400 dagen #Linuslove

“Onderweg naar Frankrijk”, dat stond deze voormiddag gepland in mijn bullet journal.  Drie daagjes op bezoek bij de kasteelvrouw en haar gezin, proeven van de Franse zomer, bijpraten.  Ik heb het gisteren afgebeld.  Linus is niet in zijn sas.  Al enkele weken is hij een wispelturig rakkertje met een gigantisch gevoel voor slechte timing.  Niettemin blijft het een geweldig manneke met de meest aanstekelijk lach.

Ik noem hem regelmatig “Wallace” van Wallace and Gromit, met zijn dikke kaakjes ziet hij er net zo uit als hij lacht.

wallace

 

img_20160801_070820.jpg

witte linten aan een kinderstoel…wie vindt dat eigenlijk uit?

 

Nu hij net 15 maanden is geworden is het steeds meer duidelijk aan het worden dat we met een stevig karaktertje te maken hebben.  Die jongen weet wat hij wil.  De weg om het te bekomen is niet altijd duidelijk voor ons, maar hij gaat er volle bak voor.  Mijn echtgenoot zegt dat hij mijn karakter heeft, ik weet het niet zo goed.  Ilja heeft wel zijn papa’s karakter, daar zijn we ondertussen ook wel al uit.

img_20160801_071505.jpg

Uiteraard is alles interessant, alles behalve het aangeboden speelgoed.  Zo is het superleuk om de salontafel te beklimmen om van daarop de zetel te bereiken.  Het lukt nog niet altijd even goed, maar stoelen, de poef, de schommel en de glijbaan, die vormen al geen uitdaging meer.  Het zwembad in Center Parcs was dan weer een fantastische uitlaatklep voor hem, toch moesten we ogen op ons zwemgat hebben, hij deed stoten waar zelfs vreemde mensen stonden van te kijken, recht voor onze ogen.  En wij maar achtertjoolen om te voorkomen  dat hij nog maar eens met een bloedlip of een bult op zijn voorhoofd eindigt.

Sociaal is hij wel.  Hij zal niet direct in iedereens’ armen springen maar als je op zijn hoogte gaat terwijl hij op de grond zit heb je meestal wel touche!   Hij kent ook geen schaamte om bij vreemde mensen eten te gaan schooien.  Een dame die een koekje uitdeelt in het park aan haar kinderen, een papa met een ijsje, hij heeft het altijd gezien en kruipt er volle bak en met een verbeten blik naartoe.  Met zijn twee ankerende handjes zit hij voor ze en als ze eventjes niet kijken zou hij het zelfs gewoon uit hun handen durven trekken.  Boefbeerken.

En stappen?  Neen, nog steeds niet.  Misschien heeft dat wel met zijn frustratie te maken, al komt hij overal waar hij wil zijn, als het niet al kruipend is dan conduirt hij zijn moeder wel om hem te brengen.Of hij doet het op zijn eigen manier:

Ik moet het niet rooskleuriger voorstellen dan het is: we maken momenteel een moeilijke periode door met hem.  Hij kan nog niet praten behalve: mama, papa, poesje (elk dier dat enigszins op een poes gelijkt), jaja (Ilja), en Boele (de hond van mijn schoonouders, dat is een uitzondering op de poesjes-regel).  Dus duidelijk maken wat er scheelt is niet simpel. Om de één of andere mysterieuze maar helse reden weent hij heel veel als we in de auto zitten.  Een rit van 100km kan drie kanten uitdraaien: hij valt in slaap (zalig!  boeken lezen! rond je kijken! niksen!)  hij blijft wakker maar is content rond zich aan het kijken of hij beurelt de 100km bij elkaar.  De laatste twee weken is het echter altijd het laatste geweest.  Als we op voorhand incalculeren dat naar Frankrijk rijden zo’n 3 tot 4 uur in beslag neemt en hij maximum 2 uur aan een stuk slaapt overdag, dan hebben we nog steeds kans op 2 uren getier in de auto.  Mijn linkerschouder doet nu al pijn van telkens zijn voetjes te pakken, beertjes aan te bieden, een flesje water 100 keer op te rapen terwijl hij op de achterbank ongelukkig zit te wezen en zichzelf zowaar uit zijn autostoel tracht te maneuvreren.  In Nederland vorige week ben ik gewoon gestopt achter een tuutje in de winkel voor hem in de hoop dat hij daarmee misschien rustig zou kunnen zijn, maar zoals ik reeds schreef hij wil het absoluut niet, hij weigert zelfs om het in zijn mond te steken.

