Page 28 of 118

Less was definitly more

De jaaroverzichten, ik vraag me af hoe ze er anno 2020 gaan uitzien. Binnenkort komt mijn eindejaarsboekenlijstje online. Bij twijfel of ik een bepaald boek al dan niet gelezen heb durf ik wel eens terugneuzen in de lijstjes van vorige jaren. Soms verwijs ik ernaar als iemand een boekentip vraagt. Verder ga ik weinig lijstjes maken van “Beste dit” of “Top alginder”. We kunnen 2020 als “een slecht jaar” gaan aanschouwen. Ik vermoed dat velen het ook zo gaan verwoorden. Minstens als een speciaal jaar. Voor sommigen heel terecht een kakjaar. Een jaar om direct door te spoelen. Voor mij was 2020….leerrijk. Minstens even leerrijk als alle andere jaren. Zeker even waardevol als de jaren die nog gaan komen. Het was geen fantastisch jaar, dat niet. Op mijn kerstkaartje dit jaar staat dan ook de boodschap: “Noaste joare beter!”. Veel van mijn vrienden werden ziek door het gemene coronavirus. In de voorziening waar ik werk is het nog altijd alle hens aan dek, er vielen in andere groepen jammer genoeg verschillende overlijdens te betreuren. Ik wens het niemand toe om dit van dichtbij mee te maken. Gelijk hoe, jobsgewijs was het dus een jaar dat ik niet graag wil overdoen. Met de stagnering in de ontwikkeling van onze jongeren op kop, want hoe kun je iemand aanleren om zelfstandiger in de maatschappij te staan als je met moeite buiten mag komen? Hoe leg je uit aan iemand met een verstandelijke beperking dat hij de komende periode niet naar huis mag? Hoe vertel je dat die 4 weken internaat ineens 6 weken worden? Dat die 6 weken uiteindelijk 10 weken worden? Ik heb geleerd dat je dat gewoon doet, maar tegelijk heb ik ook geleerd dat ik zo’n zorg niet meer wil bieden. Ik wil niet meer terug naar het lockdownverhaal van het voorjaar en daar heb ik veel voor over.

Voor mijn persoonlijke groei was 2020 wel een topper. Nooit eerder heb ik zoveel aan persoonlijke ontwikkeling gedaan als dit jaar. Niet dat er in 2020 meer tijd was, integendeel. Met een schoolkind en een kleuter fulltime thuis in het voorjaar kwam daar niet veel van in huis (al was ook zelfs dàt een leerschool). Toch las ik meer dan 50 boeken waarvan minstens de helft non-fictie over minimalisme, focus vinden, gedragsverandering, gewoontes doorbreken. Het is simpel en het komt altijd op hetzelfde neer: verandering start bij jezelf. Het zal altijd een slecht moment zijn om iets aan te pakken of een reden om het niet te doen. Het is te druk. Er is geen tijd. Geen geld. Geen ruimte. Geen goesting. Geen courage. Niemand helpt je. Het lukt niet. Je hebt het geprobeerd maar het is mislukt. Je wil niet falen. Je kunt het je niet permitteren. Vul gerust aan.

Ik vermoed dat het probleem is dat sommige mensen het veel te groots zien. Het begint echter allemaal met één kleine verandering. Eén iets kan een sneeuwbaleffect hebben, iets dat mogelijk je hele leven verandert. En als het niet je hele leven is, dan misschien één aspect van je leven of zelfs misschien maar één dag er van. Ik ondervond dat mijn leefwereld serieus veranderd is door te minimaliseren en dat gedachtengoed in alles door te trekken. Het jaarthema “Less Is More” is op die manier echt goed tot zijn recht gekomen. (Ik schrijf er sowieso nog over op mijn andere blog). Hoe ik 4/5e werk, ons menage mee draaiende hou en tegelijk regelmatig ga wandelen met vriendinnen? Waar ik de tijd haal om te lezen en daarnaast meer dan 85 blogposts te schrijven op een jaar? Ik doe dat gewoon en ik overdenk het allemaal niet teveel. Komt daarbij goed van pas dat ik een afkeer heb van perfectionisme. Ankeren naar een hogere functie op het werk is niet aan mij besteed en ik streef al zeker niet naar een duur grotesk huis of zakken vol geld op mijn bankrekening. Ik moet er al eens iets voor laten maar dat vind ik niet erg, ik hoef niet meer zo nodig alles te hebben. Voor mij zijn relaties het belangrijkste in het leven. Niet alleen mijn relatie met anderen, maar vooral ook de relatie met mezelf. Als je vindt dat deze niet in balans is, als je jezelf alsmaar als laatste op je lijstje zet, dan zal er van die courage inderdaad niet veel in huis komen.

