Wat ik niet kocht op Black Friday

Je weet het of je weet het niet: ik ben de soldenqueen.  Om de één of andere reden vind ik altijd alles in de solden.  

Reverse…

Je weet het of je weet het niet: ik shop allèèn solden.  Ik shop weinig tot nooit in de nieuwe collectie tenzij er echt iets dringend is (lees: op één week tijd verslijt een zoon drie broeken of er staat ineens water in zijn schoenen).  Gelukkig heb ik dan nog altijd mijn Gezinsbondkaart waarmee ik automatisch budget spaar.  

Anyway.  Gisteren moest ik een “vroege” werken.  Om 5u15 zat ik reeds beneden de koffie op te gieten terwijl ik door Instagram aan het scrollen was…..I know….maar je doet het ook hé!?  Mijn ontwakende brein begon te beseffen: Ah, Black Friday.  (Mijn ochtendbrein werkt meer fragmentarisch, er komen niet veel extra woorden aan te pas).  Het was ook niet moeilijk om er naast te kijken, de aanbiedingen vlogen me rond de koffiebonen.  Vorige week bestelde ik in de webshop van Hema reeds twee sets hoeslakens waarbij ik er praktisch één gratis had gekregen door allerhande kortingen.  Ze gaven er -50% op het tweede set en dan kwam er nog eens -15% SINTkorting bij.  Ik voelde me goed, iets wat ik ècht nodig had gevonden in solden.  #dekinderhandisgauwgevuld!  

Ik surfte tussen koffie en badkamer eventjes op de site van Kipling die me hun stevige handtassen aan -50% opdrongen.  Aantrekkelijke kleuren, stevig materiaal, veel nieuwe items.  Een zalige site om door te scrollen.  Deze twee tassen sprongen er voor mij direct uit:

Oh! Zwart en wit vind ik zo’n mooie combinatie.  En alles aan -50%, my lucky day!  Ik vulde mijn cart met de rechtertas en kwijlde op de linker reistas.  Toen de betaling niet wilde vlotten via mijn smartphone besloot ik de hele boel af te sluiten en me klaar te maken voor het werk.  Ik ging ’s avonds wel afwerken.

Bij thuiskomst vrijdagavond wou ik de mening van de echtgenoot vragen over de tas maar ik vond ze niet direct terug en ik liet het weer rusten om ze uiteindelijk toch niet te bestellen.  Ik heb geen nieuwe tas nodig.  Het is altijd fijn om er één te kopen en te gebruiken, maar ècht nodig (zoals de lakens de vorige week): neen.  Financieel moeten we ook niet zot doen, we staken de laatste tijd veel centen in ons huis en gingen in 2018 twee keer op reis.  Money well spent.  De voorbije zomer lieten we onze dakgoten vernieuwen en plaatsten spots in de oversteken, een dure verbouwing waar we eventjes moesten voor sparen.  Het jaar ervoor investeerden we in spouwmuurisolatie en legden de oprit aan.  En ik typ erop terwijl ik het vergeet: mijn nieuwe laptop!  Al die nieuwigheden, daar typ ik dagdagelijks op, van die stralende lichtjes aan de gevel, daar heb ik elke avond mijn deugd van.  Maar dat voelt niet echt als een aankoop, ik kan mijn natuursteentrap aan de voordeur niet over mijn schouder hangen.  Het dure vliegenraam aan de achterdeur kan ik niet aantrekken als ik een avondje uit ga.  Het is een ander soort goed gevoel, daarom niet minderwaardig.

Eens ècht sparen voor iets, er weken verlangend naar uitkijken om het uiteindelijk te kopen, dat doe ik bijna nooit.  Terwijl ik het mijn kinderen wel aanleer.  Alles is altijd voorhanden, meestal in solden want dat heb je nu bijna het hele jaar door, toch?  Soldenshoppen en nieuwe collectieshoppen, het blijft ook verschillend aanvoelen vind ik.  Alsof die dingen die niet uit de solden kopen me net iets meer waard zijn, hoe stom het ook klinkt.  

Kopen jullie vooral solden of kom je steevast met nieuwe collectie thuis?

Ohja, Tiny schreef er ook een interessant stukje over.

