Page 42 of 118

These are a few of my favorite things

Een goeie balpen. Zo één die vlotjes over je blad gaat zonder dat je te hard moet drukken. En schrijven met de hand, daar hou ik me graag mee bezig.

Vers gestreken zakdoeken tijdens het snotseizoen. Amerikanen vinden dit ranzig. En feitelijk is het niet echt proper, zo’n snotlap in je broekzak. Maar toch veel aangenamer voor de geïrriteerde neus.

Kleurige bloemenprintjes. Scrollen tussen de tafellakens op Tafelzeilonline is mijn lang leven (#nonspon!). Lang gedacht dat dit een Duitse firma was en ik sprak het dan ook op zijn Duits uit. En hoe meer ik scroll, hoe meer ik besef: ik grijp altijd terug naar bloemenprintjes. Mijn tasjes van Pip Studio zijn dan ook het perfecte voorbeeld van wat ik bedoel.

Van Tiny gekregen!


De geur van sigaretten in de ochtend. Ja, vies, I know, maar toch….zo’n ochtendsigaret, dat valt toch met niets te vergelijken. Wreed hé. Lichtjes beschamend ook wel. Jarenlang roken heeft toch zijn sporen nagelaten. Eéns verslaafd, altijd verslaafd, ik rook al 14 jaar niet meer.

Een verschoten chillpants pyjamabroek die vers uit de droogkast komt. Vooral in combinatie met een vrije avond, het televisiebaksje en een berg kussens achter mijn rug.

Voelen en ruiken aan verse notitieboekjes. I love the smell of a fresh notitieboeksjen in the morning. Soms ben ik een echte debbelaar*. Ik hou ervan om letters te volgen met mijn vingertoppen. Letterlijk de woorden voelen. Woordelijk de letters voelen.

Atticuspoetry op Instagram. Zalig hoe deze persoon in vijf korte lijntjes kan beschrijven hoe ik me soms voel.

bron: Instagram

Het uitzicht uit mijn huis. Zowel ’s morgens als ’s avonds. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

Mooie woordjes ontdekken in een cursus: Egodepletion

*debbelen: bepotelen

Kerremesse in d’helle*.

Ik kan mezelf niet echt met andere moeders vergelijken. Anderen lijken altijd iets meer inventief, georganiseerd en moedereriger te zijn dan ik. Soms denk ik wel eens dat ik best wat meer moeite zou mogen doen maar aan de andere kant vind ik ook dat ze vooral zichzelf moeten entertainen.

Sinds kort organiseer ik wel degelijk van tijd tot tijd eens playdates voor de oudste. Een vriendje komt spelen of we doen iets samen met mijn metekindje. Waar ik tijdens andere vakanties nogal territoriaal was op mijn tijd met de kinderen kan ik deze de laatste maanden best wel spenderen aan nog meer kinderen dan aan mijn eigen. Ze houden elkaar ook veel beter bezig als er een vriendje is.

Vandaag trokken we naar Speel. in Zwevegem. Zoals ik het een redelijke chi-chi-madame hoorde zeggen daar te plekke “het is een ge-upgrade indoorspeeltuin hé”. Ge-upgrade? Say what? Maar kom, ik kan ze geen ongelijk geven. Hoeken met Playmobil en Lego om mee te spelen, muurklimwanden en gigantische glijbanen. Ik kan me moeilijk inbeelden dat er kinderen zijn die daar niet aan hun trekken komen. Alhoewel. Het jongetje dat eerst op de stoel naast onze tafel zat had vooral interesse in de iPhone van mama en maakte nogal een drama toen ze hem hierover terechtwees. Uiteindelijk kwam het helemaal goed.

Onze peuter houdt echter niet zo van de grote drukte en kwam ook wel regelmatig eens op mijn schoot wentelen of iets roepen want praten in een indoorspeeltuin, dat moet precies altijd met het volume op tien. Uiteindelijk spendeerde ik er toch een aantal uur waarin ik toch enkele zaken opmerkte.