Verder sluit ik deze blogpost af met nóg maar eens een fotootje uit dat prachtige boek van Charlie Mackesy. Een boek dat ik alleen maar kan aanraden, startende minimalist of niet.

Op ’t ritme van een rumba.

Als klein meisje had ik het zwaar te pakken voor Bart Kaëll. Jààà, ik weet het. Hoewel ik nog altijd schaamteloos geniet van “La mamadora” is de liefde nu wel enigszins bekoeld. Het is nu -zoveel jaren later- met mijn partnerkeuze gelukkig nog goed gekomen al moest ik daarvoor wel eerst een spoor van foute mannen maken. Anyway, Bart Kaëll sprak altijd tot mijn verbeelding, hij had zo’n zuivere stem en zijn huid was zo mooi, ik streelde stiekem de putjes in zijn wangen op de ene poster die ik van hem had. Even later namen de meisjes het van hem over en was ik compleet in de ban van Def Dames Dope. Vier Belgische powervrouwen die straight forward-boodschappen verkondigden. In het middelbaar ging ik helemaal op in No Doubt en Skunk Anansie. Ik wou Gwen Stefanie zijn. Vooral haar voorkomen in de toiletscène van Just A Girl sprak tot de verbeelding: adidas-hoodies, strakke topjes en wijde broeken werden dan ook gedurende mijn hele puberteit mijn go-to-outfit.

En nu? Nu heb ik nog weinig zo’n crushes. Ik kan het wel warm krijgen als iemand gepassioneerd iets ingewikkeld kan uitleggen in mensentaal zodat ik er het fijne van begrijp. Aangezien ik me sterk interesseer in alles wat met psychologie en gedragsverandering te maken heeft krijg ik regelmatig nieuwsbrieven van hippe neuropsychologen en volg ik podcasts waarin New York Times-bestsellerauteurs hun verhaal doen. Soms kan ik hoteldebotel zijn van een prachtige uitspraak in een podcast of een treffende vergelijking in een kort gesprek. Er kan ook zoveel schoonheid zitten in iets heel simpel. Een pentekening met een prachtige tekst bij zoals deze van Charlie Mackesy:

Er zijn ook dagen waarop ik het minder goed zie, al die prachtige dingen. Dagen waarop ik mezelf neerschiet met een verdovingspistool. Dagen waarop ik me gemakkelijk in mijn smartphone verlies of nogal veel in de frigo leun om iets lekkers te zoeken dat er nooit ligt. Ik vermoed dat ik niet de enige ben. Dagen met extra verzuchten, lusteloos rondpekkelen in huis en niet weten waar ik goed ben. Ik wikkel die dagen in een dekentje rond me en laat ze over me stromen. They are part of the game. De dag erop blijkt Ecuador van Sash de beste keuze in de badkamermuziek en gaat het beter.

Ook minder goeie dagen brengen me iets. Al was het maar mijmeren over Bart Kaëll en meekwelen met Sash. Tijdens het mindless scrollen kom ik wel prachtige accounts tegen zoals deze van The Sad Ghost Club.

Lof joe toe

Na een ochtendwandeling van 6 km door de modder, de bossen en de vochtige velden zou je denken dat mijn jongens perte totale zouden zijn. Niets is minder waar. Het valt me op, veel bewegen is een katalysator om nog meer te bewegen. De rest van de dag zitten ze vol vuur en moet ik hen heel regelmatig aanmanen tot kalmte. Ze kunnen het gelukkig goed met elkaar vinden maar dat maakt het niet minder vermoeiend als ze nog maar eens op elkaar klimmen in de zetel. “Zit maar op mijn poep, dan maak ik met mijn voeten een rugleuning voor je”. Het eindigt net niet op de dienst spoedgevallen.

