Dingen die ik niet begrijp…

…nijnagels.  Wat zijn nijnagels?  (in het West-Vlaams zeggen wij: nienagels)  Van die kleine fuckernageltjes die aan de zijkant van je nagel groeien.  Als ik ze uitsnak bloed ik als een rund, doe ik er niets mee dan ontsteekt 9 van de 10 keer heel de boel en mag ik het uitzweten.

….mensen die niet zelfstandig (kunnen?) tanken.   Waarom wachten tot iemand uit de winkel komt als je het zelf kan doen?  Je moet toch geen bouwkundig ingenieur zijn om te tanken dacht ik.  Of overtreed ik weer ergens één of andere ethische tankcode en hebben die eigenaars van tankstations dat niet graag dat je dat zelf doet?  Zien ze mij oprijden en denken ze “tsss, ze zal het weer zelf doen hoor, we zijn niet goed genoeg.  Miss Tanken 2017“.

…avocados.  Blijkbaar een heel gezonde fruitsoort.  Of is dat geen fruit?  Ik weet het niet, het ziet er niet alleen onsmakelijk uit het is het ook vind ik.  Letterlijk.  Zonder smaak.  Ik begrijp de hype er ook niet echt rond want of ik nu een avocado in mijn slaatje doe of niet, het maakt weinig verschil in smaak.  Of heb ik nu weer net “geluk” gehad bij mijn eerste avocado en een slechte gekregen?  En ja, misschien moest ik op youtube opzoeken hoe je dat het best schilt en die pit eruit krijgt.  Zo’n filmpjes zijn gewoon gemaakt voor nitwits als ik.

…mensen die afval dumpen langs de kant van de weg.  Mijn auto is misschien een dump, maar ik smijt mijn vuiligheid toch tenminste niet op de straat.  Op mijn looproute is er nu al een tijdje een firma aan het werken.  In de berm zitten ze regelmatig te lunchen of een 10-uutje ofzo te verorberen, ik begrijp dat, ik zou ook honger hebben als je mij al drie uren een drilboor laat hanteren.  Vorige week ging ik drie keer gaan lopen en elke keer zag ik de afvalberg groter en groter worden.  Ze waren zelfs zo vriendelijk geweest om het in een zak te stoppen en gewoon de volledig gevulde zak afval te laten staan.  Vandaag lagen er naast de zak ook allerhande koekjesverpakkingen, een melkdoos, plastic en lege flessen rond te slingeren.  Dat is het brokenwindow-effect denk ik.  Neen, ik ben geen criminoloog, ik heb twee goeie ogen die het alleen maar erger zien worden, week na week.

…waarom de meeste recepten met room op de ingrediëntenlijst zetten: een flesje room van 20cl .  Alle flesjes room die ik koop bevatten 25cl room.  Iemand moet dringend de roomverpakkingsfabriek gaan aanspreken hierover.  Of de makers van ingrediëntenlijstjes gaan berispen voor het te kwiste gaan van al overschotjes room.  Wie gaat dat doen?

Ja waarom is dat eigenlijk?

…dat ik zo’n 5-tal blogideetjes in mijn BuJo heb staan maar geen één deftig kan uitschrijven, of er toch minstens een aansluitende tekst van kan maken.

IMG_20170807_202542

…dat sommige mensen hun PMD niet pletten en dan maar gewoon maandelijks twee PMD-zakken buitenzetten? Of meer?  Dat kan gebeuren dat kinderen occasioneel eens een doosje niet plat duwen, of hun blikje achteloos in de blauwe zak deponeren, trots dat ze het wel sorteerden.  Maar toch geen hele zak vol?

…dat diegene die na mij komt in Den Aldi blijft wachten om zijn aankopen op de band te leggen tot ik het tussenschotje op de band zet na mijn gerief .  En er dan nog eens “merci” bij zegt omdat ik dat doe?  Is er een ethische Aldi-code ontstaan waar ik niets vanaf weet?  Beetje zoals bikers hun voetje uitsteken als ze elkaar tegenkomen op de motor?

…dat er vuur spuwt uit de ogen van mijn voorganger als ik durf mijn gerief uitstallen alvorens hij het startsignaal zijnde het tussenschotje zetten heeft gegeven.

…waarom de kassierster mijn gerief al begint in te scannen terwijl mijn voorganger krampachtig zijn portemonnee nog aan het dichtsjorren is en zijn gerief nog niet eens volledig in zijn kar ligt.  Stress voor beide klanten en evenmin tijd gewonnen voor de kassierster toch?

…waarom ik zelfs met een gps op mijn gsm nog kan verdwalen in een stad en gewoon 3,5 keer voorbij mijn gewenste locatie kom alvorens ik hem spot.