Deze ochtend gingen we naar zee, hij was lekker rustig in de auto, amuseerde zich in het zand en wou graag stappen aan de handjes.  Bij terugkeer is hij in slaap gevallen, we genieten van de momenten waarop het geen gestresseerde boel is en we eens gewoon naast elkaar kunnen zitten op een dekentje zonder dat iemand zich over Linus ontfermt of hem achterna zit.  Tijdens de lastigere momenten lachen we veel weg.  We weten ook wel: alles gaat voorbij, ook deze periode waarin hij zo grappig klein is.  En ook dit zal ik missen.

img_20160801_104751.jpgimg_20160801_104527.jpg

Aan de andere kant: het is een manneke in volle groei, hij kan heel vrolijk zijn en komt regelmatig knuffelen.  Zijn Wallace-lach is om bij te smelten en zijn bruine kijkers kunnen iedereen verleiden.  Hij heeft een wijzend vingertje waarmee hij alle speciale dingen in de wereld aanduidt.  Want hey, een vogel in de lucht, een blaadje aan de bomen of voor het eerst echt de zee zien: dat blijft iets speciaals.  Net als hij.

img_20160724_103753.jpg

Ik schreef 100 dagen geleden ook een update-post, ook 200 en 300 dagen geleden was er zo’n postje.

“Ik heb dat nu nog nooit gehoord!”

Kelly schreef deze week blogpostje over hoe haar Flo Flo werd.  Toen we Ilja’s geboorte aankondigden heb ik voor de zekerheid “een zoontje” gezet op het kaartje.  Ilja is namelijk een jongens èn meisjesnaam.  In Nederland wordt Ilja regelmatig aan kleine juffrouwtjes gegeven.  Hoe we erbij kwamen?

We gaan terug naar het jaar 2006.  Mijn lief en ik zijn ongeveer 3 maanden samen, het is zomer, het is warm er is niets te doen behalve uitgaan, lanterfanten, slenteren en in zijn geval: muziek gaan spelen.  Het was de meest onbezorgde tijd, ik zou er wel eens een paar daagjes naar willen terugkeren.  Op een beachfestival in één of andere Belgische badstad, die details ben ik helemaal kwijt, wandelen we over het festivalterrein als iemand mijn lief goeiedag zegt.  Hij zegt mooi “goeiedag” terug, achter zijn rug richt hij zich tot mij “verdikke, ik ken die kerel wel maar ik ben zijn naam vergeten.  Ik weet wel dat hij een heel mooie naam heeft”.  Ik reageer langs mijn neus weg: “Het is toch nooit geen Ilja zeker?” waarop hij verbaasd uitroept:”Jawel! Hoe weet jij dat?” Gewoon, omdat ik dat ook een heel mooie naam vind.  Daar op dat moment werd beslist: als we ooit een zoon gingen krijgen dat we het kindje Ilja gingen noemen.

Toen ik weer zwanger werd was het moeilijk.  We hadden nooit echt moeten zoeken naar namen gezien we redelijk vlug wisten dat de boreling een zoon ging zijn en die naam dus al 5 jaar vastlag.   Als mama van een zoon was ik uiteraard een klein beetje gebrand op een dochter.  De eerste 18 weken wisten we nog niet wat het ging zijn.  De namen waren ook nog niet beslist, verre van zelfs.  Op een avond in oktober was er op deze streek “Lichtfront” Mijn lief was die avond een fakkeldrager en ik volgde het spektakel op WTV  vanuit de zetel thuis, met Ilja slapend in zijn bed.  Er werden interviews afgenomen op de verschillende locaties waar iets werd georganiseerd voor dit evenement.  Op een gegeven moment gaat men vanuit de studio over naar de reporter ter plekke: Lauwke Vandendriessche en dan werd ik een klein beetje koekoek in mijn zetel.  Hoe mooi was de naam Lauwke? en hoe goed paste die bij Ilja?  Mijn fakkeldrager kwam thuis die avond en toen hij de naam hoorde was hij ook meteen verkocht.