  • Er was veel volk. Toen ik om 10u toekwam stond er al een lange rij aan de kassa. Ik vermoed dat ze wat technische problemen ondervonden want we gingen geen stap vooruit.
  • Het gebouw heeft wel iets. Van het omgebouwde zwembad werden heel wat van de originele elementen bewaard. Het zorgt voor een aparte sfeer want ik bleef het gevoel hebben dat ik in een zwembad was. Het galmde er ook wel een beetje, maar niet zoveel als in een ander indoorspeelplein, dus dat viel mee. En geen fluitende badmeesters die je aanmanen om “Vooral Niet Te Lopen!!”
  • Ik moet dringend mijn gehoor laten nakijken. Mijn kinderen riepen de hele tijd “Mama!!” vanuit het speeldorp en bij nader inzicht bleken het altijd andere kinderen te zijn. Ik zag er waarschijnlijk uit als een stokstaartje met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Weg en weer kijkend: “Huh? Wat is er?” Ah, ’t zijn de mijne niet.
  • Ik was alleen met drie kinderen aan een tafeltje. Logistiek is dat niet zo evident, ik moest helemaal de andere kant uit om iets van drank te bestellen. Ik besloot om er ook iets te eten ter plekke (#lazyhousewife) dus dat was eventjes nadenken hoe ik alles moest organiseren maar kijk, ik ben twee keer met een volle plateau aan mijn tafel terug geraakt zonder dat een voorbijlopend kind met ketchup werd besmeurd of de hele lunch tegen de grond kletste. Ik heb het al anders meegemaakt. (er komt een herinnering uit de Quick in Brugge en frietjes en cola die langs een trap naar beneden sijpelen naar boven. De mevrouw die beneden naast de befaamde trap zat zal het zich waarschijnlijk ook wel nog herinneren….)
  • Er kwam altijd maar meer volk toe. Ik zag mensen speuren naar een plekje om te zitten. Er werd geïmproviseerd door op het tafeltje van een kinderstoel een plateau met drankjes te balanceren en er enkele stoelen rond te zetten. Sommige mensen kennen echt wel iets van plantrekkerij. Mijn kinderen waren foetsjie dus zat ik daar maar alleen aan een tafeltje van vier. Een mevrouw kwam me vragen of ze me mocht vergezellen. Al bij al was dat de beste zet die ze kon doen, voor haar en voor mij. Zo kon ik ongestoord eens naar de kinderen gaan loeren (aaah ok, druk aan het spelen met Playmobil) of kon zij een drankje gaan bestellen zonder dat haar stoel gekaapt werd. Het was op een gegeven moment echt schermen voor ons plekje. In feite moesten ze aan de kassa de grens getrokken hebben van “volzet”. Toen ik rond 14u30 naar huis vertrok stond er een ellenlange rij en was er nergens een plekje om te zitten want ik vermoed dat aasgieren mijn lege stoel reeds hadden ingepalmd.
  • Er zijn mensen die om 10u30 een blonde Leffe drinken of een witte wijn. Ben ik de enige die dat raar/verontrustend vindt? Of moet ik gewoon maar even mijn gedacht hierover inslikken?
  • Indoorspeeltuinen, hoe hipster ze ook zijn. Het blijven toch luidruchtige hellegaten waar soms duivelse kindjes rondlopen.
  • Ze serveren er lekkere vegetarische lasagne.
  • Ik betaalde 9,95 euro per kind. Als je ziet wat ze er allemaal kunnen doen vind ik dat prijs-kwaliteit best wel ok. Ik kreeg ook spaarkorting met mijn gezinsbondskaart.
  • De drukte en drie luidruchtige jongetjes in de auto, bij thuiskomst had ik nood aan een koffietje. Laat ons zeggen drie koffietjes, voor elk versuikerd kindje één.

