Ik ben uitgevlogen naar mijn echtgenoot deze ochtend. Terwijl ik een moeilijke situatie uiteendeed kwam hij na vier zinnen al op de proppen met negatieve kritiek. Hij kan er niet mee om dat ik me soms in dingen frustreer en hij mij daarbij niet altijd kan helpen. Dus probeert hij een oplossing te zoeken voor mijn probleem, of een eigen mening te geven omdat ik zelf eventjes negatief ben. Dat doet een geliefde denk ik. Zijn partner proberen te helpen waar nodig, support vanop de zijlijn, samen tegen de rest. Maar soms is het helemaal niet nodig om mij te helpen. Of om mijn negativiteit te voeden met meer negativiteit. De meeste problemen waar hij niets mee te maken heeft los ik zelf op, of ik zoek hulp binnen het entourage dat nodig is om het probleem aan te pakken. Soms wil ik gewoon eens kunnen ventileren. Eens verzuchten. Een keer fretten en zagen. Alléé, je kent dat toch wel? Maar het ligt in de aard van de mens om met oplossingen af te komen. Of om iemand met raad en daad bij te staan. “Ik zou het zo aanpakken” of “Je moet dat zeggen!”. Tijdens onze opleiding hebben we er meer dan genoeg oefeningen moeten rond maken: erkenning bieden. Het is hetgeen mij het meeste is bijgebleven van mijn studie orthopedagogie (behalve natuurlijk een fantastische bende vriendinnen). Het is dan ook tegelijk het moeilijkste dat ik ooit heb moeten leren. Gewoon eens zeggen “hoh, amaai, dat klinkt alsof het moeilijk is voor jou” in plaats van “je kunt dit of dat doen” of “zou je niet eens…”, geen oplossingen, gewoon luisteren naar het verhaal, en reageren op de boodschap zonder oordeel of zonder grote vraagtekens te plaatsen. Zo moeilijk. En hey, ik ben er dan ook geen specialist in, ik zou het heel graag beter willen kunnen, omdat ik zelf aanvoel dat het bij mij werkt, die aanpak.
En ohja, het was ook niet zo lief van mij om uit te halen naar hem. Dat besef ik maar al te goed. En dat hij het goed bedoelt. Dat ook.
Drie jaar en half wonen we hier nu. We waren al meer dan een jaar op zoek naar een nieuwe woning nadat onze starterswoning ietwat krap begon te worden. Ik heb altijd graag in dat kleine huisje gewoond, knal in “het centrum” (in hoeverre je onze gemeente een centrum kan geven), alles aan en bij. Maar we kozen voor iets rustiger, iets meer afgelegen met toch voldoende buren en sociale controle. Toen we de eerste keer opreden dacht ik “oei oei, dit wordt het niet”. Onderweg naar de voordeur danste de dam onder onze schoenen. Diezelfde voordeur sleepte over de gele tegeltjesvloer, bloemetjesbehang all the way. Maar ik had -na vele vruchteloze huizenjachten- geleerd om door de dingen te kijken. Om te zien wat er nog niet is. We zweerden al maanden dat we niet gingen verbouwen want dat was niets voor ons, wij hebben twee rechterhanden (ahja we zijn dan ook beiden linkshandig #billenkletser!). Maar een nieuwe vloer, dat zou nog te doen zijn. Het badkamertje was minuscuul en roze, de keuken was van Obumex, de kastjes gingen scheef en er zaten gigantische spinnen in de spoelbak. Het zou wel leuk zijn om zelf een keuken te kiezen, dat leek haalbaar. Toen ik me terugdraaide uit de keuken en de gang doorkeek zag ik het ineens voor mij: Ilja ging hier groot worden. Hoewel hij er niet bij was zag ik hem perfect door de gang crossen van de living door de keuken door de gang terug naar de living “toertje blok”.
Fout
Deze video bestaat niet
Na drie jaar hangt er nog steeds geen behangpapier in de hal. So be it, komt wel goed.
Gisteren besefte ik weer waarom we voor dit huis kozen: de kinderen zullen hier opgroeien. Ze gaan de trap nog miljoenen keer op en af lopen. Hun moeder zal niet blijven zeggen “dat ze moeten voorzichtig zijn als ze naar beneden komen”, misschien zal ze wel blijven hameren op het feit dat het licht op de kamer uit moet.