Mijn jongens, ik kan me er nog dagelijks in verwonderen hoe verschillend ze zijn. Ilja, met zijn schriele lijf en zijn brede schouders, kijkt met die groenbruine kijkers graag de kat uit de boom. Linus, robuust gebouwd met kloeke armen, kwebbelt iedereen onder tafel en stelt zowat alles in vraag. (“Kun je allergisch zijn aan water?”) Dat mag je heel letterlijk nemen. Er wordt geen onderwerp gemeden.

Soms denk ik: die twee lijfjes hebben wij gemaakt. Wij geven die lichaampjes boterhammen om ze te doen groeien, we trekken ze tegen ons aan om onze liefde te tonen. De jongens gaan binnenkort twee pubers zijn, de baard in de keel en als ze iets meehebben van hun moeder ook een goeie dosis jeugdpuistjes. Knuffelen zal misschien minder gewenst zijn? De vrees van elke ouder? Nu staar ik me regelmatig blind op de hoeveelheid aardappelen die in de kleine zijn mondje gaan of op het enthousiasme waarmee Ilja me helpt in de keuken als er puree moet gestampt worden. Ik kan me verbazen in de kracht die Linus heeft, rechtdoor stappend met een rugzak vol tussendoortjes op zijn rug “Ik kan dat al hoor”. Ik trek nog altijd ogen als Ilja constant in beweging is op momenten waarop hij alert en kalm zou moeten zijn. Vers gekookte aardappelen stampen, daar hoort namelijk een dansje bij en niet “een hartverzakking als de kom bijna op de grond dendert”.

Vandaag heb ik nogal veel geprutteld nadat ze ons kot bijna afbraken in hun enthousiasme maar straks als ik ze in bed stop wrijf ik liefdevol over Linus’ neusje en grijpt Ilja me vast als een aapje terwijl we elkaar “Love you” zeggen.

Doordenkdinsdag

Terwijl ik de boontjes uit hun bakje schud en de schaar erbij neem denk ik aan de uitdrukking “Je eigen boontjes doppen”. Ons moeder liet ons als kind hele emmers boontjes “toppen” zoals zij het noemde. We maakten er een sport van om zoveel mogelijk boontjes in één keer van hun kraagje te ontdoen maar de emmers leken bodemloos te zijn.

“Je eigen boontjes doppen” “Je plan trekken” “Iets alleen aankunnen”. Als mijn kinderen het huis verlaten wil ik graag dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen. Ik wil dat ze zelfstandig genoeg zijn om niet afhankelijk te zijn van een eventuele partner als het op huishoudelijke taken aankomt. Ik mag er niet aan denken dat mijn zonen later hun man of vrouw moeten aanspreken om iets te doen omdat ze het niet kunnen.

Tegelijkertijd wringt die uitspraak ook bij mij. Want ook het volgende is iets wat ik heel erg predik:

uit: “De jongen, de mol, de vos en het paard” van Charlie Mackesy

Wat als mijn jongens niet tot bij mij komen met hun problemen? Hoe zou ik me daarover voelen? Uitgesloten denk ik. Ik wil weten wat er in hun hoofd omgaat en tegelijk besef ik dat ik het nooit helemaal zal weten. We trainen hen om zo zelfstandig mogelijk te zijn maar het is een moeilijke balans tussen “Doe je eigen kousen aan” en “Kom bij mij als je onzeker bent over iets”. Ik ben zelf een eersteklas plantrekker en dat heeft al veel in mijn voordeel gespeeld. Tegelijkertijd ben ik zo’n eenzaat dat “Help” niet in mijn meest gebruikte vocabulaire staat. Mijn ouderschap is sowieso iets waar ik veel over secaneer* in mijn hoofd en hoewel ik al heel wat stappen heb gezet blijft onzekerheid wel de kop opsteken. Aan de andere kant ben ik ook van mening: elke ouder twijfelt wel eens. Dan laat ik het over me stromen en dan passeert het zoals het kwam. Een uur later publiceer ik een blogpost onder de noemer “Doordenkdinsdag”. 😉

*secaneren: Een gezellig West-Vlaams woordje voor overdenken, reminisceren, mijmeren.

Update: blijkbaar gaat het over het woord “Chicaneren” en niet “Secaneren” zoals ik het zelf uitspreek. En Vandale online geeft hiervoor volgende uitleg:

Dus hoe ik het gebruik is minder correct maar het blijft een geweldig woord hé?