Ga ik nog terug? Misschien wel, maar ik ga zeker weer zorgen dat ik er ben rond 10u. En ik neem een buitenwipper mee om mijn stoel te bewaken. Kandidaten mogen zich melden in mijn mailbox.

*Kerremesse in d’helle. Ook wel de uitdrukking die we hier gebruiken als het regent en de zon ook schijnt. Gebruiken jullie die ook?

40 dagen niet bloggen

Kathleen is weer de inganksteekster van 40 dagen bloggen. Zoals bij alle andere edities doe ik niet mee. Ik blijf bloggen maar liefst op mijn eigen tempo. Momenteel ligt het wat stil wegens een aankomend examen (wish me luck!) en uiteraard krokusverlof (wat ik officieel niet heb). Toch vind ik het altijd noemenswaardig als anderen erin slagen om dit wel 40 dagen vol te houden. En schrijven doet inderdaad schrijven. Zo zit ik soms een week te kauwen op een tekstje en komt het er dan in één floep uit. De dag erna heb ik al meteen een tweede blogpost klaar. Hoewel ik er met mijn ritme van tegenwoordig totaal geen ruimte meer voor heb zou ik ergens toch wel eens een korte schrijfcursus willen volgen. Nina organiseert in De Kwekerij regelmatig workshops, vooral deze van “Groots schrijven over kleine dingen” spreekt me aan, was het niet dat mijn zonen op dat moment op een podium staan dansen op hun schoolfeestje. Ik word er verwacht om te snotteren op mijn stoel en te hopen dat niemand het merkt. Plus ik heb iets goed te maken nadat we er vorig jaar niet bij waren wegens de New York-reis.

Anyway. Ik broed op tekst. Ik maak regelmatig foto’s. En ooit komen ze hier wel eens terecht. Met tijd en boterhammen.

Flashdance

Vers gedoucht. Tanden gepoetst. Haar gewassen en gedroogd. Benen zo goed als mogelijk gladgeschoren. Alsof je je opmaakt voor een date waarvan je niet weet hoe hij zal eindigen. Het enige verschil: geen make-up. Want wat heeft het voor zin om je op te maken voor iemand die je komt masseren. That’s right! Ik kreeg een fullbodymassage van een vriend die een opleiding tot masseur volgt.

Of dat niet wat vreemd is, een man die naar je huis komt om je te masseren. Zou het vreemd zijn als het een vriendin was? Misschien zou niemand er een wenkbrauw voor optrekken. Maar ik kan perfect een vriendschap hebben met een man zonder dat daar meer aan te pas komt. Zonder dat er geflirt, geteased of intiem wordt gedaan. Weet je, op zo’n moment draait alles rond respect. Ik weet dat hij mij respecteert waardoor ik er ook geen moeite mee heb om even in mijn laatste laagje kleren op de massagetafel te balanceren in the cold hard daylight zeg maar.

De massage zelf, dat was een ervaring. Een speciale ervaring zelfs. In het begin was het wat moeilijk om los te laten en me te ontspannen, maar gaandeweg ging het beter. Achteraf moest ik wat bekomen want er werd geëindigd met de rug en nek en daar krop ik de meeste emoties op. Een plek die ik ook regelmatig door de osteopaat moet laten losmaken en waarna het ook altijd wat…heavy kan zijn. Als ik word gekraakt komen mijn emoties ook los. Het was best wel gelijkaardig met de massage. Nadien moest ik even gaan zitten en wat napraten met een koffietje. Dat deze eerste echte massage gebeurde door iemand die ik persoonlijk ken was een meerwaarde.

En wat vindt uw eigen man daarvan? Hij kent mij. Hij weet hoe ik tegenover anderen sta. Hij kent de masseur ook. Hij weet hoe hij bestaat. Al die gegevens samen maken het helemaal OK. Zelf zou ik er ook geen probleem mee hebben in het omgekeerd geval. (En misschien werd er wel grappend op voorhand gewaarschuwd: “Zolang je niet flasht bij hem is het goed!”)