Na een grote verbouwing (“we gaan NIET verbouwen, neen, NIET hé“) van vloer tot plafond, van badkamer tot chauffagewerk en elektriciteit blijft het ploeteren om ergens te geraken. Nieuwe ramen, alle binnendeuren geschilderd en gelakt, de zolder geïsoleerd en twee kamers van gemaakt, eigenlijk hebben we in die drie jaar nog niet stilgezeten. Dit jaar werkten we de oprit af, de dansende dam was al een tijdje weg maar er lag nooit iets deftig in de plaats. Er komt nog een toilet boven, en de dakgoten zijn dringend aan vernieuwing toe, maar hey, we wonen hier wel, alles met tijd en boterhammen. En toertje blok lopen.
In mijn omgeving zijn spijtig genoeg teveel mensen die hun moeder niet meer hebben. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe zoiets moet zijn. Hoe overleef je als kersverse mama zonder eigen moeder? Hoe moet dat zijn om in het moederhuis of de rare periode die na die materniteit volgt geen moeder in de buurt te hebben? En later, met opgroeiende kinderen? Het is nu niet dat ik al mijn zielenroerselen deel met mijn mama maar we kunnen het wel heel goed vinden met elkaar. Ik doe de dingen graag op mijn eigen manier en zij respecteert dat. We zijn twee verschillende types. Ze wordt waarschijnlijk soms een beetje gek als ik “bwah, we zien wel, komt wel goed” zeg. En ik draai misschien wel eens met mijn ogen als ze overbezorgd is over mij of één van de kinderen. Als ze denkt dat Linus koude voetjes zal hebben omdat hij bitter weinig kousen draagt of als Ilja er moe uit ziet. Als ik heel trots laat weten dat ik een lang eind ging lopen en zij reageert met “je gaat daar toch niet in den donkeren gaan lopen hé?” Ik kan voorspellen dat ze een “hoe gaat het met…”-smsje stuurt als één van de munchkins koorts maakt of teuterigachtig was met een optie op koorts. Maar ik weet dat dit allemaal gewoon echt goed bedoeld is en dat ze gewoon een moeder is. Een oma is. En dat doen moeders en oma’s nu eenmaal. Ik leg mijn pollekes samen omdat ik ze nog heb, die mama van me. Ze is niet alleen een moeder, ze is ook een dochter. Momenteel is ze een sandwichmoeder. Zo noemen ze, dacht ik, dames van haar leeftijd die naast het zorgen voor kinderen en kleinkinderen ook de zorg voor een ouder opnemen. Samen met haar zussen en broers en een team van het Wit-Gele Kruis en Familiehulp neemt ze de zorg voor onze 99-jarige grootmoeder op zich. Dagelijks staan ze voor haar paraat. Ik vind het een prachtig voorbeeld van hoe iemand gewoon thuis kan blijven wonen door mantelzorgers. Vandaag is mijn mama jarig. Ze wordt er 61. Binnen een aantal dagen gaat ze verdiend op pensioen. Haar hele leven heeft ze keihard gewerkt. Eerst als psychiatrisch verpleegkundige bij hele moeilijke patiënten, later als verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis. Mijn ma is de enige persoon die ik ken zonder smartphone, nu ze binnenkort een nieuwe telefoon nodig heeft omwille van haar pensioen gaan we hier samen voor zorgen: “Je gaat dat moeten uitleggen hoor, Lot, ik ken daar niks van”. Ewel ma, binnenkort heb je veel meer tijd om zo’n dingen uit te pluizen. En dan whatsapp ik foto’s door van Linus met twee paar kousen aan en Ilja die van contentement zijn tong uitsteekt!
Gekregen: Twee weken geleden was het mijn verjaardag. Hoera voor mij! Maar vooral: hoera voor verjaardagscadeautjes! Ik kreeg een geweldig mooi boeket van mijn liefje.
Hij weet waar hij moet gaan om iets naar mijn zin te vinden! Van mijn collega’s kreeg ik een boekenbon, ze kennen mij blijkbaar goed. Aangezien ik helemaal weg was van “Wij En Ik” kocht ik de nieuwe van Saskia De Coster. Daardoor liggen de verwachtingen uiteraard hoog, dat is meestal geen goede ingesteldheid, ik weet het.