Zondagskind

Gisteren werd ik bijna gebeten door een keeshond toen ik aan het lopen was.  De eigenares had hem aan de leiband, maar hij besloot dat ik bad news was en ging in de aanval, ze kon hem maar net op tijd wegtrekken.  Aan de andere kant van de vijver werd ik bespuwd door ganzen.  Men zag mij daar echt niet graag komen met mijn fluojasje bij Zillebeke Vijver.  Ik heb geluk gehad, zo’n attaque van keeshonden of ganzen lijkt me nu niet bepaald iets om op je “been there, done that”-lijstje te kunnen zetten.

img_7508

Links: de vriendelijke gans.

“Wat ben ik soms toch een zondagskind!” las ik enkele maanden geleden op de blog van Bert.  Hoewel ik de term nooit gebruik weet ik perfect wat ze betekent.  Ik ben het namelijk zelf!  De keren dat ik kan zeggen “amaai, ik heb chance gehad” of de keren dat iemand mij blindelings hielp bij een moeilijke situatie.  Ik kan daar anders wel een lijstje van maken.

Deze week nog: ik parkeerde me in de ondergrondse parking onder het station in Brugge.  Nadat ik me in één van die nauwe gaatjes had gewrongen en mijn gerief aan het samenscharten was om te vertrekken bleek ik mijn portefeuille op de keukentafel vergeten!  Maar geen vrees!  Ik had nog een briefje van 20 en wat kleingeld in mijn jaszak zitten.  Voldoende dus om mijn parkeerkost te betalen en zelfs nog iets te kopen.  Ik trappel naar mijn afspraak.  Als ik mijn parkeerticketje in mijn gsm wil stoppen – ahja, want ik had geen portefeuille-  zie ik staan “enkel betaling via bancontact – visa – mastercard”.  Aih, dat was minder vlinder.  Na mijn afspraak keerde ik terug naar het/de* parkeerautomaat, misschien had het kaartje ongelijk.  Haha, want dat gebeurt toch zo’n dingen?  Dat zo’n kaartje geen gelijk heeft.  Tot ik bij de/het* betaalautomaat kwam en het kaartje 100% gelijk had: enkel met een betaalkaart te betalen.  Ik sprak een stationschef aan en hij bevestigde, hij zei ook dat daar nu en dan wel eens iemand staat met dat probleem.  Hallo NMBS, 2018 is calling!  Is het geen tijd om nog een andere optie aan te bieden?  Na tien minuutjes trappel- en denkwerk ter plekke en een telefoontje naar de echtgenoot die op dat moment moeilijk te bereiken was, kijk ik ineens op.  Er komt parmantig een collega voorbij die met zijn bankkaart in zijn hand naar die automaat gaat.  Ik zit aan de andere kant van de provincie met een probleem en dan kom ik een collega tegen.  De rest is geschiedenis.  Chansaard ikke.    (*ik weet nooit of ik het DE automaat of HET automaat is).

Er is ook het verhaal “van twee keer mijn gsm verliezen in twee weken tijd”.  Twee keer door op het dak van mijn auto te laten liggen, twee keer gevonden door iemand, twee keer gevonden door een EERLIJK iemand.  Twee keer zonder dat er iets aan was.  Twee keer chansaard ikke.

Niet te vergeten:  die keer dat ik een dikke zigeuner zijn ass gekicked heb.  Daar was ik niet echt een zondagskind maar eerder een onbevreesd razend kind dat enorm veel chance heeft gehad.  Dat zou ik NOOIT meer doen en ik zou het niemand aanraden om mij na te doen.