En dan bleek het een jongen te zijn…

Terug naar af.  Ik heb het lang niet geweten.  Maakte enkele lijstjes waar verschillende namen opstonden en weer sneuvelden.  Imre was een kanshebber, maar het zoontje van vrienden heet zo, ik moet altijd aan hem denken bij die naam, het paste niet in mijn hoofd.  Linus stond ook op mijn lijstje.  Ik gaf het aan mijn man hij zei meteen:”Neen, geen van heel die lijst, smijt maar weg, ik hoor niets graag!”  Terug naar af.  Hij ging zelf aan de slag, nam er een laptop bij en begon te zoeken naar namen.  Ineens roept hij: “Linus!  Dat vind ik nog een mooie naam!”  Mo wuk eigenlijk?? Toen ik zei dat die naam ook op mijn weggegooide lijstje stond kon hij dat moeilijk geloven.  Ik pikte die naam op in The Bridge.  Het is een Scandinavische naam die mooi past bij het Slavische Ilja.  Althans dat vind ik toch.  Ilja wordt nogal vlug Illievanillie genoemd.  Linus wordt soms Linus Bambinus genoemd.  Of ik verwar ze met elkaar, dat gebeurt ook regelmatig “Ik ben wel Ilja hé mama”, sorry Linus.  Euh Ilja.

en jij?  Hoe komt jij aan de naam van je kind?  Ga je je misschien je dochter Lauwke noemen?  Laat het mij zeker weten dan 🙂

De 11 geboden van de 11-maander

  • Gij zult op uw sokken sabbelen.  Altijd en overal als ze bereikbaar zijn.  Hangen ze aan uw voeten, haast u, trek ze af en sabbel eraan.  Liggen ze in de wasmand, pluk ze eruit, steek ze in uw mond en ga er zo kruipend en sabbelend mee op pad.  Sokken = sabbelen.
  • Gij zult u optrekken aan alles waar ge u aan vast kunt houden.  De zetel, de tafel, de stoelen.  Ook uw moeders’ broekspijp, ook al betekent dat dat ge uw vlijmscherpe nagels in haar kuitvlees moet planten, optrekken zult ge!
  • Bij het overgeven van melk zult ge dat steevast op een verborgen plekje doen, liefst ergens in een hoekje.  Daarna wentelt ge u erin en kruipt zo met uw beklisterde melkkleren verder door het huis.  Het mooiste aan dit gebod is het afloeren van uw moeder terwijl ze met een schotelvod  uw melkkwak zoekt.
  • Als uw pamper vol is zult ge stampen op het verzorgingskussen, zo hard mogelijk met uw beide benen.  Uw moeder vindt het fantastisch om half op u  te liggen om die spartelaars te bedwingen bij het weggooien van uw boeltje.
  • Met een verse trui aan is het een kwestie van competitie van hoe vlug hij wordt ondergespuugd.  Momenteel staat uw record op 45 seconden.  Dat moet en zal beter kunnen.
  • Als ge erin slaagt om op de schoot van uw moeder te belanden terwijl ze aan het eten is, is het de bedoeling om zoveel mogelijk eten uit haar bord te stelen.  Ook als dat een volledige gekookte aardappel is.
  • Uw broer dient om over te klimmen, aan zijn haar te trekken en zijn speelgoed af te sabbelen.  Voor wat anders?
  • Als ge in uw autostoel zit en uw moeder is druk doendig aan het rijden, dan zult ge gele snotteklakken niezen.  Daarna likt ge die op, dat hoort zo.  Al zegt het half-paniekerige gezicht van uw moeder iets anders!  Oplikken: het is een gebod!
  • Elfmaanders spelen met de dvd-collectie van hun ouders, met een ontsnapte smartphone en met de inhoud van hun moeders’ handtas.  Niet met babyspeelgoed.  Babyspeelgoed is voor pussy’s.
  • Was hoort niet aan het wasrek.  Was hoort op de grond.  Ge zult die er één voor één afgooien en er een brullend, afkeurend geluid bij maken.
  • Als één van uw ouders op uw broer ruttelt zult ge u erbij zetten en meeruttelen.  Handgebaren en al.  Dat is uw taak vanaf nu.