Gereserveerd: Deze morgen was de presale voor de nieuwe Green Day-tour. Ze spelen op 2 februari in Vorst Nationaal. Ik kon vlot twee staanplaatsen bemachtigen. Het was te aanlokkelijk om mijn liefje iets anders wijs te maken en te zeggen dat alles uitverkocht was. Maar bang bang! Here we come!
Geslapen: slecht en goed. Zo las ik deze week al bijna een boek uit ’s nachts. Om de één of andere bizarre reden word ik wakker om 03u en blijk ik uitgeslapen. Andere nachten slaap ik als een roos
Het gebeurt zelden dat er zo weinig restless/awake-lijntjes staan in mijn slaappatroon.
Gekeken: en nog altijd aan het kijken: naar het nieuwe seizoen van Ten Oorlog. Arnout Hauben koos deze keer onze voortuin om een programma te maken. Ons huis werd tot nu toe net niet getoond. Het is verontrustend om te weten dat op slechts zoveel cm hoogte er nog volledige soldaten liggen te liggen. Ergens besef ik wel dat dit zo is, maar als je ze effectief in beeld ziet is het nog een ander verhaal vind ik. Ik stop Ilja’s graafkraantjes alvast iets verder weg.
Gelopen: sinds kort heb ik mijn looptoertje uitgebreid naar ongeveer 10 km. Dit was eigenlijk de doelstelling tegen het einde van het jaar, maar gezien het lopen zo vlot gaat de laatste tijd ben ik er al enkele weken mee bezig. Deze week nam ik een andere route dan ik gewoon ben om er een beetje variatie in te steken. Je komt al eens iets tegen onderweg:
Door mijn oortjes klonk Studio Brussel music @ work. Josefien werd opgebeld om haar favoriete platen door te geven. Supertof om haar te horen babbelen tijdens het lopen. Stiekem hoopte ik wel op een loopnummer gezien haar liefde voor de sport en inderdaad, ik werd verwend!
Gehoord: Diezelfde ochtend kwam het nieuws uit dat Bastille een concert geeft ten voordele van Music For Life. Met elke hit die ze maken word ik meer en meer fan. Vrijdag probeer ik alvast om aan tickets te geraken.
Ik heb mezelf altijd – en nog steeds- aanzien als een zelfstandige vrouw. Indien nodig trek ik mijn plan. Door de jaren is er wel een aanzienlijke verdeling gebeurd van huishoudelijke taken. Ik moet bijvoorbeeld met mijn fikken van de grasmachine blijven en volgens hem kan ik geen hemd strijken. Bwah als het maar dat is, moest ik ooit alleen komen te staan: ik kan leven met een grasplein waar hier en daar een strook langer is en strijken is overrated. (Niet dat hij alleen maar het gras afrijdt en strijkt, maar dat zijn enkele van de dingen waar ik totaal niet over hoef na te denken). Een bangerik ben ik nu ook niet bepaald. Ik weet zeker dat ik mijn kinderen tot vechten toe zou verdedigen als er zich zo’n situatie ooit zou voordoen. Soms verander ik in een echte Jeannette zonder vrees. Vanmorgen werd het tegendeel echter bewezen. Deze stoere vrouw veranderde in een klein muisje toen ze dit zag:
Holy Shit. F**k! Serieus. Van zo’n dingen ben ik “schitteshuw”. Dit wil ik liever niet tegenkomen ’s morgens vroeg onderweg naar toilet, maar hey, ik had prijs. De resem gedachten die door mijn hersenpan razen terwijl ik daar zo ver mogelijk van weg probeer te blijven:
Als het stilzit dan kan ik het nog uitzweten tot Pieter wakker is.
Als ik in de living ga zitten, dan zie ik het niet.
Als ik in de living ga zitten, dan kan ik niet zien of het beweegt of niet.
Wat als het begint te bewegen?
Als ik in de keuken blijf zitten en ik zie het ineens niet bewegen, dan kan het wel heel vlug bij mij zijn zonder dat ik het doorheb.
Serieus vint, wat een beest!
Ik neem een foto voor op instagram
Shit, misschien heeft de flits hem wel boos/wakker/op gang gemaakt, ik heb geen toestemming gevraagd.
Het blijft stilzitten, misschien slaapt het
Als Linus straks rondcrosst dan kan hij het opmerken, en interessant vinden, en dan moet ik hem de hele tijd wegtrekken van die horror omdat ik zelf bang ben.