Ohja, en het examen twee weken geleden.  Alsof examens nog niet stresserend genoeg zijn bleek ik het blanco ingediend te hebben.  Wat?  Blanco?  Je had toch geblokt voor duust?  Ja, maar bij een meerkeuzevragen-examen is het blijkbaar de bedoeling dat je eigenhandig nog eens al je antwoorden gaat invullen op een overzichtsblad dat er helemaal achteraan bij zit.  Examendummy ikke.  Ik zag dat blad en ik dacht “dat is voor de docent, daar kom ik best niet aan”.  Tot ik ’s avonds in mijn auto ineens besefte “oei, stond daar niet op dat voorblad dat ik nog iets moest invullen op één of andere matrix?” en mijn frank veel te laat viel dat ik wel degelijk dat blad had moeten invullen.  En dat ik in feite mijn examen blanco had ingediend.  En dat het vrijdagavond was en dat examen al duust lang weg was in één of andere grote examenhoop.  En dat het herfstvakantie was.  En dat ik dus misschien wel met een probleem zat.  Ik mailde direct naar de docent met mijn probleem op vrijdagavond waarop hij me op zondag terugmailde dat het inderdaad een probleem was omdat hij niet ging mogen vergeten dat na de vakantie in orde te brengen.  Maandag na het verlof kon ik de school nog verwittigen en kwam het uiteindelijk toch helemaal in orde.  Chansaard.  Ikke.

Nu nog het resultaat afwachten en hopen dat de zondagsvibe even blijft aanslepen!

 

 

 

The good enough mother

“There is a crack in everything, that’s how the light gets in” zong wijlen Leonard Cohen.

Misschien had hij het niet over perfectionisme maar dat versta ik er wel onder.  Over perfectionisme kan ik uren doorbomen.  Het komt er altijd op neer dat ik er keihard tegen ben.  “Hoe kun je nu tegen perfectionisme zijn?” het zou een mogelijke repliek zijn want iets zo goed mogelijk proberen te doen, daar is toch niets mis mee?  Misschien is het duidelijker als ik schrijf dat ik niets tegen ambitie en toewijding heb.  Ik vind het zalig als mensen zich smijten in een project, een tekst, een muziekgroep.  Dat ze veel van zichzelf geven in hun passie of hun levenswijze of zelfs in hun werk.   Ik vind het ook niet meer dan normaal dat je je werk naar behoren doet en er de kantjes niet vanaf loopt.  Het is een ander verhaal als je jezelf naar waarde begint te schatten op basis van je prestaties of het oordeel dat anderen over je vormen.  Als je jezelf zo’n druk oplegt dat het je nekt.  Het moet perfect of ik faal!  Ik moet slagen of ik ben een loser.  Niet promoveren is geen optie!  Iedereen moet mij tof en gezellig vinden of ik moet veranderen tot het zo is!  Maar waarom?  Is een perfecte tekst belangrijker dan het genoegen vinden in ze te schrijven?  Zal je pas gelukkig zijn als je die promotie hebt?  Kan je eigenlijk wel voor iedereen goed doen?  “Waarom moet dat?” hoorde ik tijdens de tweede podcastaflevering van het tweede seizoen van  Werk En Leven.  “Wie zegt er dat?” Ja wie eigenlijk?  “De mensen”? Welke mensen?  Waar zitten die mensen?

Mijn perfectionisme heb ik eigenhandig de mond gesnoerd na een moeilijke periode.  Sindsdien is mijn slinger helemaal de andere kant op gevlogen, of hoe zeg je dat?  Doe dingen die je graag doet, niet omdat “de mensen” verwachten dat je dat ze doet.  Mijn studie doe ik zuiver voor mezelf, niet voor iemand anders.  Ik deed gisteren mijn eerste examen.  Terwijl ik tijdens mijn vorige opleiding niet voor minder dan 75% ging ga ik nu gewoon al blij zijn dat ik geslaagd ben voor het vak.  Uiteraard zou ik met een 15 op 20 enorm content zijn en ik ga gigantisch ontgoocheld zijn met een buis.  Ik heb hard gewerkt en wil daar uiteraard resultaat van zien.  Tegelijk besef ik ook dat werken-studeren-een gezin draaiende houden een uitdaging is en dat ik mijn barrs moet loweren.  Dus geslaagd is geweldig, gebuisd is slikken en opnieuw proberen!  Het kan niet allemaal perfect zijn.  Ik weet dat ik niet vrij ben van burnout of depressie ook al lijk ik soms wel eendenpluimen te hebben.  Niemand is daar vrij van.  Ik ben er wel alert voor en kies ook regelmatig keihard voor mezelf zonder me daar een spatje schuldig over te voelen.  Tijd inlassen om te bewegen, te schrijven en te lezen, ook al is de wasmand propvol.  Koffie drinken met vriendinnen terwijl mijn man de kindjes eens rond voert, moet toch kunnen?  Ik doe mijn best, en dat is goed genoeg.