img_20160306_082323.jpg

Meisje van 33

Laatst sprak ik nog eens af met “de meisjes”.  Ik ben met mijn 33 jaar nog niet eens de oudste van de bende, dus van “meisjes” kunnen we misschien niet meer spreken.  We waren zelfs geen meisjes meer toen we elkaar leerden kennen, toch blijf ik dat groepje consequent: “de meisjes” noemen.  Toen ik rond me keek in de bistro waar we -met de meisjes, ahja- hadden afgesproken zag ik ineens een schilderij dat me bekend voorkwam.  Gemaakt door een andere vriendin en tentoongesteld vlakbij mijn stoel.  Mijn meisjes-vriendin nam deze wazig foto om door te whatsappen.

img_20160222_103817.jpg

  “Ik ken die artieste”, dat is toch redelijk cool om uit te spreken vind ik.  (Hihi, laat mij toch eens!

De afweging tijd spenderen <-> geld spenderen werd vorige week weer gemaakt toen ik mijn auto bekeek.  Ik was hem veel te weinig.  Ik zie alleen dat hij vuil is als ik de koffer dichtsla en mijn vingers zwart zijn.  Vorige dinsdag parkeerde ik nogal ongelukkig op onze oprit.  Sinds ik parkeer met de neus naar de straat moet ik meer op de sensoren betrouwen.  Dit eindigde deze week nogal euhh…vrats…met een boenk tegen de gevel.  Ilja zei meteen “heb we nu een accident gehad?”  Neegt, kindje neegt, al ging ik toch met een klein hartje mijn gevel gaan inspecteren.  Laat ons zeggen dat de carwash ook nodig was om de rode baksteen van de trekhaak te wassen.

 

img_20160222_103437.jpg

Toen ik een uur na de wasbeurt om de kinderen vertrok zag ik dit:

img_20160222_104125.jpg

FUCKERSSS!!!

 

En neen, het stof van mijn dashboard heb ik niet afgenomen, niettegenstaande mijn echtgenoot mij daar regelmatig over aanspreekt.

Ik ontdekte ook lieve aardappelen in mijn voorraadkot:

img-20160219-wa0001.jpeg

Deze aardappel eindigde liefdevol in WAP (Worst met Appelmoes en Patatten)

img_20160222_103628.jpg

Mijn nieuwe tafellaken kwam toe.  Het was een beetje spannend (oeh, wat heb ik toch een excited leven!), want zo’n items online kopen is altijd risky business.  Er zijn zo van die dingen waarvan je denkt “maar waarom heb ik dat nooit eerder gedaan?”.  Zoals dat muffe grijze tafelkleed van op de keukentafel de deur uitgooien en dit lichte, kleurrijke exemplaar opleggen.  Precies een nieuwe vibe in de keuken!

img_20160220_173230.jpg

“oh neen, zo’n zakken onder mijn ogen” (ik laat in het midden wie die uitspraak deed, we hebben er allebei precies van 🙂 )

 

Mijn broer was “in het land”.  Ahja, sinds hij in Amsterdam woont is hij officieel emigrant.  Het komt gewoon op hetzelfde neer voor ons, we geraakten vroeger al niet in Gent om af te spreken en nu ook niet in Amsterdam.  Maar het lukt wel eens, no worries.  Ondertussen aten we samen bij onze ouders verse frietjes met stoofvlees.