Ik kan de kat roepen en ze erbij zetten. Maar wat als ze hem pakt maar niet doodt, dan is het helemaal om zeep. Of wat als ze gewoon niets doet en zich hier op de grond legt.
Dit wordt bloed op het behangpapier. I don’t care, ik wil bloed zien!
Dood, dood, dood!!!!
Ik kan er geen pot opzetten tot Pieter wakker is.
Mo ndeen zeg, zo’n beest.
Ik besluit om mij in de keuken te zetten met zicht op het dier, zo kan ik hem het beste bewaken en mijn veiligheid garanderen. Nu en dan kijk ik om de hoek van de kast, ik hoef me maar eventjes vooruit te zetten om het te zien.
Het blijft mooi zitten. Merk op dat ik niet over hij of zij spreek, zo’n ding verdient geen persoonlijkheid. Ok, spinnen zijn goed om het “fernint” (a.k.a. het venijn, de West-Vlaamse kleine beestjes) te pakken. Maar daar heb ik een muggenapparaat voor. Wat ik dus echt nodig heb om weer volledig zelfstandig te zijn is een gigantische-spinnen-apparaat. Ik zie veel voordelen aan “op de buiten” te wonen, maar dit is er echt geen van.
Bij de 18e check had het monster zich bewogen. *insert opbouwende dramamuziek* HET HAD ZICH BEWOGEN!! Ilja was daar ondertussen al voorbijgekomen om naar het toilet te gaan, gelukkig had hij niets gemerkt. Pieter lag nog altijd te slapen. Ik moet ingrijpen. Straks beweegt het naar een plek waar we helemaal niet meer aankunnen, en dan moet ik met de gedachte leven dat het dier zich ergens in huis schuilhoudt, die vind ik erger dan bloed op het behangpapier.
Ik trappel naar boven in de hoop dat hij wakker is. Ik hoor beweging in bed. Het bange meisje roept haar echtgenoot naar beneden. Hij komt pruttelend en ruttelend naar beneden en zegt bij aankomst op de crime scene: “Ok, mijn pantoffel, het is echt een grote spin. Het behangpapier zal vuil zijn”. Meestal roep ik dan “probeer hem eraf te duwen tot hij op de grond ligt” maar deze keer wou ik gewoon bloed zien.
“Is hij dood?” “Hij is toch zeker dood hé?” “Waar is hij?” “Dood?”
De zes meest voorkomende vragen die ik kreeg na mijn ballonvlucht van vorige donderdag:
“Hoh! Was je niet bang?”
Blijkbaar zijn veel mensen nog niet zo tuk om mee te gaan met een luchtballon. Is het hoogtevrees? Of schrik om de controle uit handen te geven? Ook al grapte ik op Facebook wel dat ik misschien wat pipi ging verliezen, ik had blijkbaar totaal geen zenuwen of schrik. Als dat ding beslist om neer te storten, ja wel, het zal geen mooie dood zijn, maar ik ga toch wel nog eerst van het uitzicht genoten hebben.
links: ons vader: like a boss luchtballons opblazen
rechts: blijkbaar was het één van de grootste luchtballons in België
“Had je geen koud?”
Absoluut niet, integendeel, het is zelfs redelijk heet zo onder die vlam. Neem daarbij dat het al 33 graden was die dag en ik kan je verzekeren, er mocht nog wat meer wind zijn! Die brander gaat trouwens niet constant aan, zo nu en dan eens, verder is het heel rustig en stil daarboven in de lucht!
“Zit je dan niet zo heel dicht op elkaar?”
Daar had ik wel wat schrik voor, ik stond bij die temperaturen nu niet bepaald te springen om een uur tegen iemand geplakt te staan. We waren met 10 passagiers, verdeeld over 4 compartimenten. Mijn pa en ik zaten in één compartiment waar we voldoende ruimte hadden om te bewegen en langs alle kanten te kijken, te wijzen en te zwaaien naar de mensen. Beetje van paus doen, dat mag als je in een luchtballon zit.
links: Bellewaerde Park: de boomerang en El Volador
rechts: een opslagplaats van Bellewaerde: overduidelijk iets minder glamour!
“Gaat dat rap?”