Days of our lockdownlife #3

Het liefdesgedicht moest tegen maandag binnen. Aangezien het maar maximum 12 regels mocht hebben zou je denken dat dit vlot zou gaan om te schrijven maar het was een uitdaging om iets in elkaar te flansen. Elk woord is van belang en kan het hele gedicht uit balans halen. Een komma te veel, een lidwoord minder, het maakt allemaal veel meer uit dan bij een simpele blogpost. Bij het bloggen herlees ik telkens mijn teksten en hoewel ik regelmatig vind dat iets misschien beter of anders kon ga ik daar niet op zwoegen. Het is wat het is. Maar met het gedicht wou ik toch wel iets afleveren waar ik echt content van was. Ik sprak mijn vriendin Kelly aan om mijn accountabilitypartner te worden. Zij kreeg de drafts te lezen en gaf haar mening over teveel gebruik van de “s” of woorden die minder goed klonken. Ze pookte me via Whatsapp als ik een tijdje geen drafts meer doorstuurde waardoor ik bij de les bleef en regelmatig verder zwoegde. Het was typen-deleten-hertypen-deleten tot ik er tevreden over was. Meestal ben ik goed in staat om mezelf aan te sturen en om aan te pakken wat ik veranderd wil zien maar deze keer was het best handig dat ik iemand als stok achter de deur had.

En niet alleen achter de deur maar ook voor de deur was ze te vinden. We deden een drempelpraatje en achteraf smulden we van een bergje pannenkoeken die ik bij haar kocht als steun voor de school van haar dochter. Ook Fieke kwam aan de deur om boeken voor taartjes te wisselen. Zalige overeenkomst dat!

En verder? Wandelen, wandelen en oh ja, wandelen zeker? What else to do? In De Palingbeek stapten we door weer, wind en modder. Ik deed Walk & Talk met Tiny in Zonnebeke, met Kelly in Ieper, met Josefien in het Groenhovebos in Torhout en dan nog eens met mijn kroost in hetzelfde bos (Torwoud) vandaag.

Bij Nele Colle volgde ik een webinar over “Opruimen en organiseren met mensen met ADHD en autisme”. Ik dacht dat zoiets wel zou bijdragen aan mijn werk bij jongeren met deze problematieken. Over het opruimen en organiseren zelf heb ik niet zoveel bijgeleerd aangezien ik dat weinig doe, ik minimaliseer wat ik niet meer nodig heb in plaats van het een gelabeld plekje te geven. Hoewel ik al wat ervaring heb in werken met mensen met autisme en/of ADHD is het vooral interessant om te weten hoe dit is voor mensen zonder verstandelijke beperking. De meeste mensen die de webinar volgden waren effectief mensen met autisme en/of ADHD, het gaf een interessante inkijk in hoe zij de wereld ervaren en dat maakte de avond wel leerrijk voor mij. Aan het gekrabbel in mijn Bullet Journal kun je zien dat ik de webinar in de zetel onder een sarzeke volgde.

De komende week ben ik thuis om overuren te compenseren. Hopelijk kan ik elke dag genieten van een schilderachtige zonsopgang zoals ik er één vastlegde de voorbije week.

Wat zijn jullie plannen de komende dagen?

Broers in virustijden.

Hurkend voor de wasmachine graai ik tussen de vuile sokken in de wasmand. Vier mensen maken dagelijks acht sokken vuil maar toch vraag ik me telkens af hoe het zover is kunnen komen dat ik een leger kan voorzien met mijn voorraad vuile was. Halfweg een gevulde wasmachine komt Linus me vragen om twee legostukjes van elkaar te prutsen. Ik breek er net geen nagel op en geef hem de twee minuscule deeltjes terug. “Danku!” zegt hij terwijl hij met zijn hand over mijn rug wrijft. Het is zo’n klein gebaar maar het doet me ineens zoveel. Deze charmante vijfjarige wervelwind steelt in één seconde weer mijn hart. Net zoals Ilja die me vorige week in de wagen vroeg of ik nog naar “de overmiddelbaren” ga. Ik stopte in februari al met mijn bacheloropleiding maar toch had hij de naam onthouden van iemand waarmee ik indertijd contact hield. (Tot mijn eigen schaamte moest ik toegeven dat ik die persoon vergeten was….).