…nowadays…

Ik zie mijn highschoolboyfriend in zijn wagen aan de verkeerslichten terwijl ik indraai. Hij is te diep in gedachten verzonken om mij op te merken. Onze mommymobiels volgeladen met elk 2,5 kinderen, vermoedelijk wat boodschappen in de koffer en aan het luisteren naar 90’s hits. Ik besef: dit is het leven nu. Naar de gitaarles rijden, de comisjes inplannen en met de kleine broer zwaaien naar de trein tot hij toetert.

Op Instagramstories zie ik iemand voortonen hoe je gemakkelijk een paprika kan snijden zonder te klooien met al die pitjes. Ik kan niet anders dan gefascineerd volgen. Na een volle minuut komt het besef: ik ben naar een filmpje aan het kijken over paprika’s snijden. Ik hou geeneens van paprika’s. Toch blijf ik onder de indruk.

De kleuter komt me vragen om zijn monsterpak op te plooien. In feite gewoon een onesie uit de Action die het hopelijk uitzingt tot op de carnavalsmiddag op school. Ik vraag me af hoe ik dit het best Konmari kan opplooien. Na het zien van de Netflix-serie “Tidying up” pakte ik zijn overvolle kledijschuiven aan. Het monster geeft zich nog vlug over. Alleen wat moeite met de hoorns.

De Robin Hood-tekenfilm waar de kinderen zich op vergapen werkt op mijn zenuwen. Maid Marian kwekt erop los. Ze heeft beangstigend mooi geshapete wenkbrauwen en ik vraag me af of ze haar niet iets minder perfect moesten afbeelden.

Ik denk terug aan een antwoord op de quiz waar we zaterdag aan meededen. Er werd gevraagd naar de Engelse uitdrukking voor wat we in het Nederlands als “alles is beter met twee” benoemen. (Is dat zo?) “It takes two to tango.” Ik besef nog maar eens dat het Engels zo mooi kan zijn. Sommige uitdrukkingen kun je geeneens vertalen. Ik denk maar aan “It puzzles me”. Hoewel -vermoedelijk- iedereen wel begrijpt waar die uitdrukking over gaat is het niet zo eenvoudig om een waardig alternatief te vinden in het Nederlands.

Mijn gsm pingt erop los. We proberen een datum te vinden voor een vergadering van ons subgroepje van het Gezinsbondbestuur. Wie kan het huis verlaten, wiens partner moet laat werken, waar kan de vergadering doorgaan. Whatsapp-groepen kunnen een handig instrument zijn maar mijn schermtijd schiet de lucht in.

De verwelkte tulpen in de vaas naast de kabouter staren me mistroostig aan. Hun kopjes net nog hoog genoeg om me in de ogen te kijken. Hoewel ik ze dagelijks vers water gaf zijn ze nooit echt tevreden geweest. Nah, het gebeurt. Niet alles hoeft een match te zijn.

…en hoe ist bij jou?

Currently

“Elke dag buitenkomen”. Dat zou ik aan iemand anders aanraden als die zich niet zo goed in zijn vel voelt. “Veel wandelen” zou ook één van mijn tips zijn. So I did. Elke dag ging ik wandelen, soms lang, soms kort. Ook al was ik vermoeid door nachtdiensten. Alle beetjes hielpen. Deze ochtend deed ik mijn 6e wandeling van de week en het was het zo keihard waard, oordeel zelf maar:

Ik moet er altijd op gewezen worden dat de lens van mijn smartphone vuil is. En dan vergeet ik telkens om die weer te kuisen. Gelijk hoe, het mooiste van de dag heb ik meegemaakt terwijl er nog veel rolluiken naar beneden waren.