IMG_20170807_131248

…waarom mijn kinderen altijd in het deurgat zitten te spelen.  Of op zijn minst er speelgoed parkeren waarmee ze aan het spelen zijn.

…waarom “kom, we gaan in de zetel spelen” gewoonweg nooit een goed idee is.  Idem voor “mag ik confetti maken?” of “mag ik die stok hebben?”.

…waarom mijn iPad geen USBpoort heeft.  Is dat prehistorisch eigenlijk?  Ben ik totaal niet hipster als ik dingen niet kan streamen, blauwetanden of hologrammen kan maken?  Ik ga wel naar Otomat in Gent hé om te eten!

…waarom Apple zo strontduur is.  Ja, het is goed en handig en kwaliteitsvol (al durf ik dat in twijfel trekken na slechte ervaringen), maar waarom zo duur?  119 euro voor een draadloos toetsenbordje.  Honderdnegenentien ja.  Zitten er verrassingen onder de toetsen?  Als ik vier keer op de p druk, komt er dan een manneke met zijn tong eruit gesprongen?

…draaideuren.  Neen,  compleet zinloos.  Wie dat uitgevonden heeft zouden ze eens een hele dag vroegtijdig tussenschotjes op de band van de Aldi moeten laten plaatsen.

…waarom ik voor een biljet voor de tram 17 jaar geleden 1 euro betaalde en hetzelfde traject nu 3 euro kost.  Die gedachte deed me vandaag bijna zwartrijden.  Gelukkig bestaat er zoiets als SMStickets die iets goedkoper zijn (2,15 euro).

…waarom ik -nadat ik toch braaf een SMSticket kocht- toch controle kreeg op diezelfde tram en het dus blijkbaar mijn lucky day was.

…waarom ik niet, maar dan ook COMPLEET NIET, recht kan knippen.  Is dat enkel voor rechtshandigen weggelegd misschien?

IMG_20170807_203709

Neen.

Neen, dat was niet de afspraak.  Het was niet zo voor jou gepland.  Dat je dit leven zou laten zoals je het zelf zag.  Je moest beter worden.  De kleur weer in het leven gaan zien. Het ongeloof primeert.  En ergens, ergens was ik er altijd bang voor.  Dat het deze keer ging lukken.  Dat je erin zou slagen om alles achter te laten.  In jouw zwart, in jouw vermoeide zwart.  Had ik maar.  Kon ik maar.  Was ik maar.  Hoofdschuddend staan we te praten.   Je laat ons achter in verwarring.

“Death suits you dear , like a beautiful coat but then without all the fur” (Tamino, “Cigars”)

Voor jou geldt dit niet, die dood staat jou niet.  Die felgekleurde flamingorok, jouw glimlach en de kwinkslag waarmee je zo vaak het werk kwam verblijden, zo zag ik jou.  Was die glimlach jouw tweede gezicht?  Was er zoveel dat we niet zagen?  Ik weet dat je vaak kwam meelezen hier.  Mijn eindejaarswens: “dat je het zelf goed hebt, dat je je goed in je vel mag voelen en content kan zijn met de dingen die je hebt en reeds bereikte.  Want onder je eigen vel, daar start het allemaal …”  dit was onder meer tot jou gericht.  Maar onder jouw vel vond je het niet fijn wonen.  Zo in de knoop met jezelf dat je er niet meer uitgeraakte.

Neen, de dood staat jou niet.

Over zwaaien en koken

Zondag 10u15: na een langdurig aankleedritueel vertrekken ze.  De drie mannen van mijn leven gaan barbecueën bij oma en opa, ondertussen maak ik me klaar om te gaan werken.  Terwijl de wagen de oprit afdraait vormt de oudste zoon met zijn vingers een hartje naar me.  Dries-Mertens-gewijs.  Ik hart hem terug want dit is te lief.   Na al die jaren went het wel, maar het blijft soms pijn doen om hen te zien vertrekken.  Ik duw nog vlug hun zomerhoedjes en zonnebrillen door het raam van de wagen en roep een luide “love you!!” naar alle drie.  De laaiende airco overheerst mijn stem.

Gisterenavond lachte ik luidop in bed met  “Gelukkig heeft je moeder twee oren” van Wouter Deprez.

IMG_20170620_074129_961

Hij schrijft het zo kort en bondig maar met deze zes lijntjes typeert hij die en vele andere ochtenden in ons huis.  De herkenbaarheid kaatste in mijn gezicht.  Ik wou dat ik zo mooi de dingen kon neerschrijven.   De momenten vastgrijpen in tekst.  Een woordenkooksel net voldoende laten borrelen tot het een sprankelend, perfect-op-punt-gekruide zinnenmassa vormt.  Roerend zodat het niet aanbakt.  Even later de dansende zinnen uitscheppen op een blad, een scherm, de bovenkant van mijn rechterhand.