De kinderen zijn al bijna een jaar op elkaar aangewezen. Hobby’s werden afgelast, weer opgestart, weer afgelast. Vriendjes mochten eerst niet op bezoek, dan weer wel en nu weer niet. En die twee, zij leven daarin verder. Zij doen altijd door met elkaar.

Het heeft lang geduurd eer we de beslissing genomen hebben om twee kinderen te krijgen. Toen ik zes jaar geleden mijn tweede zwangerschap aankondigde waren de reacties dan ook heel uiteenlopend. Van “ah toch?” naar “blij dat het toch nog gelukt is!” tot “eindelijk zeg!”. We wilden vooral een doordachte keuze maken en gingen er niet vanuit dat twee kinderen krijgen de norm en dus bijgevolg evident is. Ik vind dat namelijk niet evident. Net zoals ik kinderen krijgen tout court niet evident vind. De beslissing om toch een tweede kindje proberen te krijgen is dan ook niet over één nacht ijs gegaan. Het leeftijdsverschil van vier jaar is lang een issue geweest in de band tussen de jongens. Nu ze 5 en 9 zijn is dat verschil nog steeds groot maar toch klikt het momenteel heel goed tussen mijn zoons en daar heeft de coronacrisis wel degelijk een aandeel in gehad. Hun verschillende karakters botsen wel eens maar mijn hart smelt als ze elkaar knuffelen zonder meer. Als ik hen -net zoals nu- aan het afmuizen ben terwijl ze tegen elkaar bezig zijn in hun spel.

Ik vind het dan ook geweldig amusant om hun gesprekken te volgen. Om te zien hoe hard ze op elkaar gelijken. Om te zien hoe verschillend ze van elkaar zijn. En vooral: om uit te zoeken wat ze van ons mee hebben.

…en om ze stiekem op de foto te zwieren uiteraard!

Bolognaise en strijkkwartetten

Ik hou van luisteren. Tijdens wandelgesprekken hoor ik soms wel eens “Sorry, ik ben aan het zagen hé?” of “Oei, ik ben al de hele tijd over mezelf bezig”. Dat vind ik eigenlijk nooit erg. Ik vind ook niet dat iemand zaagt maar dat heeft ook te maken met het feit dat ik mijn gesprekspartners goed weet uit te kiezen. Van een walk & talk krijg ik net energie, ook al babbel ik zelf soms heel weinig. Ik luister, probeer samen te vatten wat de verteller me zegt en stel vragen tijdens een gesprek. Ergens vind ik het fijn om uit te rafelen hoe het eraan toe gaat in iemands’ hoofd. Dat klinkt misschien een beetje….eigenaardig? Maar ik vind het interessant om te horen welke gedachten mensen ondergaan en hoe ze daarop anticiperen. Net zoals ik graag in mijn planten wroet doe ik dat ook wel eens graag in iemands’ hersenspinsels. En net zoals er wel eens een plant het loodje legt door teveel water of te weinig zonlicht heb ik het ook heel vaak niet bij het juiste eind (als dat ook maar mogelijk zou zijn). Een resumé maken van iemands gedachtenkronkels is bijlange niet evident.

Luisteren is iets wat ik heb moeten leren. Het was -en is nog altijd- een lang proces waarbij ik mezelf al heel regelmatig heb moeten terugfluiten als ik weer eens in de oplossingsmodus schiet met: “Heb je dit of dat al eens geprobeerd?” of “Misschien moet je maar eens daarmee beginnen of stoppen?”. Ook al maak ik regelmatig reflecties naar mijn eigen leven en mijn eigen gedachtenpatronen, toch hou ik deze veelal voor mezelf. Iemand kan er deugd van hebben om te horen dat ze met bepaalde gevoelens niet alleen staan maar het is balanceren tussen “Je bent niet alleen” en “Ik heb, ik ben, ik ken iemand die…!”

Erkennen vertrekt volgens mij vanuit de ander zijn of haar gevoelens. Het is de moeilijkste oefening die ik ooit probeerde te maken. Met vallen en opstaan.