En zondag moest ik jammergenoeg afzeggen voor Run Blogger Run in Oostende.  Linus begon op zaterdagavond te hoesten als een oud pepeetje en zette dit krachtig en luidruchtig door tijdens de nacht.  ’s Morgens, met slechts enkele uren slaap op de teller, wou ik mijn lief niet achterlaten om met een kleuter en een zieke baby naar de dokter te tjoolen.  Bij de dokter van wacht was hij dan weer kiplekker en vond hij het allemaal heel amusant zo’n onderzoek.  Gniffelen, stampen met zijn voeten en kraaien van plezier.  Absoluut niet hoesten, ah neen, dat had hij al genoeg gedaan thuis.  Gelukkig gooide hij toch nog een rocheltje op en spuugde hij na het onderzoek de vloer van het kabinet onder.  Hij moest toch ergens tekenen van ziekte vertonen?  Het verdict luidde: een grote verkoudheid.  Vandaag zag ik echter enkele kleine blaasjes op zijn vel, ofwel zie ik scheel, maar ik vermoed dat de waterpokken ook gearriveerd zijn.  Such fun!

 

300 dagen #Linuslove

Een bijna 10-maander in huis, het is hier de normaalste zaak van de wereld geworden.

linusmama

Tijdens een familiefeest werd deze foto van mezelf (met crazy eyes) genomen, ik was aan de praat met mijn nicht, Linus zat waar hij graag zit: op mijn arm, gefascineerd naar haar te kijken.  Zijn ogen zijn al zo donker als de mijne.  Stiekem ben ik trots als iemand zegt dat hij op mij gelijkt.

img_20160216_201422.jpg

Ik noem hem aapje, wrikkelgatje of bandietje.  Het gebeurt maar zelden dat hij nog eens zijn hoofdje op mijn schouder legt, altijd alert, altijd de blik in de richting van iets interessants, iets wat hij misschien kan pakken.  Pikkedieven is zijn grootste hobby, alles wat los ligt moet eraan geloven.  Door zijn grijpgrage handjes besef ik dat er detergent in het kastje onder de gootsteen staat.  Blijkbaar liggen er kabels naast de zetel en het is niet de eerste keer dat ik een stuk krant uit zijn mondje moet prutsen.  Leg het hele huis vol speelgoed waar hij zichzelf niet mee kan verwonden, hij zal ergens een klein stukje plastic vinden om mee te spelen.

Hoe hij in een maand zoveel is veranderd, ongelooflijk.  Eén maand geleden kroop hij nog maar pas, nu zit hij zelfstandig, trekt zich op, zet zich op zijn knietjes om dingen beter te bewonderen.  Ik zag hem zelfs al een maneuver uitvoeren alsof hij ieder moment een perfecte handenstand zou uitvoeren.  Regelmatig zie ik nu ook meer zijn achterkant dan zijn voorkant:

img_20160216_103430.jpg

Rondcrossen in dat karretje is voor hem het nieuwe voeten-eten.

img_20151225_111706.jpg

Bij zijn overgrootmoeder moet hij telkens op de schoot en daar zit hij goed.  Er is daar ook steeds een halsketting om te molesteren.

img_20160216_174530.jpg

Hij kijkt naar de wereld zoals wij hem zelf niet meer ervaren.  Alle nieuwe dingen worden grondig bestudeerd, een sproeier in bad is een buitenaards ding.  Of een ding waar er drinken uitkomt in zijn geval.  Hij hapt naar de straal en slikt gretig totdat zijn dorst is gelest.

Grote broer is zijn held.  Hij dient om op te klimmen, om aan zijn sokken te sabbelen en om samen mee op de wip te gaan.IMG_8196

Linus, de laatste 300 dagen waren fantastisch, je lach doet zorgen als sneeuw voor de zon smelten, je kunt kraaien van plezier, maar ook brullen als een beest!  Nu gaat het in rechte lijn naar je eerste verjaardag!

Benieuwd hoe hij is veranderd?  Hier kun je de 200 dagen #Linuslove lezen.  Ook toen hij 100 dagen oud was schreef ik een postje

Friyay!

Het is altijd zo vroeg, die vroegens bij ons.  Tegen dat het 8u is heb ik er al bijna 2 uren dienst op zitten.

Vanmorgen, terwijl ik een bewoner aan het scheren was, zei hij “’t Is vanavond weekend!”.  Hell yeah dacht ik.

“Wat ga je doen vanavond?” vroeg ik toen ik bijna bij  zijn oren kwam met het apparaat.

