrijmibo is zelfs zó belangrijk dat er in ons nieuwe pand (we verhuizen midden juni) een toog en vijf horecakoelkasten worden geïnstalleerd, om nog beter in de borrelbehoeftes van de werknemers te kunnen voorzien. Work goals, kweetet.

Bonus: borrelhappen. Elk café heeft ze: bitterballen, kaasstengels, loempia’s, etc. De borrelgarnituur is een begrip in Nederland.

7.  Nederland heeft vaste etenstijden

En dus ook een vaste lunchkaart en dinerkaart op restaurant. Je dacht dat je om 17 uur nog een tosti kon bestellen? You thought wrong, vriendin. Volstrekt onmogelijk. Nederlanders eten bovendien stipt om 18 uur ’s avonds. Het tijdstip dat ik doorgaans net thuis ben, als ik eens vroeg van werk ben weggegaan, is het Nederlandse vaste tijdstip voor avondeten. Mijn Lief en ik beginnen er zelf doorgaans pas rond 20 uur aan. Ik zou persoonlijk niet weten hoe ik de hele avond zou moeten doorkomen als ik al om 18 uur moet eten, maar enfin. Oh, en toetjes na het eten is ook een ding.

Bonus: op restaurant of café krijgt je nooit spontaan een drankkaart. Mijn Lief vindt dat verschrikkelijk irritant, want die heeft de gewoonte om een kwartier lang alle mogelijkheden te overlopen (en dan uiteraard een simpele cola te bestellen, maar dat terzijde), maar in Nederland moet je daar meestal zelf om vragen. En dan hebben ze nog niet eens altijd een exemplaar.

8.  Noem yoghurt nooit zomaar yoghurt

Het is 2009. Het is mijn allereerste bezoekje aan de lokale Albert Heijn als kersverse inwoner van Nederland. Ik sta al een kwartier verlamd voor een schap op de zuivelafdeling. Ik wil graag yoghurt kopen. Ik zie veel opties. Alles lijkt yoghurt te zijn. Maar bijna niks heet yoghurt. Ik ben verschrikkelijk in de war. You see, in Nederland is er namelijk kwark. En vla. En dubbelflip. Griekse yoghurt, drinkyoghurt, fruitmelk, ontbijtdrank, Franse kwark, slagroomvla, hopjesvla, dubbelvla, noem maar op. Alles wat in België gewoon yoghurt genoemd wordt dus. Of platte kaas. (Ik weet nog steeds niet goed wat dat precies is, maar goed.) Langzaam maar zeker heb ik de verschillen leren kennen, maar ze zijn subtiel. En hebben vooral betrekking op de smaak en textuur. En toch: voor mij blijft het, stiekem, in mijn hart, diep vanbinnen, allemaal toch gewoon yoghurt.  

9.  Sriracha kan op alles. Net als pindasaus.

Vinden zij. Vind ik niet.

Bonus: hetzelfde geldt voor rucola. Wel mee eens.


 

Mijn gastblog bij Talitha lees je hier!