Het heeft ook heel lang geduurd eer ik mijn eigen gevoelens kon benoemen voor mezelf. Ik ben daar nog altijd geen krak in, het blijft een werkpunt. Ergernis die opspeelt, boosheid over een situatie. Vanwaar komen die gevoelens en hoe ga ik daarmee om? Ben ik boos omwille van de situatie of speelt er iets anders? Wat is de achterliggende reden van mijn ergernis? Leg ik de oorzaak bij de andere of draai ik die spiegel eens naar mezelf? Een leerproces dat de laatste tien jaar de kans kreeg om -zoals een verse bolognaise- rustig te pruttelen en waar ik nu toch al wat (roer)werk heb verricht. Tegelijk sta ik nog nergens en besef ik dat het een levenslang leren is. De kruiding kan ook telkens anders. Soms kan ik enorm boos worden, dan schiet er vuur door mijn borstkas, dan weet ik dat iets me echt raakt. Dan worden er geen gevoelige snaren maar complete strijkkwartetten geraakt. Een teken dat iets me nauw aan het hart ligt want soms is dat een beetje flou vind ik. Wat is ècht belangrijk voor mij en wat kan best wat minder? Saus tot nadenken!

De 7 Ge’s

De voorbije week was voor mij de eerste week waarin ik het echt voelde doorwegen. Een kort lontje in combinatie met twee overactieve kinderen in lockdown. Neen, het was geen topweek. Zoekend naar antwoorden tussen de ruis die in mijn voorhoofd wareert kwam ik enkel tot het besef dat er ook gewoon kakweken kunnen zijn. Er gebeurt ook weinig noemenswaardig maar net voldoende om er een kort postje over te schrijven.

Gelezen:

Ik ben er nog in bezig: “Georges en Rita” van Leen Dendievel. Een rauw boek over euthanasie, het komt bij momenten hard binnen maar het is een aanrader. Ik ken Leen Dendievel vooral van haar rol als Frankie in Thuis. Ik heb haar altijd een speciale vrouw gevonden. Ze heeft een heel specifiek uiterlijk en ze komt altijd sereen over. Alsof ze heel wat wijsheid in zich draagt.

Gesjeesd:

Met de scooter kon ik wel eens een uurtje “ontsnappen” aan het vele lawaai in huis. Ik trof het met een geweldige zonsondergang onderweg. Wolken en alleen-tijd laden mij altijd op.

Gekregen:

Na de laatste werkdag van de week vond ik een lief kaartje in de brievenbus. Mijn gemoed zat wat in mijn keelgat en ik moet zeggen dat dit mooie gebaar veel heeft goedgemaakt.

Gespot:

Paddenstoelen. Zijn er altijd zoveel paddenstoelen in de herfst of valt het gewoon extra op nu we veel meer over bospaden crossen?

Gevierd:

Sint-Maarten was in het land. De kinderen kregen hem voor het eerst niet te zien. Toch opvallend hoe zij opgroeien met dit virus. Linus wist droog te zeggen “dat de piet in quarantaine zat” en daarmee was de kous af. We gingen voor minimalistische cadeau’s dit jaar. Ik bakte nog maar eens man-te-paarden en uiteraard werd er veel te veel chocolade geboeft.

Gekocht:

Een fluffy kamerjas. Als we dan toch in ons kot moeten blijven beter in een comfy outfit dan maar? Ik bingede er Emily in Paris in, dus qua girlystuff kan dat wel tellen denk ik. Emily in Paris is van dezelfde makers als Sex And The City (eerste seizoen uit 1998) al is het heel braafjes. Van die tweede ken ik alle afleveringen uit mijn hoofd en ik rol soms nog altijd uit de zetel van het lachen met de uitspraken van de vier dames. Tegelijk denk ik niet dat zoiets controversieels nu nog zou gemaakt worden.

Geschreven:

Te weinig. Een eerste versie van het gedicht is nog niet bijgewerkt en de tijd tikt hiervoor aangezien de wedstrijd tot eind november loopt. Ook voor mezelf heb ik te weinig geschreven, vandaar ook mijn wattenkop deze week. Ik geef het iedereen mee als tip: schrijf neer wat er in je hoofd omgaat! (Daarna negeer ik netjes mijn eigen raad! Tjah!)

Jullie iets interessants uitgestoken? Saaier dan bij mij kan het echt niet!