Hoe hoger je vliegt, hoe trager het gaat. Dus toen we begonnen te dalen haalden we wel een redelijke snelheid. Hoe lager, hoe leuker het zicht: op een gegeven moment konden we de vissen zien zwemmen in een tuinvijver. Ook grappig: we zagen veel koeien bananas worden. Kippen frutten weg in hun hok en hazen spurten over de velden. Ja, we maakten wel indruk op de beesten.
rechts: mijn looptoertje als ik in Ieper ga lopen (Zillebeke Vijver)
“Kun je dan kiezen naar waar je vliegt?”
Neen, de wind bepaalt naar waar je gaat. Getting your Vanessa Chinitor on dus.
links: Ieper die scone
rechts: het einde van de A19, er wordt al jaren over gediscussieerd om deze autostrade door te trekken, voorlopig blijft ze afgekapt in Ieper.
“Doet dat raar als je opstijgt/landt?”
Het opstijgen gaat heel naturel, je drijft zachtjes maar aan een redelijk tempo naar boven en je blijft stijgen. Ik ben heel gevoelig aan mijn oren als we vliegen, dus ik was wel gewaar dat mijn oren dichtklapten, maar na een tijdje normaliseerde dat weer. Het landen was een ander verhaal. “Er is een mogelijkheid dat die mand omkiepert als we landen, maar de gebeurt niet altijd hoor” zei de chauffeur. Maar hallo, toen we de grond raakten gaf dat nogal een klop, er moest echt afgeremd worden door die mand over het veld en uiteraard viel die mand op zijn zijde met elf passagiers. Het was nogal een heftige landing, maar uiteindelijk ging ook dat heel vlug voorbij en enkele minuten laten stonden we al de ballon terug samen te duwen om hem terug in zijn bakske te steken.
Een machtige ervaring, blij dat ik het heb mogen meemaken.
En gaan jullie ooit mee of zeg je: “Neen, nooit van mijn leven!”
Ik bewandel vaak de platgetrapte paadjes. In mijn boekenkeuze zal er al vlug een gehypet boek zitten (om het dan soms ontgoocheld terug te brengen naar de bib, ik kijk NIET naar jou Kris Van Steenberge), de series die ik volg werden al door veel mensen gezien. De jaarlijkse CD die ik koop of leen in de bib staat waarschijnlijk hoog in De Afrekening of is er al vijf weken helemaal uit. Kortom: voor nieuwe hippe dinges moet je bij een ander zijn. Mensen kijken soms raar op als ik zeg dat er 80 blogs in mijn feedly staan: 80?? Een blog is toch vlug gelezen, en het is niet omdat er 80 in staan dat ik die daarvoor allemaal grondig doorneem en op ga reageren. Ik reageer bij veel mensen, maar ik reageer evenveel niet. Wil dat daarom zeggen dat ik niet lees of dat het mij niet interesseert? Neen, meestal heb ik gewoon geen mening of wil ik die niet geven. Ik blijf weg van discussies, mommywars en over onderwerpen waar ik niet voldoende informatie heb ga ik enkel meelezen. Er zijn een aantal blogs die ik consequent lees, dat aantal is in het laatste jaar sterk gestegen, mede door het ontmoeten van enkele blogsters tijdens het Danone-event, maar ook omdat ik bepaalde schrijfsters zonder schroom “mijn blogvriendinnen” wil noemen. (You know who you are!) Vandaag wil ik echter even tijd maken voor de blogs die ik consequent lees maar die misschien wel iets minder voor de hand liggen. Blogs die me keer op keer luidop doen lachen of die bij mij een gevoelige snaar raken door zo gewoon gewoon te zijn en toch in hun genre eruit te springen. Als ik ze aan het lezen ben dan verslapt mijn aandacht niet, integendeel: ik word meer en meer in de tekst gezogen en ik vind het àltijd jammer dat het gedaan is:
Deze vos blogt naar mijn mening veel te weinig. Ik zou beginnen scanderen: “Meer vos, meer vos!” Maar aan de andere kant is het telkens uitkijken naar een postje van deze grappige madame, wat het uiteraard worth the wait maakt. Een catlover die soms haar eigen katten te geselen heeft maar die vooral weet hoe ze een tekst kan opbouwen: I love it!