Gisteren had ik een vrije zaterdag en spendeerde die met de echtgenoot en de kinderen. Ze worden niet altijd laaiend enthousiast als we verkondigen “dat we gaan stappen”. We bezochten het kasteeldomein van Zonnebeke waar de Peace Gardens de rode draad vormden in de korte wandeling. Het is een meerwaarde als één van de kinderen kan lezen. Grootste pluspunt: er is een gigantisch kanon te zien. Linus vroeg zich af: “Wat dat karton hier deed”.

Ik ondervind weer plezier in het fotograferen van alles rond me. De voorbije maanden moest ik mezelf soms forceren om een foto te nemen van iets. Geen idee waar die afkeer ineens vandaan kwam, misschien een overload aan vanalles?

Soms helpt het ook om gewoon eens clutter te clearen. Outer order inner calm, ik ben hier weer met mijn Gretchen Rubin, maar kan ik het helpen dat ze soms (in mijn ogen) zinvolle items aanhaalt. Zo pakte ik gisteren samen met Ilja de potjeskast aan. Alle potjes zonder deksel vlogen zonder pardon de PMD-zak in.

Op wat gelijkt dat eigenlijk? Ik erger me telkens blauw als die dekseltjes niet meer passen doordat ze vervormen in de vaatwas. In feite zou ik eens moeten investeren in steviger materiaal als de rest van mijn potjes de geest geven. Het is ook moeilijk te begrijpen dat sommige potjes op miraculeuze wijze hun dekseltje kwijt spelen. Zou ik ook ineens het dekseltje van op mijn potje kunnen kwijtspelen? Stof tot nadenken.

Met zijn toestemming gepikt bij Steven Gielis van Zitdazo, wel heel toepasselijk 🙂

Ventilatie

Terwijl ik stampvoetend mezelf een weg baan schieten de gedachten alle richtingen uit. Het is 18u, ik ben net weggevlucht uit het spitsuur van mijn gezin nadat mijn man voorstelde dat ik eventjes buiten ging. Hij kent me goed.

“Slechte moeder, rottige echtgenote” “Laat mij gerust” en “G-dverd-mse schijtboel!”, alles ging systematisch en op het ritme van een metronoom door mij heen. Bij de vierde kilometer begon de metronoom stil te vallen maar de gedachten waren nog niet allemaal weerlegd. Zou dat bestaan, een telefoonnummer waar je naartoe kunt bellen om gewoon te ventileren? Zonder dat je er iemand mee lastigvalt op het drukste moment van de dag. Gewoon vloeken en foeteren tegen een apparaat. Een ventilatie-box als het ware.

Een hele dag thuis met een zieke kleuter eindigde gisteren in een immense bleitsoep en de tranen kwamen niet alleen van het waterpokkenvriendje. ’t Is een schatje maar hij blijkt een immense “goestebrokke” als hij zich niet 100% in zijn vel voelt. “Ik wil geen TV, ik wil kleuren” “Ik wil geen appel” “Ik wil toch een appel!” “Ik ga niet slapen” (en dat deed hij ook niet). “Wat ben je aan het doen?” “Kijk mama! Kijk!” “Mamaa!!! Kijkkkkkk!!!” Dat ik de hele dag in de weer ging zijn met neurofen, zyrtec en eosine was zwaarder dan ik had ingeschat en ik werd met het uur moedelozer. De minuten scandeerden: “Weer niets gedaan voor je examen!” terwijl ze voorbij tikten. De zenuwen bouwden op en alles kwam tot een hoogtepunt toen ik tegen het kleine manneke zei riep “Dat hij nu echt moest stoppen met wenen!” Mijn pot kookte volledig over en het enige wat ik wou was gerust gelaten worden. Een uur wandelen en een lichte mental breakdown later bleek het grootste kwaad voorbij. Ik liep naar boven waar zijn papa hem net had ingetukt en ging nog eens over zijn hoofdje wrijven. “Ik hou zoveel van jou mama, bedankt als jij nog eens bent gekoomt”.