Days of our lockdownlife #2

Oe ist in jullie kot? We moeten dat een beetje meer vragen aan elkaar hé nu, hoe het echt gaat? Hier is het…cava. Het loopt niet over, maar het is ook niet slecht. De stress zit iets minder hoog dan enkele weken geleden en dat voel ik wel fysiek. Toch kies ik er nog altijd voor om vroeg in bed te kruipen (soms knip ik om 21u30 al het lichtje uit). Het is blijkbaar nodig aangezien ik niet midden in de nacht wakker word en nog vier uur naar het plafond lig te turen.

De voorbije week was er één met variatie in werken en verlof opnemen. In oktober en nu ook in november werk(te) ik samen met mijn collega’s veel meer uren dan normaal. Een verlenging van het herfstverlof met 4 dagen is sowieso voor ons al een aanpassing van de uurroosters en zorgt er ook wel voor dat ons overuren-aantal nog meer de hoogte in schiet. Ik heb enorm veel geluk met de mogelijkheden die de gemeente hier aanbiedt qua kinderopvang, ik besef maar al te goed dat het geen evidentie is dat er extra noodopvang wordt ingeschakeld voor de werkende mensen maar ik maak er graag gebruik van.

Met Tiny en de kinderen (de mijne, niet de hare) trok ik naar het Multimovepad in Vleteren. In de Sint-Sixtusbossen werd een hindernissenparcours opgezet in twee lussen. De ene lus loopt door het kasteeldomein van De Lovie en de andere lus door een ander deel van het Sint-Sixtusbos.

Het pad is een echte aanrader maar…enkele zaken wil ik toch zeker meegeven: het is enorm modderig. Breng je laarzen of wandelschoenen zeker mee, ik moest zelfs achteraf jassen wassen. Op een gegeven moment kom je ook binnen in het domein van De Lovie. Dat is mijn werkgever dus het is een voorziening voor personen met een verstandelijke beperking. Momenteel zijn er strenge richtlijnen omwille van Corona-uitbraken. Het is over het volledige domein verplicht om een mondmasker te dragen (ja, ook in open lucht). Als derde puntje: het pad is enorm druk momenteel. Ik zou nu niet meer gaan in de vakantie. Dit ter zijde. Hou hem zeker in bewaring als je met kleine kinderen binnenkort eens de fantastische Westhoek wil bezoeken.

update: het postje stond nog maar online en ik zag passeren dat het pad afgesloten wordt (kant van het kasteeldomein) tot en met 15 november omdat de corona-maatregelen onvoldoende worden nageleefd….

Als je dan toch in De Lovie komt, bezoek dan ook eens de Mariagrot. Katholiek ben ik niet maar dit blijft wel indrukwekkend.

Voor de rest wentelden we vooral in ons kot waar ik erin slaagde om falafel te laten aanbraden in een pan met anti-aanbaklaag. Doe mij maar eens na!

Thuis zijn met de kinderen is ook heel regelmatig iets openschroeven om batterijen te vervangen. Ik beschik ondertussen over een heel arsenaal aan toernevieskes die ik tussen de messen en vorken bewaar. Zo moet ik niet telkens een hele alaambak gaan omkeren in de garage.

Ik liet ook de was volledig ontsporen waardoor ik vandaag een inhaalmanoeuvre mocht inzetten.

De kinderen kregen een pretpakket van nonkel Roderik en tante Melissa als compensatie voor het logeerpartijtje dat in het water viel deze vakantie. Er bleek ook een cadeautje voor ons in te zitten, waarvoor dank!

Vanmorgen trok ik er nog eens alleen op uit. Geen kat op baan te vinden, dat is anders dan de andere wandelingen die we de laatste week deden in De Gavers (druk), De Vestingen in Ieper (superdruk), het Sterrebos Rumbeke (redelijk druk). Misschien moet ik mijn terrein gaan verleggen en voor stadswandelingen gaan in plaats van te schuifelen op knuppelpaden?

Mijn bullet journal werd aangevuld met de maand december. Het feit dat ik in de tweede week van november nog de komende maand moet opmaken is typisch voor het jaar dat geweest is. Er valt niet veel vooruit te plannen dus doe ik het ook niet.

Op de planning voor straks: mijn valies maken om twee nachtjes te gaan werken!