Verder dan je rode neus lang.

Er zou van mij wel kunnen gezegd worden dat ik een loner ben.  Dat zou niet bepaald een verkeerde interpretatie zijn, ik zou zelfs niet beledigd zijn.  Alleen zijn, dat vind ik gewoonweg ontspannend, just me and my toughts.  Tegelijk kan ik voor mezelf wel zeggen dat ik een redelijk aantal vrienden en vriendinnen heb.  Van slag en soorten.  Er zijn vriendinnen uit de lagere school, er zijn vriendinnen uit mijn puberteit maar ook de laatste twee jaar had ik veel sociale contacten en ook daar groeiden mooie vriendschappen uit.  Tijdens mijn opleiding orthopedagogie leerde ik Ann-Sophie kennen.  Er zijn niet veel mensen waarvan ik kan zeggen dat ze gelijkaardig zijn aan mezelf maar Ann-Sophie durf ik wel eens mijn “sister from another mister” noemen.  Het is soms freaky hoe we op dezelfde manier over de dingen denken.  Ann-Sophie (in mezelf noem ik haar Franksje, ik dacht dat ik haar ook soms zo aansprak maar blijkbaar niet) is -net als ik- voorstander van het leven zoals het is.  Geen schone schijn, geen fake gedoe.  Nee, het leven dat is mooi, maar het kan bij momenten ook een dikke vette shitboel zijn.  Ann-Sophie springt de aanstaande maand in de bres voor Rode Neuzen Dag.  Ik ben geen Q-music luisteraar (Aha! Toch iets waarin we verschillen!) maar ik ken het project wel.  Zelf ben ik gelijk hoe een enorme voorstander van het doorbreken van taboes rond psychische problemen.  Niet alleen je lichaam moet je soigneren, je geest kan ook tegensputteren of zelfs volledig stil vallen.  Er rust een taboe op hulp zoeken bij psychische problemen en WAAROM eigenlijk?  Je gaat toch ook naar de dokter als je griep hebt?  Je verzwijgt toch ook niet angstvallig dat je een oorontsteking hebt?  Ik sprak deze ochtend met Ann-Sophie over haar actie en haar drive.

Ann-Sophie, wat ben je aan het doen ten voordele van Rode Neuzen Dag?

“Momenteel ben ik bezig met het bakken van meringues -nunnescheetn noemen wij ze- om te verkopen.  Ik maak ook verse mayonaise die ik aanbied in potjes van 325gr.  De bedoeling is om deze producten te verkopen en de opbrengst integraal aan Rode Neuzen Dag te schenken.”

 

Hoe kom je erbij om dit te doen?

“Toen Roze Neuzen Dag zijn eerste editie opstartte had ik direct een klik met deze actie. Net zoals anderen geld geven aan bvb: WWF, had ik direct zin om deze actie iets bij te dragen. Eerst kocht ik een neus, het jaar erop stortte ik een kleine gift. Dit jaar wilde ik een stapje verder gaan.  Rode Neuzen Dag wil psychische problemen bij jongeren kenbaar maken en steun bieden aan projecten die jongeren helpen om psychische problemen aan te pakken.  Die actie sprak me meteen aan omdat het een herinnering aan vroeger opriep.  Toen ik in een minder moment tijdens mijn jeugd de behoefte voelde om op school een bepaalde leerkracht aan te spreken, ondervond ik een soort barrière die ik niet kon overbruggen.  Ik heb nu zelf kinderen.  Ik zou graag hebben dat mijn kind op school later die grens wel durft èn kan overgaan als het daar behoefte aan heeft.  De “Overkophuizen” zijn een initiatief dat wordt gesteund door Rode Neuzen Dag en ik vind zo’n acties heel waardevol.

Waarom vind je dit zo belangrijk?