Emoshit is de creatie van de twee zussen Zita en Sara. Ik lees ze nog niet lang maar ben wel hooked. Ik ben er nog niet uit wie juist wie is, maar er wordt door beide dames regelmatig een leuk postje geschreven. Titels zoals: “Marrakech, de stad van vriendelijke mensen en veel zon die kei hard schijnt en waar het altijd een beetje naar pipi ruikt.” die hebben volle bak mijn aandacht. Vooral de teksten over hun gezamenlijke jeugd vind ik meestal hilarisch. Komt het omdat ik geen zus heb? Maar ik vind het zussengevoel wel iets speciaal om mee te volgen.
Dat ik een Eva Mouton-fan ben, dat moet ik niemand meer wijsmaken. Ik hou van haar humor en haar eenvoud. Het ziet er misschien gemakkelijk uit dat figuurtje maar ik onderschat niet wat ze elke week doet: de cartoon in de krant. Uiteraard doet Eva Mouton nog heel wat andere projecten, maar de blog is eerder persoonlijk. Ze bekijkt de dingen op een specifieke manier die je doet nadenken over het leven. Studio Soso is ook een dubbelblog waar ze samen met haar vriend Bert schrijft over de dingen die in hun leven gebeuren. Het is niet allemaal glamour in het leven en ik ben heel erg voorstander om dat uit te lichten.
Menck. Ja Menck. De schrijvende tuinier. Als hij mij niet weet te pakken met zijn geweldige schrijfstijl dan zijn het zijn foto’s, al dan niet van prachtige bloemen of planten. Ook fictie wordt niet geschuwd op zijn blog. Ik weet helemaal niets over planten en tuinieren, maar dat hoeft helemaal niet. Hij weet me telkens weer te boeien, ook al gaat het over een buxusmot.
En wat zijn jouw favoriete blogs? Spam ze maar in de comments, dan ga ik eens kijken!
Soms wou ik dat ik zo’n vrouw was die op torenhoge hakken en met ultragebronzeerde benen de toer van de vestingen kan wandelen. Of zo’n dame bij wie je op ieder moment van de dag onaangekondigd mag binnenvallen, je vindt er gelijk wanneer geen boterhammen op de keukenvloer. Misschien wil ik wel zo’n goeie huisvrouw zijn, met een garage vol rekken, alles netjes alfabetisch gesorteerd. Je hoeft geen hindernissenparcours af te leggen om aan een flesje spuitwater te geraken, het staat onder de “S”. Fietsen hoeven niet verzet te worden als je het oud papier uit de garagepoort wil slepen. Zo’n moeder die elke dag speelt met haar kinderen, en niet stiekem hoopt dat het plan om te schilderen wordt “vergeten” in dat kleuterhoofdje. Haar manicure en de pedicure zijn steeds perfect, geen afgebeten wijsvingernagel, geen eelt op ongewone plekken. Vandaag was ik de vrouw met de witte benen en de garage waarin schuivend met materiaal een wandelpad werd gecreëerd. De vrouw wiens twee kinderen deden aan synchroon-wenen op de vestingen, de ene omdat hij met steentjes wilde spelen, de andere omdat hij niet wou wandelen. Ik was de moeder die in de lach schoot toen haar echtgenoot al “mooshend” de oudste per ongeluk in het zand liet vallen. Ik vond mezelf heel wat toen ik met een schopje -dat ik van een andere moeder kreeg- zand schepte met mijn dreumes, hoe lang was dat geleden? Mijn voeten staken in All-Stars toen ik De Rodeberg afdaalde met de kleinste in de rugzak, tegelijkertijd probeerde ik te voorkomen dat hij mijn haarspeldjes uit mijn vlecht trok. Een voorbijrijdende fietser maakte ons attent op het feit dat er een sandaaltje halfweg de baan was achtergebleven. Neen, ik ben misschien niet altijd de moeder, de dochter, de zus, de echtgenote of de vrouw die ik zou willen zijn. Maar ik probeer en ik ben tevreden met wat nu lukt. Elke dag probeer ik er het beste van te maken. De goede balans vinden tussen het moederschap, mijn huwelijk, mijn werk, familie en tijd voor mezelf nemen, het is geen simpele opdracht. Lopen, bloggen, lezen, overal aan en bij zijn, het schiet er soms wel eens bij in, maar ik besef maar al te goed: het komt terug, ooit, als ik dat wil. En ondertussen zit ik op mijn wipplank, mijn evenwicht te zoeken. Met mijn kroost.