Achter de schermen

Volgend jaar ben ik hier al tien jaar bezig. Een blogdino zou je dat kunnen noemen zeker? De eerste jaren was het hier kalm, het is pas toen ik meer begon online te delen via Facebook dat er interacties en nieuwe inspiratie ontstond op deze blog. Ik heb altijd geschreven, ook op talloze andere blogs. Momenteel beheer ik ook twee blogs, maar Shoutyourheartout blijft mijn hoofdblog. Het is ondertussen een soort online dagboek geworden waar ik graag eens in terug snuister. Hoe was het in het jaar 2013? Al die tijd ben ik nooit echt anders gaan schrijven. Misschien iets meer genuanceerd, iets minder expliciet. De komende jaren wordt dit waarschijnlijk ook beperkter door de leeftijd van mijn kinderen. Ik besef maar al te goed dat ik hun privacy beter moet beschermen en daar zal ik de komende maanden geleidelijk aan rekening mee houden. Mijn schrijfsels worden vaak omschreven als “herkenbaar”. Ik denk dat de meeste lezers zich ook in mijn leeftijdscategorie en levensfase bevinden al weet ik dat er ook wel wat mensen meelezen die iets ouder zijn.

Koffie en ochtend. Twee onderdelen van het bloggen.

Bloggen gaat bij mij vanzelf. Ik moet er niets speciaals voor doen, enkel mijn laptop openen en zorgen dat ik wat tijd voor handen heb. Ik heb geen vaste thema’s behalve dan misschien “De 7 Ge’s” waar ik allerlei dingetjes op een hoopje schraap en in een postje giet. Voor de rest gaat het soms alle kanten op. Er is geen vaste structuur, geen doordachte inhoud. Er zijn wel verschillende types postjes maar dat staat niet vast op voorhand. Soms probeer ik een bepaalde sfeer te beschrijven, soms is het gewoon een relaas van de voorbije dagen. Ik waag me wel eens aan een metafoor of soms zijn het gewoon foto’s met wat commentaar. Het feit dat het zo gevarieerd is maakt het voor mij haalbaar om te blijven schrijven. Ik heb niet het gevoel dat ik iets “moet” van mijn blog. Ik moet niet elke week posten, ik moet eigenlijk niets en die vrijheid is voor mij heel belangrijk.

Veelal begin ik te schrijven en komt de inspiratie terwijl ik bezig ben. Soms heb ik al enkele kernwoorden genoteerd terwijl ik met iets anders bezig was. Ik ben sowieso constant foto’s aan het nemen met mijn smartphone. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik een foto heb genomen. Soms doe ik er niets mee maar het kan ook dat ze op de blog vliegen in een tekst die er totaal niet mee te maken heeft. Zoals ik reeds schreef, er is geen structuur in deze blog, geen vast stramien, geen verwachtingen.

Sinds dit jaar heb ik een bureautje om mijn laptop op te zetten. Na 9 jaar heb ik eindelijk een vast plekje om te schrijven en moet ik niet meer als een nomade met mijn laptop door het huis sluipen. Ik kocht ook een noise cancelling headphone omdat ik in het centrum van het huis en de bijhorende actie zit. Maar mijn bureau is van mij. Er mag geen speelgoed op liggen, er mogen geen kleren op mijn stoel liggen, geen papieren slingeren naast mijn laptop. Veelal drink ik koffie terwijl ik schrijf. Dat ziet er op dit eigenste moment blijkbaar zo uit:

Ik snuister wel eens in de statistieken. Soms merk ik dat iemand een leesmarathon heeft ingezet en ja, ergens ben ik dan wel nieuwsgierig wie dat zou kunnen zijn, maar tegelijk is het mysterie ook een fijne gedachte.

Mijn meest gelezen post is “Powermeme” uit 2018. Ik schreef hem de ochtend na het overlijden van mijn grootmoeder, uiteindelijk las ik hem ook voor op de afscheidsviering. Het staat als een paal boven water dat ik al schrijvend zaken verwerk. Ik raad het dan ook iedereen aan om te schrijven wat er in je hoofd opkomt. Je hoeft het niet te delen maar iets wegschrijven is al zo vaak een goeie manier geweest om mijn hersenspinsels te kalmeren. Als het maalt in mijn kop verdwijnt het via mijn vingertoppen.

Deze blogpost ontstond in het kader van de Blogboost najaars challenge. Ik werd ook door hen reeds in het verleden geïnterviewd over bloggen.