“Ik ben er van overtuigd – als een depressie bij jongeren niet tijdig wordt behandeld – dit misschien problemen kan geven in de toekomst.  Maar ook bij andere problemen moet het mogelijk zijn om als jongere hierover te kunnen ventileren.  Problemen thuis, een moeilijke situatie waar men even niet weet wat gedaan, puberproblemen….etc.  Hulp van jongs af kan er misschien voor zorgen dat jongeren een stevige basis vormen waarop ze hun verder leven kunnen voortbouwen.  Leerkrachten kunnen hierbij helpen als eerstelijns hulpverleners ook al hebben ze niet altijd de tijd en middelen om zich hiermee bezig te houden.  Jongeren moeten weten dat de school er niet enkel is om te leren en te presteren, maar ook een plek waar ze terecht kunnen bij iemand.  Een effectieve doorverwijzing naar de schoolpsycholoog of een andere hulpverlener kan echt een verschil maken, ook bij kleinere problemen.  Daarom vind ik het belangrijk dat het taboe rond psychische problemen bij jongeren wordt doorbroken en wil ik deze actie steunen.”

Fantastisch!  Hoe kunnen we jouw actie steunen?

“Op mijn actiepagina kun je een gift doen aan Rode Neuzen Dag.  Je kunt ook via mijn persoonlijke facebookpagina een bestelling plaatsen via messenger voor meringues.  Ik verkoop 5 meringues in een zakje voor 3,5 euro.  Wie drie zakjes bestelt krijgt er een potje verse mayonaise bij.  De mayonaise is ook apart te koop, je geeft ervoor wat je wil!  De opbrengst gaat integraal naar Rode Neuzen Dag.”

 

IMG_0757

Ik bestelde alvast meringues en doneerde wat eitjes van onze huiskip zodat Ann-Sophie kan verder bakken.  Ik zou zeggen: go check it out!  De meringues zijn alvast om van te smullen!

 

Kruimels

Ze zat me geniepig aan te kijken vanuit het bad.  Ik was met opzet tien minuten eerder opgestaan omdat mijn haar nood had aan een schrobbeurt.  Gezien onze douche en ons bad één zijn kon ik het bad niet vermijden waarop ik de vliegenklopper uit de keuken haalde.  Toen ik tien seconden later terug in de badkamer kwam had ze zich al verplaatst naar de badwand.  “Nie me mij hé!” dacht ik stoer en meteen ook doodsbang.  Ik klopte erop los.  Zwarte poten vlogen in het rond terwijl de adrenaline door mijn lijf schoot.  Het onfortuinlijke lichaampje spoelde ik door.  Om 5 uur ’s morgens spinnen vermoorden, ik kan het aanraden als je niet te fris bent opgestaan, je bent instant fit man (vrouw).  Was ik al blij dat ze niet op onze witte muur zat.  Hoe doen die mensen met zo’n hipster Scandinavische interieur dat?  De spidertrap misschien?  Het kan toch niet dat er op die hagelwitte interieurs nooit een spatje komt.  Of een stylolijn door wat muggenbloed?  Ik besef ook wel dat die instarieurs een snapshot zijn waarop alles netjes is gelegd en geen geplette muggen te vinden zijn op een keukenkast.   Want gelijk hoe: als het spel eindigt staan we toch allemaal dagelijks in onze savatten kruimels te vegen vanonder de tafel?

img_6737

“Je moet een flinke meid zijn”

 

bron: website werk en leven

Terwijl ik in een ander Aldi-filiaal duchtig op zoek ga naar de ingrediënten die ik nodig heb voor mijn aanstaande spaghettisaus luister ik naar Kelly en Anouck.  Ik ben zo danig gewoon om naar de lokale Aldi te gaan dat ik soms echt verloren loop in een groter filiaal waar alles op een andere plek blijkt te staan.  Dus ik cross weg en weer met mijn boodschappenlijstje en vergeet aan het einde van de rit nog mijn toiletpapier.  In de podcast hoor ik een geweldig interview met Lien De Pau, volgens de dames “een professionele goestedoender”.  De podcast spitst zich deze week toe op “neen zeggen” en “people pleasing”.  Het klinkt verfrissend en bij zowat alles wat erin besproken wordt knik ik zichtbaar “ja!”.  Soms blijf ik haperen om beter te luisteren terwijl ik drie potten pastasaus in mijn kar goed leg.  Eén item blijft me bij:

“Jij bent niet verantwoordelijk voor iemand anders’ geluk.  Als iemand ongelukkig is omdat jij ergens “neen” op zegt dan is dat niet jouw verantwoordelijkheid, die invloed heb je niet….en als je ergens “neen” op zegt wil dat niet zeggen dat je egoïstisch bent.  Een peoplepleaser kan dat onderscheid moeilijk maken.  Eens je dit goed beseft is het gemakkelijker om iets te weigeren.