Een nieuwe man in mijn leven.

Als de kinderen naar school vertrekken strekt de dag zich voor mij uit. Haah the joys of betaald verlof! Ik zwaai hen uit aan de voordeur en krijg twee hartjes in de plaats terug. Mijn mannen weten perfect hoe ze mij kunnen doen smelten.

Terwijl ik naar de kippen ga merk ik dat wandelen of lopen niet meer op mijn lijstje komt voor vandaag. De gure wind blaast het deksel van de kit met graan weg, Tommy en Kafka pikken dankbaar restjes rijst op, ik krijg één ei in de plaats. Terwijl ik het ei schrob vraag ik me af wat ik eerst ga doen. Schrijven stond geeneens op het to-do-lijstje dus het wordt vast een ietwat ongestructureerde dag. De laptop is nog aan het warmlopen en daar is Tommy alweer in de tuin op zoek naar wat hij kan vinden. Zelfs na 4 “vlerkbeurten” blijft hij koppig over de draad fladderen. Zijn pluimen waaien wild open, ik vraag me af of ik hem geen mutsje moet geven.

De ochtendspits met de kinderen verliep relatief rustig in vergelijking met woensdag en donderdag. Ik noemde het deze week zelfs één van de meest stresserende momenten van de dag. Hoewel hun jassen, fluojassen en allerhande wintertoestanden op één locatie liggen blijken ze toch altijd enorm veel tijd en aansporing nodig te hebben om zich klaar te maken voor het vertrek.

Look for freedom and choice – Rebels hate obligation and anything forced upon them. By keeping the end goal in mind and keeping their methods open and varied, they are more likely to stay on track.  (bron)

Een neverending discussie met Linus over het aantrekken van zijn schoenen. Hij kan het perfect zelf maar komt nog dagelijks vragen of ik het voor hem wil doen. Als ik hem in één woord moet beschrijven dan kom ik toch uit bij “Rebel”. Dat is het eerste dat in mijn opkomt. Uiteraard is hij een bijna-4-jarige met een kopje maar het valt toch op dat zijn temperament en zijn willetje moeilijk in te tomen zijn. Zo weigert hij pertinent om zijn nieuwe muts aan te doen die hij van zijn meter cadeau kreeg. Ik heb het losgelaten, hoe graag ik de muts zelf zie. Ik zeg hem letterlijk: “Jij mag zelf kiezen wanneer je ze aandoet”. Het heeft weinig zin om hem te forceren, ik verwacht wel dat hij een muts aandoet gelijk hoe. Een beetje controle geven en een beetje controle nemen werkt het best bij hem. “’t Is goed dat er wat poer inzit, je moet weten dat je één hebt hé” wordt wel eens gezegd. We weten het. We weten het.

Straks probeer ik verder te luisteren naar het Radio1-programma van dinsdag 5 februari waarin Kelly aan het woord komt over budgettering en YNAB. In 2019 nam ik een volledig nieuwe start met een volledig vers document in YNAB. Nu ik alle facturen van 2018 perfect kon inschatten kan ik ook veel beter budgetteren in de toekomst. Zo kan ik in 2019 de enveloppen met de ruitjes weer uitlachen terwijl ik de brievenbus ledig. Als resultaat van onze budgettering en YNAB in 2018 konden we zonder verpinken een nieuw bed kopen vorige week. Zo’n dingen vind ik best wel een verbetering bij twee jaar geleden. We komen op adem en dat voelt zo goed. Toch blijf ik vloeken bij mijn boodschappenbudget. Ik vraag me af of dat eigenlijk normaal is dat ik maandelijks tussen de 500 en 600 euro uitgeef aan boodschappen….nog mensen die dit hoog vinden of eerder dagelijkse kost?