Mijn oude Lumix fototoestel lag al enkele jaren stof te verzamelen in het brolschuifje. Dat ene schuifje waar je die specifieke dingen inlegt waarvan je denkt “Hmm…waar zou ik dat eens leggen?” Bij de zoveelste opruimbeurt van heel de living vorige maand gaf ik de Lumix aan Ilja om er mee te experimenteren. We spraken af dat hij goed het lintje rond zijn pols moest doen en ik legde hem de basis uit van het foto’s nemen.
Binnen de kortste keren was hij een uur zoet met het apparaat, ik liet hem doen. Regelmatig nam hij het toestel tijdens de zomerweken in zijn hand en maakte beelden vanuit zijn perspectief.
De resultaten? Die moesten serieus gescreend worden want 39 keer een foto van de vloer en 28 mislukte selfies verder kwam het volgende eruit:
Een samenkomst van een politievrachtwagen en -helicopter, een tractor, een gele pick-up en een kraan bij het putdeksel op het terras zorgde voor een eenzaam plaatje. Wat zou er gebeurd zijn?
Papa’s dijbeen. Zijn “drumkuiten” staan er niet op, maar hij heeft er nochtans, zo breed dat hij soms geen lange broek vindt waar hij in past. En hij is juist knap met een smalle jeans…
Het riet van onze keukenstoelen. Ze gaan al jaren mee, waren oorspronkelijk van mijn schoonouders, verhuisden mee toen we gingen samenwonen. We schilderden ze van Oostenrijks groen naar wit, maar ze zitten enorm goed. Niet te gebruiken als je nylonkousen draagt, dat nu weer niet…
Deze bak moet waarschijnlijk ergens in de gang gestaan hebben tijdens het uitladen van de boodschappen. Ondertussen euh…al niet meer zo vol…
Ik maakte gisteren alweer de weekplanning op voor Ilja. Met een simpel systeem waarbij hij de dagen wegschrapt is het voor hem duidelijker wanneer hij thuis is en wanneer hij naar de opvang gaat. (Mijn huisjestekenen-skills kunnen nog wat bijschaafd worden.)
Tandjes.
Selfies dus. Ik vind deze eigenlijk nog heel puur, want meestal poseren wij voor selfies, ik post nooit een selfie waar ik zelf niet content van ben. Hij is al blij als zijn hoofd er half op staat.
Zijn compagnon in de auto heeft er het raden naar wat hij de hele tijd aan het uitsteken is met dat zwarte dingetje.
En zo ging het verlof voorbij. Morgenavond ga ik er weer tegenaan. Vandaag start ik met een dagje recup, het voelt echter wel al als een dag in een werkweek. De echtgenoot werkt op maandagochtend van thuis uit en dus moet ik de kinderen daar weghouden. Een douche nemen is weer met een half oor luisterend naar wat die twee uitsteken, er is collect and go en het weekmenu. Maar eerlijk…ik vind het goed zo. Vakantie en congé, fantastisch gegeven waar ik niet zonder kan, maar ik ga ook graag gaan werken. Gelukkig maar.
“Onderweg naar Frankrijk”, dat stond deze voormiddag gepland in mijn bullet journal. Drie daagjes op bezoek bij de kasteelvrouw en haar gezin, proeven van de Franse zomer, bijpraten. Ik heb het gisteren afgebeld. Linus is niet in zijn sas. Al enkele weken is hij een wispelturig rakkertje met een gigantisch gevoel voor slechte timing. Niettemin blijft het een geweldig manneke met de meest aanstekelijk lach.
Ik noem hem regelmatig “Wallace” van Wallace and Gromit, met zijn dikke kaakjes ziet hij er net zo uit als hij lacht.
witte linten aan een kinderstoel…wie vindt dat eigenlijk uit?
Nu hij net 15 maanden is geworden is het steeds meer duidelijk aan het worden dat we met een stevig karaktertje te maken hebben. Die jongen weet wat hij wil. De weg om het te bekomen is niet altijd duidelijk voor ons, maar hij gaat er volle bak voor. Mijn echtgenoot zegt dat hij mijn karakter heeft, ik weet het niet zo goed. Ilja heeft wel zijn papa’s karakter, daar zijn we ondertussen ook wel al uit.