“Naar een film kijken!  Onder een dekentje!”.  (oh boy dat klonk geweldig!)

“Hell yeah!” riep ik.  Deze keer luidop.  “Ik ga juist hetzelfde doen!”  waarop een high five volgde.  (Ik blijf fan van high fives, ik ben van mening dat dat een statement ondersteunt).

Nog eens twee uur later was het voor mij al zo ver.  Weekend!  Vroegens zijn dan toch niet zo nadelig.

De jongens werden opgepikt, het deken werd aangeslaan door mijn twee pagadders.  Foto’s nemen is een echte strijd geworden met die twee:

Achteraf werd er kwijl van voorhoofden gewreven, fruitpap uit de zetel gefrot en occasioneel kun je mijn grijpende, tegenhoudende hand wel ergens tegenkomen op één van de andere wazige foto’s.

Njah!

 

Hoe ik zelfs de stoerste mannen kan doen smelten

“Gelieve u aan te melden met uw wagen voor het vervallen van het huidige keuringsbewijs”.  Na enkele weken de groene uitnodiging te negeren werd het misschien toch wel eens tijd om mijn wagen te laten keuren.  “Gelieve de wagen aan te bieden in zindelijke staat”.  Hmmm.  Risky business in mijn geval.  Ik trok na schooltijd op afspraak naar de keuring.  De afspraak maken bleek onnodig, in de rayon “zonder afspraak” stond er niemand.  Gelukkig mocht ik vlotjes aanschuiven en jaja, Poetin stond daar weer.  Deze keer met nog drie andere mecaniciens.  Twee van de vier hadden om 16u30 gedaan met werken en schoven mijn wagen door aan hun collega.  Het was plezier alom daar aan het einde van de shift.  Mecanicien 1 commandeerde zijn collega:  “En doe maar een beetje voort hé, dat madamtje moet straks naar huis met haar twee kindjes, en pyjamatjes aandoen en eten geven, ik weet wat dat is!”  Mecanicien 1 bleek een nieuwe papa te zijn.  Poetin riep nog “het was leuk toen je ze maakte, maar nu is het één en al werk hé madamtje!”  Oh yes, ik had de machorayon gekregen.  Such fun!  Linus deed wat hij altijd doet als het te lang duurt: hij begon te wenen.  Ik waarschuwde mijn mecanicien over de zindelijke staat van mijn wagen.  Gevuld met één wenende Linus, één 4-uurtjes-etende-waarommende- Ilja, een wandelwagen, een draagmand, drie zakken boodschappen en 16 liter fruitsap was “zindelijke staat” misschien wel met een korrel zout te nemen.  Mijn mecanicien had er alle begrip voor en lachte zijn tanden bloot.  Ik haalde voor de zekerheid de baby er maar uit en ook Ilja wou graag bij mij blijven.  We schoven door, kind één troostend en kind twee honderdduizend vragen beantwoordend.  Aan het einde van het verhaal bood de mecanicien aan om mijn wagen vooraan te parkeren “zo ben je gemakkelijk met je kindjes, moet je ze niet nog een keer in- en uithalen”.  Oh, thoughtful!  Ik moest echter nog mijn portefeuille uit mijn mestachterbank halen, ik denk niet dat hij van plan was om ook nog eens voor mij te betalen.  Ik stak hem de baby toe: “Wil je hem eens pakken?” Hij aarzelde: “mijn handen zijn vuil”, dat vond ik geen argument, a little autosmeer never killed anyone.  Hij pakte hem uiteindelijk vast en instant begon het…babypraat!  “Ewel kleine broer, waar ben jij nu?”.  Na wat gerommel (en stiekem gegniffel) op de achterbank stak ik mijn handen uit om hem terug te pakken.  Zeker tien tellen bleef ik zo staan, die man was gesmolten.  Ik zweer erbij, één grote plas testosteron daar op die keuringsvloer.  “A woedjiewoedjie, oh, het is lang geleden dat ik nog zo’n kleintje heb vastgehad, die van mij zijn al 10 en 12!”  Nadat hij mijn auto net niet IN de kassa had geparkeerd bedankte ik hem voor alles.  En zeker om mijn auto goed te keuren!