De wasmanden lonken maar ik blijf nog even zitten. Mijn nieuwe aanwinst priemt in mijn rug, ik stelde David nog niet officieel voor, ik won hem op een familiefeest:

David keek wat mistroostig in de lucht terwijl hij trachtte te schommelen. Hij moet stil blijven zitten van me, er is reeds een fotokader gesneuveld terwijl ik hem een plekje wou geven. De kinderen kregen de instructies “om hem onder geen voorwaarde aan te raken”. Toen ik hem gisteren aan mijn poetshulp toonde en daarbij over zijn neus wreef sprak Linus me aan: “Je mag er toch niet aankomen?”.

Shouting my heart out

Een vriendin sms’te me de voorbije week of ik haar tips kon geven rond het schrijven van een artikel ter voorbereiding van een sollicitatiegesprek. Ik begon meteen luidruchtig terug te sms’n over reflecteren, over een casus uit verschillende hoeken bekijken, over het zeker betrekken van andere hulpverleners in de verslaggeving etc. Maar dat bedoelde ze niet. Ze had het echt over een luchtig artikel zoals voor een krantje of een website. Iets vergelijkbaars zoals op deze blog dus. Ik moest er echt wel eens over nadenken, want hoe doe je dat? Een tekst schrijven zonder er uren op te kauwen. Een tekst die je wil verder lezen tot het einde. Geen idee of lezers hier doorlezen tot ik klaar ben met ratelen en als dat niet het geval is, dan heb ik er alleszins geen last van. Het valt me de laatste maanden wel op dat ik van tijd tot tijd word aangesproken over mijn blog. Uiteraard heeft dat ook te maken met de vele sociale evenementen die geweest zijn in de maand januari. Toch waren “Ah jij studeert weer?” en “Ik lees soms je blog” de meeste aangesneden onderwerpen. Vooral: “Herkenbaar!” is iets dat veel terugkeert. Ik schrik soms wel als ik hoor wie hier allemaal meeleest, alles staat weliswaar openbaar maar toch komen de reacties soms uit de vreemdste hoeken. Worden andere bloggers ook soms gevraagd “Wanneer ze dat allemaal doen” en “Waar ze de inspiratie vandaan halen”? Ik heb niet bepaald een zak met inspiratie klaarstaan, geen teksten die ik reeds voorgeschreven heb waarbij enkel nog op “publiceren” moet gedrukt worden. Ik hou mij niet bezig met dingen op voorhand te schrijven, het komt zoals het komt. En komt het even niet, dan verschijnt er even niks. Daar zit in wezen helemaal geen techniek of vaste werkwijze in. Dat ik gemakkelijker schrijf dan spreek is misschien wel een feit. Het vloeit er vlugger uit als er een toetsenbord tussen zit. Hier shout ik al bijna 8 jaar mijn heart out en ik blijf deze pagina toch beschouwen als iets dynamisch. Van verhakkelde teksten tot pogingen tot PLOGGEN. Van lichtjes (zelf-)kritische meningen en luchtige kippenverhalen. Tussen de soep en de patatten. Of eerder tussen de pyjama’s en de badmomentjes. Zonder veel spektakel, alledaagsheid in een geschreven vorm.

Sneeuw in mijn hoofd

Het is zo’n verwarrende week geweest dat ik niet eens weet hoe ik aan deze blogpost moet beginnen. Ik koekeloer maar wat met mijn eerste koffie. Mijn voorkamer is nog wat fuzzy al lijken er sprinkeltjes informatie los te komen met elke slok die ik neem. Zei ik al dat ik verslaafd ben aan koffie? Voor de aandachtige lezer zal het geen verrassing zijn, te zien aan het aantal koffietassen die ik kreeg op mijn verjaardagsfeestje de voorbije zomer.