Zelf ben ik me redelijk goed bewust van mijn eigen grenzen, kunnen en aankunnen.  Daarom vind ik het soms vreemd als ik mensen hoor zeggen “dat ze heel hun agenda zouden omgooien om “ja” te kunnen zeggen”.  Of zoals Anouck verwoordt “ik laat nog liever drie uur slaap om het te doen lukken!”  Maar als het niet lukt om iets te doen of iemand te helpen, dan lukt het toch niet?  Daar hoef je je niet schuldig om te voelen.

Maar dan kan ik die of die niet helpen!?”  Misschien kan iemand anders hen wel helpen?

En ze hebben geen andere optie“.  Er is meestal wel een andere optie.

Als iemand je hierbij een schuldgevoel aanpraat dan is dat omdat jij dat toelaat.  Soms vraag ik ook hulp aan anderen en het gebeurt al eens dat ik een “neen” krijg.  So be it.  Anderen zeggen geen neen “om mij te pesten” of “omdat ze mij geen toffe vinden” of “omdat ik het niet waard ben”.  Ze weigeren omdat het niet lukt.  Daar blijf ik van uit gaan en het maakt me niet minder gelukkig, ik zoek gewoon een andere oplossing.  Als ik zelf “neen” zeg tegen een uitnodiging, een vraag om hulp, een taak omdat ik het niet kan waarmaken, dan zeg ik gewoon: “dat lukt niet, maar have fun!”, “sorry maar ik kan je niet helpen” of simpelweg “ik zie dit niet haalbaar”.   Voor mij is dit duidelijke communicatie, maar blijkbaar is dat niet voor iedereen zo?  En ja, ik besef dat er mensen zijn die “neen” zeggen om de ander gewoon dwars te zitten of om hun machtspositie in de verf te zetten, maar die filter ik er in dit verhaal uit.

Waw Liese, dat klinkt een beetje like a cold hearted bitch.  Hmja.  Misschien.  Maar alle keren dat ik “ja” zeg zijn gemeende keren.  Zijn keren dat ik kan en wil helpen.  Zijn die keren waarvan ik achteraf tegen mezelf (of de andere) zeg: “ik ben blij dat ik kon helpen”.  Het zijn de uitnodigingen waar ik werk van wil maken.  En ik probeer om veel “ja” te zeggen, maar ik besef ook dat ik mezelf moet beschermen.  Dat ik niet overal moet toezeggen, dat het ook wel lukt zonder mij.

Kun jij gemakkelijk “neen” zeggen of vind je dat eerder lastig?

 

Neen. Nog steeds niet…

Ik was al drie uur te laat op het werk toegekomen.  De stress laaide hoog op, brandend in mijn luchtpijp.  Het enige wat door me ging was: “Is het al zo laat?  Is het al zo laat?  Hoe is het mogelijk dat het in godsnaam al zo laat is?”  Als een kieken zonder kop begon ik op het werk rond te lopen.  Er waren drie uren verloren en ik wist niet waar ze waren, hoe ik het moest oplossen.  En daar stond ze me te observeren.  Haar frou-frou nog altijd even recht.  De bril mooi opgeblonken.  Ze lachte naar me.  Of ze lachte met me.  Geen idee maar haar glimlach was nog steeds dezelfde.  In de droom wist ik “dit is een visioen, ze is er niet meer” maar ik bleef kijken.  En zij bleef lachen.

Bij het schillen van de aardappelen deze voormiddag kwam de droom terug.  “Lieselotte!  Zo’n dikke schillen van je aardappelen!” gierde ze ooit.  Ik antwoordde lacherig: “het zijn maar aardappelen, als de schil te dik is, dan schil ik er gewoon één extra om het verlies te compenseren!”

Het verlies valt echter niet te compenseren.  Bij elke veel te dikke aardappelschil slaat dat besef mij recht in mijn gezicht.