Uiteraard is alles interessant, alles behalve het aangeboden speelgoed. Zo is het superleuk om de salontafel te beklimmen om van daarop de zetel te bereiken. Het lukt nog niet altijd even goed, maar stoelen, de poef, de schommel en de glijbaan, die vormen al geen uitdaging meer. Het zwembad in Center Parcs was dan weer een fantastische uitlaatklep voor hem, toch moesten we ogen op ons zwemgat hebben, hij deed stoten waar zelfs vreemde mensen stonden van te kijken, recht voor onze ogen. En wij maar achtertjoolen om te voorkomen dat hij nog maar eens met een bloedlip of een bult op zijn voorhoofd eindigt.
Sociaal is hij wel. Hij zal niet direct in iedereens’ armen springen maar als je op zijn hoogte gaat terwijl hij op de grond zit heb je meestal wel touche! Hij kent ook geen schaamte om bij vreemde mensen eten te gaan schooien. Een dame die een koekje uitdeelt in het park aan haar kinderen, een papa met een ijsje, hij heeft het altijd gezien en kruipt er volle bak en met een verbeten blik naartoe. Met zijn twee ankerende handjes zit hij voor ze en als ze eventjes niet kijken zou hij het zelfs gewoon uit hun handen durven trekken. Boefbeerken.
En stappen? Neen, nog steeds niet. Misschien heeft dat wel met zijn frustratie te maken, al komt hij overal waar hij wil zijn, als het niet al kruipend is dan conduirt hij zijn moeder wel om hem te brengen.Of hij doet het op zijn eigen manier:
Fout
Deze video bestaat niet
Ik moet het niet rooskleuriger voorstellen dan het is: we maken momenteel een moeilijke periode door met hem. Hij kan nog niet praten behalve: mama, papa, poesje (elk dier dat enigszins op een poes gelijkt), jaja (Ilja), en Boele (de hond van mijn schoonouders, dat is een uitzondering op de poesjes-regel). Dus duidelijk maken wat er scheelt is niet simpel. Om de één of andere mysterieuze maar helse reden weent hij heel veel als we in de auto zitten. Een rit van 100km kan drie kanten uitdraaien: hij valt in slaap (zalig! boeken lezen! rond je kijken! niksen!) hij blijft wakker maar is content rond zich aan het kijken of hij beurelt de 100km bij elkaar. De laatste twee weken is het echter altijd het laatste geweest. Als we op voorhand incalculeren dat naar Frankrijk rijden zo’n 3 tot 4 uur in beslag neemt en hij maximum 2 uur aan een stuk slaapt overdag, dan hebben we nog steeds kans op 2 uren getier in de auto. Mijn linkerschouder doet nu al pijn van telkens zijn voetjes te pakken, beertjes aan te bieden, een flesje water 100 keer op te rapen terwijl hij op de achterbank ongelukkig zit te wezen en zichzelf zowaar uit zijn autostoel tracht te maneuvreren. In Nederland vorige week ben ik gewoon gestopt achter een tuutje in de winkel voor hem in de hoop dat hij daarmee misschien rustig zou kunnen zijn, maar zoals ik reeds schreef hij wil het absoluut niet, hij weigert zelfs om het in zijn mond te steken.
Deze ochtend gingen we naar zee, hij was lekker rustig in de auto, amuseerde zich in het zand en wou graag stappen aan de handjes. Bij terugkeer is hij in slaap gevallen, we genieten van de momenten waarop het geen gestresseerde boel is en we eens gewoon naast elkaar kunnen zitten op een dekentje zonder dat iemand zich over Linus ontfermt of hem achterna zit. Tijdens de lastigere momenten lachen we veel weg. We weten ook wel: alles gaat voorbij, ook deze periode waarin hij zo grappig klein is. En ook dit zal ik missen.
Aan de andere kant: het is een manneke in volle groei, hij kan heel vrolijk zijn en komt regelmatig knuffelen. Zijn Wallace-lach is om bij te smelten en zijn bruine kijkers kunnen iedereen verleiden. Hij heeft een wijzend vingertje waarmee hij alle speciale dingen in de wereld aanduidt. Want hey, een vogel in de lucht, een blaadje aan de bomen of voor het eerst echt de zee zien: dat blijft iets speciaals. Net als hij.