Er was wat stress. Een nieuwe poetshulp moest mijn huis vinden en dat was blijkbaar geen evidentie aangezien onze straatnaam ook in een gemeente hier vlakbij voorkomt. Eén keer fout duwen op de gps en ze werd 15 km verderop door een dame weggestuurd die geen poetshulp nodig had. Net op het moment dat ik er hier keihard nodig had. Na drie kwartier zoeken kwam ze uiteindelijk toch aan. In het uur dat ik zat te wachten is er niet veel uit mijn handen gekomen en dat op de dag dat ik van plan was om mij de hele dag op mijn cursus “Gedragsverandering binnen een gezondheidspsychologisch perspectief” (een hele typhand vol) te storten. Half maart doe ik pas examen maar ik weet dat ik mijn planning redelijk goed moet volgen om rond te komen met mijn kindervrije tijd.

Er was nog wat stress. Ik ben vergruweld om te rijden in de sneeuw. Mijn angst is buitenproportioneel en dat besef ik. Als ik moet kiezen tussen een spin doden en rijden in de sneeuw dan doe ik direct mijn schoen af om ze neer te kloppen. Dus neen, deze week was ik niet gelukkig in de eerste sneeuw al vind ik dat natuurlijk allemaal prachtig om te zien.

Er was veel werk. Lange werkdagen met veel te doen. Ik waagde me aan een winterwandeling naar de bibliotheek met mijn bendeke op het werk. Bij het oversteken liet een meneer in een bruine auto ons over. Ik liep weg en weer over de straat om mijn gastjes een arm te kunnen bieden zodat ze niet zouden blijven steken in sneeuwhoopjes overal rond. Wederom een beetje stress, ik had het sneeuwwandelen precies wat onderschat met een bewoonster met een verminderde mobiliteit maar het lukte wel. Toen we éénmaal veilig aan de overkant waren draaide de meneer zijn raam open en verweet mij keiluid: “Dat ik die gasten wel eens mochten leren om ‘merci’ te zeggen als ze werden overgelaten!!”. Ik had de tijd niet om terug te roepen dat hij anders eens in mijn plaats mocht komen staan als hij zin had. Het enige dat ik hem verbouwereerd terugriep was “MO WUK EIGENLIJK?!!” Nog wat handgebaren van zijn kant als reactie waren voldoende om mij van mijn stuk te brengen. Ik wandelde hoofdschuddend en verloren verder naar de bibliotheek.

Er was ook weinig slaap. Geen idee wat de oorzaak zou kunnen zijn maar levendige dromen hielden mij wakker, hoe contradictorisch het ook klinkt. Dromen over hipster-getuigen van Jehova die me aanklampen aan de kassa van Den Aldi. In perioden droom ik heel sterk gedetailleerd. Toen ik de dag na mijn droom twee look-a-like’s van die hipster Jehova’s tegenkwam in Ieper was ik weer helemaal van mijn melk.

Toch was er wel nog ruimte om voldoende te bewegen. Ik deed enkele wandelingen, de ene al wat langer dan de andere. Ontdekte een nieuwe podcast:

Maarten Vancoillie en Dorothee Dauwe (Q-music) overlopen met een bekende Vlaming de meest geGoogelde vragen over hen. De eerste aflevering met Jani Kazaltsis liet mij luidop lachen, dus voor mij meer dan geslaagd. Ik was de lachende wandelaarster op de vestingen in Ieper deze week. Jani is dan ook wel iemand die hier gerust eens een cavaatje mag komen drinken en uit het interview blijkt nog maar eens waarom. Ik zou zeggen dat Jani mijn guilty pleasure is maar in feite bestaat zoiets in mijn wereld helemaal niet. Voor een guilty pleasure schaam je je ergens denk ik en dat doe ik in feite niet.

Gisteren hadden we ons jaarlijkse familiefeest. Voor het eerst zonder meme. Een jaar geleden stierf ze. Ik mis haar nog altijd, toch blij dat we deze fijne traditie van nieuwjaar vieren met de grote familie kunnen verderzetten, dat had ze vast en zeker zo gewild. En ik won iets fantastisch op het feest, tune in later for more!