Ja, koken is een kunst.

“…het was kiezen en verliezen, geen weg daar tussenin…”

Ik kan er niet aan doen, het is sterker dan mezelf maar ik krijg altijd de kriebels als ik het woord “ploetermoeder” lees.  Vreselijk woord vind ik.  Er komen altijd van die voorstellingen in mijn hoofd van een vrouw die in een modderpoel vooruit tracht te zwemmen en haar kind(eren) daarbij op haar rug draagt.  Of zoiets.  Ook als iemand antwoordt met “druk druk” als ik vraag hoe het is, dan denk ik altijd direct “oei oei”.  Maar voor velen is dat een positief antwoord.  Ik ervaar het eerder negatief, maar ik hou dan ook van algehele rust, terwijl het hier de laatste tijd toch niet te ontkennen valt: de balans tussen druk en op ’t gemak weegt de laatste maanden toch teveel door naar de verkeerde kant.  Maar ik weiger om hierover te klagen (ook al komt dat nu misschien anders over): ik heb het namelijk zelf veroorzaakt.

Het is al sinds het begin van het jaar een twijfelperiode.  Of eerder een “ik-maak-afwegingen”-periode.  Het is niet zo dat ik twijfel tussen verschillende zaken maar eerder denk van “waar haal ik het meest profijt uit”.  Het klinkt egocentrisch maar het is nodig om zo te redeneren. De gestolen uurtjes zijn de laatste maanden schaars.  Als de kinderen thuis zijn probeer ik mijn mènage-klusjes zo veel mogelijk te beperken.  Het is geen sinecure om een pot kokende aardappelen af te gieten met een peuter die rond je benen draait.  En dan blijkt de poetshulp ineens ziek, net na het weekend uiteraard waarin je vanalles “niet hebt gedaan omdat de poetsvrouw morgen komt”.  Het bureau kon gelukkig een vervangster voorzien.  Ze werd de volgende dag ontvangen met “jah, het is hier wel…euhhh… vuil”.  Haar reactie in gebroken Engels: “No problem, that’s why I’m here” was recht in het doel.  ’t Is eigenlijk waar, waarom maak ik excuses?  Blijkt dat ik die eigenlijk gewoon aan mezelf maak.  Ik moet ook niet dwaas doen: ik verpruts teveel tijd aan sociale media èn ik wil ook veel zelf doen.  Zo maak ik elk jaar met de hand de uitnodigingen voor de verjaardagsfeestjes van de kinderen, met een “echte” foto en tekenpapier.  Het raast dan wel eens in mijn hoofd: “alléé had ik dat nu gewoon laten maken met één of andere fotowebsite dan was de kous af” maar neen, ik sta er ook op om zelf een verjaardagkroon te maken, inclusief meten van hun alsmaar groeiende hoofdje.  En terwijl ik het eerder klungelend doe, de enveloppen schrijven, de cijfers -elk jaar me afvragen waar de tijd gebleven is- uitknippen uit gekleurd papier, dan voel ik me gewoonweg goed.  Met een vleugje Boudewijn De Groot (“Avond“) of Els De Schepper (“Als ik je morgen ergens tegenkom“) op de achtergrond.  Ik ben verre van de creatiefste maar die kleine dingen wil en mag ik niet laten varen.  En dan schiet er een hobby bij in: lezen of bloggen of nog een extra toertje gaan lopen.  Zo stel ik mijn prioriteiten: wat maakt mij op dit moment gelukkiger?  Zeker zijn totje in dit kroontje komende zondag.

IMG_20170420_203230

 

 

Over ècht luisteren

Het lijkt een beetje alomtegenwoordig of misschien denk ik dat alleen maar.  Ik volg een aantal mensen online (en irl) die te kennen gaven dat ze problemen hebben om zwanger te worden.  Vele keren lees of hoor ik in hun verhaal dat de druk hierrond heel hoog ligt.  Voor veel mensen is zwanger worden ook gewoon een eitje (en een zaadcel, padum!).  Maar er wordt bij bevruchte eitjes niet altijd stilgestaan bij het feit dat het voor veel koppels (of singles) niet van een leien dakje loopt.  Laatst schreef Kelly dat het bij hen ook niet zo eenvoudig is verlopen en dat ze daar weinig over sprak of schreef.  Eva doet dan weer het omgekeerde en gebruikt haar cartoons en (sociale) media om hierover te ventileren.  Als reactie op de post van Kelly schreef ik dat ik maar al te goed begreep waarom ze hier geen ruchtbaarheid aan gaf.  Het valt me op dat in veel reacties mensen hun eigen verhaal willen brengen.  Daarbij wordt niet altijd gereageerd op wat gezegd of geschreven wordt, maar staat er alleen wat ze zelf meegemaakt hebben.  Ik begrijp dat volkomen, een verhaal roept een ervaring op en die wil je delen.  Of iemand voelt zich aangesproken of verdrietig rond een thema en wil dit delen met de persoon die het thema aankaartte.  Sommige mensen reageren misschien ook wel heel ongepast.  Eva tekende zelf een goeie cartoon waarbij ze perfect illustreert wat ik bedoel:

handige tips eva mouton

bron: Facebook Eva Mouton

De cartoon is grappig maar tegelijk ook schrijnend vind ik.  En het is een oefening die ik heel vaak voor mezelf maak als iemand een probleem aankaart: zo gepast mogelijk reageren.  Ik ben er zeker van dat je zoiets kan trainen.  Ik probeer niet vanuit mezelf te vertrekken op dat moment maar vanuit de persoon die voor me zit.  Moeilijk!  Echt moeilijk om niet in het “bij ons was het….” of “je moet eens dit of dat…” te vervallen.  Om niet met tips te strooien of standaard peptalks.

handige tips deel 2

bron: Facebook Eva Mouton

Als er skills zijn die ik me wil aanmeten dan is het wel zoiets.  Erkenning bieden, niet veroordelen, luisteren en gepast reageren.  Ik heb nog een lange weg te gaan…

Het uur

5:46.  De lakens voelen warm en comfortabel, maar toch forceert mijn gedachtestroom mij eruit.  Ik ga “mijn uur” pakken.  Het uur dat ik al enkele weken mis.  Het uur waarop mijn lichaam, mijn hersenpan, mijn handelingen compleet en alleen maar voor mij zijn.  Ik begrijp Frank Vander Linden als hij zingt: de stilte is oorverdovend.  De koffie sijpelt langzaam door de filter.  Een sms van mijn broer die vijf tijdzones verder woont: mijn ouders hebben minstens twee uur vertraging op hun terugreis.  Ik zie de planning van de middag veranderen, het stoofvlees dat gisteren twee uur stond te pruttelen zal nu niet meer samen met hen gegeten kunnen worden.  Ik forceer mijn gedachten terug naar mezelf, stoofvleesissues zijn voor later.  De koffie is klaar.  Als er al een lijst zou bestaan waarop ik de beste momenten van een dag zou quoteren dan zou “de eerst slok koffie” misschien wel op één staan.  Ik besef dat “van thuis uit werken” voor mij echt zou betekenen dat ik nog steeds mijn huis zou moeten verlaten om elders mijn werk te verrichten.  Het zou me ook zwaar vallen om binnen bepaalde uren van een dag een creativiteit op te roepen, de inspiratie om iets te schrijven komt soms op een heel onverwacht moment, als ik met mijn handen ver weg van een toetsenbord ben.  Respect voor freelancers die het klaarkrijgen, die de knop kunnen omdraaien eens ze eraan beginnen.  De ogen toe voor de omgeving, de hersenkronkels op scherp.  “Dat ik de dingen maar eens meer de dingen moet laten zijn” zei hij gisteren tegen mij.  Uit alles wat ik doe stroomt extra werk, extra uren die ik niet meer “mijn uur” kan noemen.  Ik moet voor mezelf uitmaken wat me energie geeft en wat me energie kost, de hele week plannen om een activiteit voor het vrijwilligerswerk op poten te zetten, rondmailen, boodschappen doen, gerief samenrapen.  Ik foeter wel eens.  Maar het moment waarop iedereen de baby’s masseert tijdens de sessie die ik hielp organiseren, als ik de jonge mama’s en de kirrende baby’s fotografeer, dan ontspan ik.  Bij het afwassen van de koffietassen zie ik mijn zonen toekomen met hun vader “wij hebben in een camion gezeten zojuist!!”.  Het gevoel dat mij soms bezighoudt vervalt, want tijdens het vrijwilligerswerk ben ik er niet voor hen maar voor 15 andere mensen met kinderen.  Na de afwas vertrekken we alle vier samen naar huis.  Ik neem me voor om niet meer te stressen over het feit dat ik “mijn uur” nog niet heb gehad.  Het komt wel.  Net als de inspiratie om te schrijven over dat irritante ventje op mijn schouder met zijn tikkend klokje.  Ik probeer hem soms weg te vegen, achterwaarts.  Soms valt hij wel eens, maar altijd, altijd klimt hij vastberaden weer naar boven.  “Neem je uur”.